opinie

De integratie van Syriërs blijft een grote opgave, ook voor ‘ons’

Alle zeilen bij voor de vluchtelingen in Nederland – het eerste diepteonderzoek van het Sociaal- en Cultureel Planbureau naar het welbevinden van de gevluchte Syriërs laat zien dat ze hier tegen dezelfde problemen oplopen als de Eritreeërs, Iraki’s, Somaliërs en Afghanen. Dat is niet onverwacht, maar onderstreept wel hoe taai die problemen zijn en hoe urgent een goede integratie.

Vluchtelingen blijken kwetsbaar door hun oorlogservaringen, zowel mentaal als fysiek. De vlucht was traumatiserend, de zorgen over de thuisblijvers groot, evenals de stress om het hier zo snel mogelijk ‘te maken’. Slaagt het opvangland erin om de overgang naar werk, huisvesting, onderwijs snel goed te regelen, dan is er op termijn winst. Een volgend ‘multicultureel drama’ van isolement, achterstand en wederzijds onbegrip kan dan mogelijk worden voorkomen.

Of dat besef in bestuur en politiek voldoende leeft, is nog maar de vraag. Vluchtelingen zijn behalve hun vaderland, cultuur, klimaat en familie ook hun sociale en economische status kwijt. Zij staan op nul – met onbruikbare diploma’s of beroepserkenningen in een volledig onverstaanbaar land. Of Nederland dat met de Syriërs beter aanpakte dan met eerdere groepen lijkt niet het geval, gezien de toch vrij magere resultaten die het rapport ‘Syriërs in Nederland’ laat zien. Wel is de gunstige conjunctuur in ieders voordeel – zij vormen een gewillige arbeidsreserve in een krappe tijd.

De Syrische groep blijkt zich in een aantal opzichten positief te onderscheiden, waardoor het deze groep op langere termijn mogelijk wat beter kan gaan. Ze hebben verrassend veel contact buiten hun groep, met Nederlanders. Hun kinderen doen het goed; hun ouders zijn blij met het perspectief voor hun kinderen hier. Zij geven (nog) gunstige recensies van Nederlandse instituties en het contact met de autochtonen. Bijna 80 procent voelt zich thuis in Nederland, een derde geeft aan zich ‘Nederlander te voelen’, een opvallend hoog percentage. Daarop kan gebouwd worden.

Lees ook: Syrische vluchtelingen voelen zich hier thuis, maar zijn niet gelukkig

Over principiële gelijkheid tussen man en vrouw op de arbeidsmarkt blijkt twee derde van Syriërs het bijvoorbeeld eens. In cultureel opzicht is de groep conservatief: homoseksualiteit ligt moeilijk. Enquêtevragen daarover bleven vaak onbeantwoord.

Voor alle vluchtelingen geldt dat taal en werk de belangrijkste obstakels zijn. De Syriërs, met 44.000 de grootste groep onder de 70.000 statushouders in Nederland, halen nu een deelname van 12 procent aan de arbeidsmarkt. Van alle vluchtelingen heeft binnen 2.5 jaar na de verblijfsvergunning gemiddeld 11 procent betaald werk. Eritreërs blijven daar ruim onder, Afghanen zitten er ruim boven, Syriërs doen het ietsje beter.

Met zo’n 90 procent bijstandsafhankelijkheid betekent het ook dat deze groep arm is, beperkt kan reizen, niet kan investeren in opleiding en kan stagneren in ontwikkeling. Aan hun vlucht heeft 82 procent een schuld aan smokkelaars overgehouden. De Nederlandse taal leren is voor hen, evenals voor anderen uit Arabische of Oosterse landen, een zware opgave. De toelatingsprocedure voor Syriërs verliep relatief snel, maar de wachttijd in de opvangcentra is hun zwaar gevallen. In die zin onderstreept dit eerste rapport de zwakte van de Nederlandse toelatingsprocedure: het isolement, het gedwongen nietsdoen, het leven in een wachtkamer, werkt lang door. Een aantal lichtpuntjes daargelaten is de integratie van Syriërs dus nog steeds een grote opgave. En niet alleen voor hen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.