Vogels (én muggen) ontdekken het nieuwe Marker Wad

Eilanden Markermeer

Vijf nieuwe eilandjes moeten het Markermeer een ecologische impuls geven. Nu al lijkt het erop dat het een vogelparadijs wordt.

Dansmuggen bevolken de recentelijk aangelegde Marker Wadden, vijf eilandjes in het Markermeer. Ze zijn nuttig voor de vogels: „Het is uitstekend vogelvoer.” Foto’s Liesbeth Bakker / John Gundlach

De gele planken van een bouwkeet op de Marker Wadden zijn hier en daar grijs. Ontelbaar veel muggen plakken tegen het hout. „Dansmuggen”, zegt Liesbeth Bakker. „Ze steken niet.” Nuttig zijn ze volgens de bioloog zeker. „Het is uitstekend vogelvoer.”

We staan op een van de vijf eilanden van de Marker Wadden, een nieuw stukje Nederland in het Markermeer. De bouwers van Boskalis hopen na de zomer het archipelletje op te leveren. Dan mag het publiek erheen. Samen beslaan de eilanden ongeveer duizend hectare. De aanleg van de reeks eilanden is een idee van Natuurmonumenten.

Ruim twee jaar geleden begon de aanleg, en we zien nu de eerste tekenen van wat een „vogelparadijs” moeten worden. Er is weliswaar nog geen kroeskoppelikaan gesignaleerd, de soort die directeur Marc van den Tweel van Natuurmonumenten een jaar geleden noemde toen koning Willem-Alexander, op bezoek bij de Marker Wadden, vroeg wanneer het project geslaagd kon worden genoemd. „Misschien zien we de kroeskoppelikaan volgend jaar”, zegt Liesbeth Bakker, leider van het ecologische onderzoek dat onlangs is begonnen. Maar veel andere vogelsoorten hebben de Marker Wadden inmiddels wel ontdekt; oeverzwaluwen, kluten, plevieren, geoorde futen, visdieven en, af en toe, de zeearend. „Die zit in de Oostvaardersplassen. Met een paar vleugelslagen is hij hier”, zegt Bakker.

De eilandjes moeten het Markermeer een ecologische boost geven. Het water ter plaatse is al decennia lang een troebele, grijze soep, waar weinig meer wil groeien en leven. Dat komt doordat fijn slib sinds de bouw van de dijk tussen Enkhuizen en Lelystad, in 1976, niet meer weg kan, maar bij harde wind en storm wel voortdurend opdwarrelt. De eilandjes moeten daar een einde aan maken. Langs de oevers is riet geplant, in ondiepe luwten langs glooiende oevers gaan hopelijk weer veel vissen paaien. Er is bovendien een twee kilometer lange, honderd meter brede en zes meter diepe geul in de bodem van het Markermeer ten zuidwesten van de eilandjes gegraven. Daarin verzamelt het vuile slib zich, om vervolgens daaruit met enige regelmaat te worden verwijderd.

„We hebben deze eilandjes mede aangelegd om ervan te leren”, zegt Roel Posthoorn, projectleider van Natuurmonumenten en bedenker van het plan. „Sommige processen verlopen sneller dan we hadden verwacht, zoals de explosie van insecten, en de aanwezigheid van zo veel vogels. Andere processen gaan trager. Zo loopt het slib van het Markermeer in een nog laag tempo in de geul die we hebben gegraven.”

Lees ook: Nieuwe natuur: geulen, slikken en rietkragen

Op de eilanden is het een gekrijs van jewelste. Het meeste lawaai maken niet de bouwmachines maar de kokmeeuwen. Met een terreinwagentje verplaatsen de onderzoekers zich door het nog lege landschap, met ingezaaid riet en heel veel plukjes moerasandijvie, een behoorlijk zeldzame plant die niettemin op droogvallende gronden in groten getale voorkomt. Het land, opgespoten met klei en slib uit het Markermeer zelf, raakt volgens Roel Posthoorn „razendsnel” begroeid. „Wat je nu ziet, zie je nooit meer.”

Senior onderzoeker Liesbeth Bakker loopt naar een van de tenten waarin insecten worden gevangen, een malaise trap, en beziet de vangst; muggen, vliegjes en spinnetjes die in een beker met alcohol zijn gevallen en daar dood drijven. „Die gaan we in het laboratorium bestuderen.” Even verderop checkt ze de vangst van de loopkevervallen; minuscule tentjes waarin de kevers als door een valkuil worden verrast. Bakker: „Hoe meer insecten, hoe meer kans op een vogelparadijs. In tegenstelling tot de trend in heel Europa zijn deze eilanden extreem productief wat betreft insecten. Maar hoe productief precies? Dat willen we weten, en vergelijken met andere gebieden.”

Twitter avatar arjenschreuder arjen schreuder Bioloog Liesbeth Bakker legt uit hoe ze loopkevers vangt op de Marker Wadden https://t.co/rr6GtVSd1K

Terug op de boot naar Lelystad vertelt projectleider Roel Posthoorn dat de Marker Wadden zijn aangelegd volgens de „paradox” dat natuur enerzijds „eigenlijk niet maakbaar” is, maar dat anderzijds wel „ingrijpen” noodzakelijk was om de natuur van het Markermeer te helpen. Posthoorn: „Sommige mensen vinden dat we de natuur hier moeten aanleggen en wegwezen. Dat doen we niet. We leggen een haven aan, en we gaan ook nog veel wandelpaden aanleggen en observatiehutten en een uitkijktoren bouwen.” Er komt vermoedelijk ook een veerdienst, onder meer voor bezoekers die op het strand van het grootste van de vijf eilanden willen liggen. De ander vier eilanden blijven gesloten voor het publiek. Dat dan weer wel.

    • Arjen Schreuder