Over psychische klachten spreek je niet

Gezondheid Vier op de tien Syrische statushouders in Nederland zijn ‘psychisch ongezond’. Klacht nummer één: stress.

Hani Amara/Reuters

Het is 29 augustus 2014 als Heythim, een Syriër uit Damascus, met nog zo’n tweehonderd vluchtelingen aan de Libische kust op een grote boot van een smokkelaar stapt. Zijn reisbestemming is Italië. Na enige tijd kapseist de boot en valt iedereen in het water. Tientallen mensen, volwassenen en kleine kinderen, verdrinken voor Heythims ogen. „Het was zeven uur overleven in het water.”

De Syriër vertelt er in de psychiatrische praktijk van Aram Hasan in Rotterdam-Noord met vlakke stem over. Zijn handen heeft hij in elkaar gevouwen, zijn ogen staan dof en zijn vooral op het witte tafelblad gericht. Heythim (55), die uit schaamte niet met zijn achternaam in de krant wil, slaapt slecht en heeft nachtmerries. Hij heeft hoofdpijn en is vermoeid – zijn eten bestaat uit fastfood. Bij de Nederlandse taallessen (drie keer per week een paar uur) neemt hij niks op. Psychiater Hasans conclusie: Heythim is depressief.

Vier op de tien Syrische statushouders zijn „psychisch ongezond”, vaak zenuwachtig, somber, neerslachtig, blijkt uit onderzoek waarover het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deze vrijdag publiceert. Bij Nederlanders ligt dat bijna tweederde lager. Volgens het SCP-rapport is het „uiterst onwaarschijnlijk” dat dit door een „cultuurverschil” komt.

De Gezondheidsraad schatte in 2016 dat 13 tot 25 procent van de vluchtelingen in Nederland kampt met een posttraumatische stressstoornis of een depressie. Onder de Nederlandse bevolking is dat tussen de 2,6 en 6 procent.

Verward gedrag

Op Bevrijdingsdag verwondde de 31-jarige Syrische Malek F. in Den Haag drie mensen levensgevaarlijk met een mes. De politie schoot F. bij zijn arrestatie neer. Hij was eerder opgenomen geweest in Parnassia. Zijn broer had bij die ggz-instelling, het wijkteam en het Meldpunt Verwarde Personen van Den Haag verschillende keren gemeld dat Malek gevaarlijk was en verward gedrag vertoonde, maar daarmee was niks gedaan, zei hij in het AD. De familie heeft nu aangifte gedaan tegen Parnassia, omdat de instelling te weinig zou hebben gedaan met de waarschuwingen en daarom schuld zou dragen aan het letsel van F. en zijn slachtoffers.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzocht hoe het gaat met Syrische statushouders in Nederland: niet zo goed

Aram Hasan vluchtte om politieke redenen in de jaren negentig uit Syrië naar Nederland. Hij studeerde af in geneeskunde en werkte bij behandel- en expertisecentrum voor psychotrauma Centrum 45. Enkele maanden geleden begon hij een eigen praktijk voor vluchtelingen. Syriërs die met zichzelf in de knoop zitten benaderen hem vrijwel dagelijks, telefonisch of via Facebook. Klacht nummer één: stress.

Deze mensen willen snel iets bereiken, zegt Hasan, een opleiding, baan, eigen huis, en dat gaat vaak niet snel genoeg. Ze wachten volgens het SCP gemiddeld negen maanden in de opvang. „Dat zorgt voor stress en frustratie.”

En dan is er het thuisfront. De meeste Syrische statushouders hebben nog familie in het thuisland, zegt Hanaa Subeh. Ze werkte in Syrië tien jaar als arts en kwam eind december 2014 naar Nederland. Als ‘sleutelfiguur’ van kenniscentrum Pharos houdt Subeh een vinger aan de pols van de Syrische gemeenschap in Nederland. Als je op het nieuws ziet dat er in Syrië bommen ontploffen, zegt ze, denk je meteen aan je familie. Heythim erkent dat: zijn dochters van 19 en 17, zonen van 11 en 7 en zijn vrouw wonen nog in Syrië.

Taboe

Ondanks de psychische klachten gaan Syriërs niet snel naar een arts, blijkt uit het SCP-rapport. Van hen heeft 7 procent contact gehad met een psycholoog of psychiater, tegenover 10 tot 14 procent van de Nederlandse bevolking. De huisarts bezoeken ze juist wel regelmatiger dan Nederlanders. Dat is „opmerkelijk”, volgens de auteurs van het onderzoek, aangezien het percentage psychisch ongezonde Syriërs hoog is.

Subeh heeft er wel een verklaring voor: „Over psychische klachten spreek je in Syrië niet, dat is taboe.” Aram Hasan zegt dat Syriërs ook niet goed weten wat het beroep van psychiater inhoudt. Ze denken, zegt hij, dat ze net zo goed met vrienden over hun psychische problemen kunnen praten.

Lees ook: Met trommels en trompetten vergeet je bij Suryana de oorlog

Heythim trok zelf niet aan de bel over zijn klachten. Het viel medewerkers van Vluchtelingenwerk op dat hij een terneergeslagen en angstige indruk maakte. Ze polsten wat er aan de hand was, maar kregen moeilijk grip op hem. Uiteindelijk kwam hij terecht bij Hasan in Rotterdam. Werd Heythim eerst nog door een begeleider naar de praktijk gebracht, bij de derde afspraak kwam hij al op eigen gelegenheid, zegt Hasan trots.

Net als het merendeel van de Syriërs – 93 procent, volgens het SCP – ziet Heythim zijn toekomst in Nederland. Hij hoopt ooit een eigen zaak op te zetten; in Syrië runde hij een winkel in zoetigheid. „Daar was ik iets, hier niets.”

Maar hij heeft nog een lange weg met talrijke behandelingen voor de boeg, zegt Hasan. Heythim heeft mogelijk ook een posttraumatische stressstoornis opgelopen, denkt de psychiater.

„Als ik thuis ben, heb ik geen rust”, zegt Heythim. „Ik ben angstig over wat morgen komen gaat.”