opinie

    • Auke Kok

Van het gedoe over straatnamen zijn we voorlopig nog niet af

Ik weet wel ongeveer wat u denkt over de kwestie van het Stadionplein, dat eerst wel, en nu mogelijk weer niet Johan Cruijffplein zal gaan heten. Voor- of tegenstander, u zult woorden als ‘wat een gedoe’ of ‘wat een emoties’ mompelen als het gekrakeel tot u komt. Iedereen te vriend houden is vrijwel uitgesloten bij dit soort eerbetoon. Voor je het weet regent het verwijten en al dan niet verdraaide historische feiten.

Daar moest ik opnieuw aan denken toen ik laatst over de Berlagebrug fietste. Ik schreef er al eerder over, juist in mei beleef ik daar mijn achtmeimoment: geen vrijheidsgevoel zo mooi als wanneer je net als de Canadezen op 8 mei 1945 vanuit Oost de Amstel oversteekt. De wind om je hoofd, het water dat majesteitelijk breed de stad in kruipt, daar gaat niets boven.

Brug afdalen, de Vrijheidslaan in.

Nee, de Stalinlaan in.

Of wacht, de Amstellaan in.

Amstellaan, zo heette die laan in Zuid al vele jaren toen onze bevrijders er in 1945 werden toegejuicht. Maar precies een jaar later bracht Winston Churchill sigaren rokend en V-tekens makend een bezoek aan Amsterdam, en bij die gelegenheid werden de drie lanen die zo mooi samenkomen bij de Wolkenkrabber veranderd in Stalinlaan, Rooseveltlaan en Churchilllaan: eerbetoon aan de drie sterke mannen die nazi-Duitsland hadden verslagen. Praktisch niemand vond ‘Stalinlaan’ misplaatst, voor zover ik kon nagaan. Misschien niet zo gek: dat partijleider Jozef Stalin de immense Sovjet-Unie onder de knoet hield was geen geheim, het ging om zijn rol bij de bevrijding.

Bladerend door de digitale schatkamers van de Koninklijke Bibliotheek lees ik in het toch niet pro-communistische Algemeen Handelsblad zelfs in 1955 nog woorden als „absoluut heerserschap” om Stalin te typeren; niet bijvoorbeeld „misdadige dictatuur”.

Dat werd allemaal anders in november 1956. Na het bloedig neerslaan van de Hongaarse opstand door Sovjettanks begonnen de naambordjes in Amsterdam-Zuid te jeuken. Dat ‘Stalin’ moest weg en snel ook. Ten stadhuize liep het debat hoog op, in zoverre dat de meeste partijen achter een naamswijziging stonden en dat alle raadsleden van die partijen de raadzaal verlieten toen de woordvoerder van de toen nog stevige communistische fractie (acht zetels) het woord nam. Hij vond de protesten maar „gejank om de vrijheid”.

Het spookte vervolgens in de kranten — het was hartje Koude Oorlog.

De Stalinlaan werd vliegensvlug omgedoopt in Vrijheidslaan. Het ironische was alleen dat Stalin in 1956 al drie jaar dood was. De besnorde Sovjetleider had aan veel dingen schuld, maar in directe zin toch niet aan die inval in Hongarije.

Gedoe en emoties, ook toen al, net zoals vele jaren later de Karel Lotsylaan plotseling Gustav Mahlerlaan moest gaan heten. Wat vage beschuldigingen in een proefschrift en hupsakee, weg die bordjes in Buitenveldert. Denkend aan de Coentunnel en andere verwijzingen naar koloniale heersers op straatbordjes, op gevels van scholen en organisaties, zeg ik u: van het gedoe & emoties zijn we voorlopig nog niet af.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok