Om mee te slepen heeft Verdi meer nodig

Opera Een opera die zo ouderwets oogt als nu Verdi’s ‘Un Ballo in Maschera’ bij Opera Zuid is zeldzaam in Nederland. De voornaamste attractie is Philharmonie Zuidnederland onder de jonge dirigent Karel Deseure.

‘Un ballo in maschera’ van Opera Zuid Foto Joost Milde

Ruisende galajurken, rokkostuums, Venetiaanse maskers – het is lang geleden dat er in Nederland een nieuwe operavoorstelling te zien was die zo ouderwets en pralend oogt als de nieuwe productie van Un Ballo in Maschera door Opera Zuid. Regisseur Waut Koeken, na het vertrek van Miranda van Kralingen de ondernemende intendant van het gezelschap, sloot voor deze productie een verbond met opera’s in Luxemburg, Nantes en Nancy. Daardoor was er voor de voorstelling zichtbaar meer budget beschikbaar dan gebruikelijk.

Verdi’s Un Ballo in Maschera (1859) gaat over koning Gustaaf III van Zweden, de charismatische, heimelijk homoseksuele kunstminnaar die in 1792 door de adel werd vermoord. Bij Verdi is Gustavo alleenstaand, en valt hij als een blok voor de vrouw van zijn vriend Renato, die hem daarop uit wraak vermoordt.

Koeken benadert Un ballo niet als een politieke parabel maar als een tekstboekopera over onmogelijke liefde en vriendenverraad. Basisdecor is een draai- en splitsbaar baroktheater – met veelzeggende barst in de gouden omlijsting. Zware, roodfluwelen gordijnen symboliseren in steeds wisselend perspectief dat achter elke voorzijde een achterzijde schuilt, achter elke buitenwereld een binnenwereld. Voor een koningsdrama is dat een slimme vondst.

Erg netjes

Maar binnen dat inventieve concept kleurt Koeken erg netjes binnen de lijntjes. Op walsen wordt gewalst, de zigeunerin heeft een kristallen bol, het wraakpistool zegt plof. Zo’n tekstgetrouwe uitwerking kun je natuurlijk net zo goed als een pluspunt opvatten, maar ook de personenregie blijft wat tam: tijdens de ouverture speelt Gustavo mijmerend met twee poppetjes uit zijn poppenhuis, zodat direct duidelijk is: díe is (onmogelijk) verliefd. En als Gustavo tenslotte dodelijk gewond de geest geeft, zingt hij zijn slotaria toch nog gewoon fier rechtopstaand.

Om mee te slepen heeft Verdi meer nodig. Dat surplus krijgt hij wél van de jonge dirigent Karel Deseure (1983). Deseure tovert in de bak met de uitstekend spelende Philharmonie Zuidnederland en geeft alle Verdiaanse, tussen licht en duister meanderende meestervondsten volop ruimte en kleur- van plokkerige doodsroffeltjes in de bassen tot sprookjesharpgetinkel en een lekker martiale banda.

De cast is minder stabiel. Tenor Adriano Graziani (Gustavo) houdt potig stand, maar je mist stromender belcanto. Pas in de slotscène weet hij te roeren. Verdienstelijke bijrollen zijn er van Kristina Bitenc (Oscar) en Jason Howard (Renato). Speciale vermelding verdient de jonge Nederlandse sopraan Jannelieke Schmidt als Amelia. Haar lenige, hoogste register kan nog winnen aan rijkdom, maar haar middenregister is rijk en warm.

    • Mischa Spel