Foto Walter Herfst

‘We mochten varen, dat was al heel wat’

Interview

Eigenaren Daan van der Have en Hans Loos spreken zich uit over het recente ongeluk. Bij het vieren van een kwart eeuw watertaxi kijken ze ook vooruit.

Deze week vierde de Rotterdamse watertaxi zijn 25-jarig jubileum. Burgemeester Aboutaleb opende bij de Fenixloods de 52ste opstapplaats voor de snelle bootjes die jaarlijks 500.000 passagiers overzetten, soms met de spectaculaire capriolen die de bootjes populair maken onder gebruikers.

Het begon met één bootje waarmee initiatiefnemers Daan van der Have en Hans Loos hun nieuwe project, Hotel New York, makkelijk konden bereiken – de Erasmusbrug was er nog niet. Al snel voeren er meer bootjes van en naar Hotel New York, en later volgden de andere bestemmingen. Nu varen er 18 taxi’s – binnenkort 19 – en zijn er sinds deze week dus 52 opstapplaatsen.

Maar het jubileum was geen ongecompliceerd feestje. Het werd gevierd in de slagschaduw van het ernstige ongeluk drie weken eerder waarbij een watertaxi in botsing kwam met een sloep – alle inzittenden van de sloep raakten te water en drie mensen moesten met botbreuken naar het ziekenhuis. Na het ongeluk kwam er – ook op social media – kritiek op de taxi’s, waarbij het woord ‘cowboys’ regelmatig viel. De taxi’s zouden te hard varen en niet goed opletten. In dit gesprek waarin initiatiefnemers en eigenaren Daan van de Have en Hans Loos reageren, gaat het over snel varen, maar ook over vervoer in de stad, kennis en fietsen.

Zijn jullie schippers cowboys op het water, verdienen jullie die bijnaam?

Loos: „Nee. We hebben meer dan honderd schippers die een professioneel groot vaarbewijs hebben. Die varen op sleepboten, op de binnenvaart. Ze hebben ook een interne opleiding bij ons gehad. Natuurlijk zijn die snelle taxi’s spectaculair en dat weten die schippers ook. Er zitten er bij die af en toe een extra rondje maken, en dan gaat iedereen aan boord ‘yeey!’ .

„We varen ook in de stadshavens, waar woonschepen liggen, daar moeten de schippers zich echt aan de daar geldende snelheid houden. Dat gaat niet altijd goed. Daar letten we heel erg op. Maar daarnaast is het wel zo dat er veel taxi’s varen, daar kunnen we niets aan doen. Als een schipper te hard vaart, vinden wij dat een terechte klacht en treden wij op.”

Zijn er veel klachten?

Van der Have: „Er zijn bij de Havenmeester nauwelijks klachten. Maar we krijgen zo af en toe zelf klachten binnen. Als mensen weten wanneer er wat is gebeurd, reageren we. Als schippers harder gaan dan ze mogen, spreken we ze daar op aan. Wij vinden het wel belangrijk dat havens havens blijven, en niet een soort woonerven worden. Wij moeten ons aan de regels houden, maar bewoners moeten zich realiseren dat ze in een haven wonen. Het overgrote deel snapt dat, maar af en toe is er iemand die zegt: ik wil absolute rust.”

Maar de aanvaring was niet in een van de stadshavens, die was op de rivier.

Van der Have: „Klopt. Het is een ramp dat het ongeluk is gebeurd. Er is een menselijke fout gemaakt, er staat nog niet vast door wie. Wij zijn vooral opgelucht dat de schipper vervolgens op een professionele manier heeft gereageerd. Iedereen is uit het water gehaald en razendsnel naar het ziekenhuis gebracht. Dat geeft mij wel een gerust gevoel.”

Varen jullie op de rivier niet veel te hard?

Van der Have: „Het beeld is dat de taxi’s hard varen en veel golven maken. Maar die golven stellen niets voor (wijst op watertaxi die net bij HNY wegvaart, red). De boot die daar vaart (wijst op een binnenvaartschip, red.) maakt dadelijk veel grotere golven, want die heeft een enorme waterverplaatsing. In het begin hebben we een rechtszaak gehad over die golfslag van de watertaxi. Toen hebben we een filmpje gemaakt met een schaalverdeling op een binnenvaartschip. We lieten zien wat er gebeurt als er een taxi met grote snelheid voorbij kwam, met lage snelheid, en als er een grote duwbak voorbij kwam. De rechter was onmiddellijk overtuigd. Maar toch is dat de watertaxi hard vaart en daardoor golven maakt, een hardnekkig verhaal geworden.”

Loos: „Het is een incident. Dat moet je in perspectief zetten. Af en toe gebeurt er iets, is dat een reden om allerlei regels te veranderen? Aan de andere kant: je ziet dat zo’n stuk rivier drukker wordt, dan kijk je wat je met elkaar gaat afspreken.”

Foto Walter Herfst
Foto Walter Herfst
De eerste watertaxi ging van de Veerhaven naar Hotel New York (boven). Nu kan je op 52 plekken in Schiedam en Rotterdam opstappen.
Foto Walter Herfst

Is het volgens jullie te druk op de rivier?

Van der Have: „Wij vinden niet dat het te druk is op de rivier, maar of je in zo’n druk gebied met allerlei typen scheepjes kriskras over de rivier mag, dat vragen we ons wel serieus af. We komen net van de havenmeester, hij onderzoekt of er maatregelen nodig zijn omdat het nu veel drukker is op de rivier, mede door de pleziervaart.

„Toen wij indertijd begonnen, vond men het in de haven ook geen geweldig idee. Pleziervaart hoorde eigenlijk niet op de rivier, zeker niet de kleine bootjes waar wij op voeren. We zeiden: toets nou of de schepen voldoen aan de internationale eisen voor beroepsmatige passagiersvaart. Dat deden ze en toen mochten we varen, dat was al heel wat. Maar er varen inmiddels ook roeiboten, sloepen, jachtjes. Waar moeten die aan voldoen?”

Wat zou je dan af kunnen spreken? Oversteekplaatsen, links en rechts varen?

Loos: „Bijvoorbeeld, maar dan bakboord en stuurboord. En waar je passeert. Je zou speciaal voor zo’n stuk rivier best dingen kunnen afspreken in overleg met de recreatieve vaart in Rotterdam. Zodat de beroepsvaart en de watertaxi’s beter weten wat er gebeurt.”

Van der Have: „De havenmeester heeft gezegd dat ze daar over aan het nadenken zijn. Dat snappen wij, en we zijn het er ook hartgrondig mee eens. Daar zou ook niemand last van hebben. Maar als je ‘fun’ wilt op de rivier, wordt die vrijheid beperkt. Je ziet natuurlijk van alles over de rivier schieten.”

Jullie gaan ook kris-kras over de rivier. Waarom hebben jullie het niet gehouden bij een pendeldienst van en naar HNY?

Van der Have: „Er waren zoveel mensen die vroegen of ze ook ergens anders heen konden. De rivier is eigenlijk een ideaal transportmedium in deze stad. Toen hebben Hans en ik tegen toenmalig wethouder Simons gezegd: als jullie de infrastructuur aanleggen, dan voorzien wij Rotterdam van een watertaxi-netwerk. Veel mensen dachten: ‘Liever niet’, maar Simons zei: ‘Dat moeten we doen.’”

Waarom wilden mensen dat niet?

Van der Have: „Om allerlei redenen. Er was een plan met Rotterdam Waterstad, ze wilden overal pontons voor de partyvaart, dat was op toerisme gericht. Wij wilden juist een voorziening maken voor de stad; mensen moeten met de taxi overal heen kunnen. Het is leuk dat toeristen er dan ook gebruik van maken.”

Worden de taxi’s niet vooral door toeristen gebruikt?

Van der Have: „Nee, we bedienen verschillende doelgroepen, waaronder veel zakelijke reizigers en werknemers. Dagjesmensen vormen daar maar een deel van.”

Loos: „We zijn eigenlijk geen taxi meer. Bij een taxi betaal je voor de boot, nu betaal je voor het ritje. En regelmatig stappen onderweg ook andere mensen op.”

Een bus dus?

Van der Have: „Nee, we zijn geen bus maar een deeltaxi. Een bus rijdt een dienstregeling. Wij denken namelijk dat het vervoer aan het veranderen is. Daar praten we ook met de RET over. Het gaat van dienstregeling naar vervoer op aanvraag. Wij doen dat al, en delen dat vervoer op aanvraag al. Dat ligt dicht tegen openbaar vervoer aan.

„Dat biedt mogelijkheden. Van vervoer in vaste lijnen, kan je nu denken in vervoer op aanvraag, of op bepaalde delen van de dag op vaste lijnen en verder op aanvraag. Dat verbetert de bezettingsgraad van je vervoermiddelen enorm.”

Burgemeester Ahmed Aboutaleb en Daan van der Have. Foto Walter Herfst

Wat heeft de Watertaxi met de RET te maken?

Van der Have: „Wij willen onderdeel worden van het vervoerssysteem van de stad. Op het water, maar ook op het land, met fietsen. Nu vaart er nog een RET-waterbus van de Willemskade naar de RDM. Die concessie loopt af, en iedereen maakt zich zorgen dat hij zo vaak leeg heen en weer vaart. Wij hebben een voorstel gedaan aan de gemeente, Havenbedrijf en Metropoolregio Rotterdam Den Haag voor een oplossing waarmee de bereikbaarheid van RDM en Merwe4haven verbetert. Door voor veel minder geld een betere dienstverlening te garanderen, onder andere door een hogere frequentie van afvaarten. Men wil die twee gebieden als innovation-district neerzetten, maar er is geen verbinding tussen over water. Dat heb je hiermee voor elkaar.”

En die fiets?

Van der Have: „Wij vinden dat er een systeem voor een Rotterdamse stadsfiets moet komen. Twee jaar geleden hebben we ons plan daarvoor gepresenteerd bij wethouder Langenberg. Die was daar niet zo enthousiast over: ‘iedereen heeft al een fiets, en we hebben de Go-bike’.

Maar de Erasmus-universiteit heeft onderzoek gedaan, en wij op onze beurt hebben steden als Antwerpen, Londen en Parijs bezocht. Het beeld dat zich opdrong was dat je het niet aan de markt moet overlaten, maar als stad zelf moet zeggen wat je wil: een deelfietsensysteem dat aan een aantal eisen voldoet.”

Foto Walter Herfst

Welke eisen?

Van der Have: „Een van de belangrijkste is dat de deelfiets vaak per dag gebruikt wordt. Daarvoor is een goede her-distributie van die fietsen nodig. In Antwerpen haalden ze 10.000 ritjes per dag, omdat ze in staat waren dagelijks de helft van de deelfietsen te her-distribueren. Bij het station worden bijvoorbeeld veel fietsen opgehaald, en weer ergens anders neergezet. Dan heb je minder fietsen nodig voor een groter aantal verplaatsingen.”

In Rotterdam zijn nu juist van die ‘zwerffietsen’ over neergestreken.

Van der Have: „Ja, de Chinese fiets kwam naar Rotterdam, en de gemeente dacht: het deelfietsenprobleem wordt door de markt opgelost. De gemeente hoeft alleen maar marktmeester te zijn. Wij zeggen: nee, de gemeente moet een deelfietsensysteem aanbesteden dat onderdeel is van het vervoerssysteem van de stad. Dus overal waar je uit de bus, tram metro stapt moet een station zijn met fietsen.

„Er is net onderzoek uit in de VS, in 5 grote steden die allemaal een systeem met docking stations hebben, voor een belangrijk deel door de overheid gefinancierd. Daar zijn nu ook Chinese fietsen terecht gekomen. Uit cijfers over 2017 blijkt dat 86 procent van de miljoenen fietsritten per jaar met de deelfietsen van de stad werden gemaakt. En 16 procent van de ritten is met de zogeheten free-floaters gemaakt, maar die hebben daarvoor wel de helft van de in de stad aanwezige deelfietsen nodig. ”

Loos: „Het is raar: als je als gemeente nadenkt over hoe mensen zich over 5 of 10 jaar verplaatsen in de stad, dat je dan zo weinig informatie hebt over nieuwe ontwikkelingen. Terwijl je gewoon naar die andere steden kan kijken hoe het werkt, de informatie is er. Er wordt ook slecht nagedacht over de publieke ruimte. Die is zo kostbaar bij ons, maar fietsen zijn roerende zaken, dan maakt het niet uit dat die overal worden neergegooid.”

Wat is de kans dat de stad met een eigen deelfietsensysteem komt?

Van der Have: „We merken bij de collegevorming dat partijen als GroenLinks, PvdA, zelfs de VVD zich realiseren dat er een grote inspanning moet worden gedaan om de groei van het autoverkeer te stoppen. Dat het beslag van het autobezit op de openbare ruimte in de stad omlaag moet. Dat is een hele grote omslag. Ook daarom praten we met de RET. Wij willen voor het openbaar vervoer de flankerende mobiliteitsdienst zijn die op het water én in de stad zorgt voor alle korte ritjes die er zijn. Uiteindelijk, daar is de RET van overtuigd, kan je daarmee het openbaar vervoer aantrekkelijk maken. Als je naast het OV ook de laatste twee kilometer hebt, hoef je de auto niet meer te gebruiken.”

    • Elsje Jorritsma