Recensie

Vooral veel bijzaken over het Wildersproces

Simon(e) van Saarloos De auteur volgde het Wildersproces op belichaamde wijze in een poging het te begrijpen. De vele zijwegen bewijzen de lezer echter geen dienst, en hij komt weinig te weten over Wilders, maar veel over Van Saarloos.

Simone van Saarloos begint haar boek met een droom. Geert Wilders zit op een barkruk in de keuken van haar ouderlijk huis, haar moeder kookt. Van Saarloos overhandigt Wilders een pakketje uit Israël. Daarna rijdt een hijgend hondje tegen haar been op. Zijn ogen worden steeds groter, nemen zijn hele kop in beslag. Het beest blijkt bezeten door Wilders.

In een andere droom over de politicus staat hij terecht voor de verkrachting en moord op een aantal meisjes. ‘Hij heeft zelfs hun vlees opgegeten.’

Zelf deed Simone van Saarloos geen aangifte tegen Geert Wilders na zijn minder-Marokkanen-uitspraak in 2014. ‘De vakjes voor “haatzaaien” en “discriminatie” kreeg ik wel aangekruist, maar de stippellijntjes die bedeeld waren voor enkele zinnen ter motivering van de aangifte kreeg ik niet behoorlijk gevuld.’

Enz., de titel van het boek, verwijst naar het één A4’tje tellende verkiezingsprogramma van de Partij voor de Vrijheid voor de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar. Punt 7 van dat programma luidt: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.’ Wie denkt dat de ondertitel van het boek, ‘Het Wildersproces’, erop wijst dat Van Saarloos de zaak tegen Wilders zal reconstrueren, komt bedrogen uit.

Dit boek gaat over Van Saarloos. Het zit vol met zijpaden, observaties en gevoelens die moeilijk in verband te brengen zijn met de zaak. Het zijn persoonlijke details. Ergerniswekkend veel details. Op de eerste dag dat ze de rechtbank bezoekt vergeet ze lunch mee te nemen. Daarna lees je bij zo’n beetje elk bezoek dat ze eerst lunch wil halen omdat ze niet nog eens met honger in de zaal wil zitten.

Ze beschrijft dat ze een keer een SOA-test deed, en na afloop geen folder kreeg over veilig vrijen, omdat de arts een fijn gesprek met haar had gevoerd en hij ervan uitging dat zij, met haar universitaire studie, wel sex smart zou zijn. Ze beschrijft haar menstruatiekrampen, de damestoiletten in de rechtbank. Ze weidt regelmatig zo ver uit dat de lezer vergeet dat ze in de rechtszaal zit.

Daar is de schrijfster zich ook van bewust. Ver over de helft van het boek benoemt ze het: ze ‘was nieuwsgierig naar Wilders en hoopte hem dagen achtereen te kunnen bestuderen. ‘Maar vanaf de eerste dag, de regiezitting in maart, voel ik dat dit alles op de tweede plek komt. Prioriteit ben ik zelf.’ Dit had het moment kunnen zijn waarop duidelijk wordt waarom ze ervoor koos om dit boek zo persoonlijk te maken, een vraag die al lezend met regelmaat opkomt. Maar nee, de opsomming die volgt gaat weer over onbenulligheden.

Soms komt ze in de buurt van een interessante observatie. Als ze weet dat rechters een mediatraining krijgen, gaat ze erop letten of dat terug te zien is. Maar voor je het weet gaat het weer over de hoofdpersoon van dit boek: Van Saarloos. Ze reist af naar Israël, naar de mosjav Tomer, waar Wilders als tiener werkte en woonde. Ze beschrijft de reis uitvoerig, maar komt vrijwel niets te weten over zijn tijd daar. Van Saarloos is er bijna elke dag van het proces bij. Ze wil ‘het’ begrijpen, zonder precies te weten wat ‘het’ inhoudt. Sterker nog, ze vermoedt dat ‘het’ niet bestaat. Aan het einde van het boek is geen conclusie verbonden. De lezer weet niet of ze heeft gevonden waar ze naar op zoek was, maar blijft achter met een boel nutteloze observaties door en over Simone van Saarloos.