Marcel de V. onderhandelt met Vestia om tegen banken te getuigen

Vestia-proces De oud-kasbeheerder van de woningcorporatie die zélf de deals sloot, is bereid om te getuigen tegen Deutsche Bank en andere banken.

Marcel de V. arriveert met zijn advocaat bij de rechtbank in Rotterdam. Foto David van Dam

Marcel de V., hoofdverdachte in het Vestia-proces, onderhandelt met de woningcorporatie om verklaringen af te leggen over de rol van de derivatenbanken.

„Het is heel pril”, zegt Marcel de V, de oud-kasbeheerder van Vestia die wordt vervolgd voor omkoping, oplichting en witwassen. Zijn civiele advocaat heeft onlangs contact opgenomen met Vestia’s advocaten van het kantoor Houthoff. Er zijn twee telefoongesprekken over een afspraak gevoerd, zegt hij.

De V. sloot bij Vestia voor miljarden aan derivatencontracten (renteverzekeringen) voor langdurige, grote leningen. Maar toen de rente tijdens de kredietcrisis niet steeg, maar scherp daalde ging Vestia bijna failliet aan margin calls (onderpandverplichtingen). Na harde onderhandelingen met de banken kocht Vestia de derivatencontracten af voor 2 miljard euro, waar andere corporaties 675 miljoen euro aan moesten bijdragen. Een parlementaire enquêtecommissie concludeerde achteraf dat veel derivaten de renterisico’s juist niet beperkten en niet passend waren voor woningcorporaties.

Lees ook de reconstructie over wat er misging bij Vestia: hoe smeergeld leidde tot systeemfalen.

‘Feestende banken’

De (inter)nationale derivatenbankiers zijn niet publiekelijk verhoord bij de parlementaire enquête en worden ook niet strafrechtelijk vervolgd. „De banken zijn de lachende derde”, zegt Marcel de V. „Dat irriteert me enorm. Ik vind dat banken gewoon hebben lopen feesten.”

Bij de afkoopregeling van de derivaten uit 2012 heeft Vestia het recht bedongen om tegen individuele banken rechtszaken aan te spannen. ABN Amro heeft in 2015 voor 55 miljoen euro geschikt met de woningcorporatie, wegens de rol van de bank en haar rechtsvoorganger Fortis Bank Nederland in de zaak. Het richtsnoer van Vestia in de nasleep van de derivatenramp is om zoveel mogelijk schade te verhalen.

Vestia voert in Londen een rechtszaak tegen Deutsche Bank en claimt daarin 830 miljoen euro van de bank. „Daar weet ik heel veel van”, zegt Marcel de V.. „Maar ik denk dat ik nog veel meer weet: ik werkte met vijftien banken, ook andere spelers. Ik weet hoe ze gewerkt hebben, wat ze gedaan hebben, de totstandkoming van de deals. Ik heb veel stukken gezien, ik was er zelf bij.”

Celstraf geëist

Marcel de V. staat zelf terecht omdat hij met tussenpersoon Arjan G. van FIFA Finance heimelijk 20 miljoen euro aan commissie op de derivatencontracten verdeelde. Het Openbaar Ministerie heeft woensdag tegen hem 4 jaar onvoorwaardelijke celstraf geëist met aftrek van (twee maanden) voorarrest.

Lees ook: OM eist tot bijna vijf jaar cel tegen verdachten Vestia-proces.

In een civiele rechtszaak die Vestia tegen hem had aangespannen is Marcel de V. vorig jaar veroordeeld tot een schadevergoeding van 11,5 miljoen euro. Hij is in hoger beroep gegaan, want hij ziet de miljoenen die hij ontving als neveninkomsten die hij niet hoefde te melden. De oud-kasbeheerder mocht zelfstandig deals sluiten, hield zich aan de beleidsregels en het financieel statuut en heeft Vestia niet benadeeld, bepleitte zijn strafadvocaat Jop Spijkerman donderdag in de rechtbank.

Bijstand

Samenwerking met Vestia kan Marcel de V. mogelijk helpen in zijn hoger beroep of bij een eventuele schikking, erkent hij. „Ik heb niets te verliezen. Ik zit in de bijstand. Maar het is wel moeilijk om met ze te gaan samenwerken, want ze hebben me eerst volledig zwartgemaakt.”

Vestia „beraadt zich” op het aanbod van Marcel de V., reageert een woordvoerder: „De vraag is of een gesprek überhaupt zin heeft.”

Arjan G. heeft zich in 2012 aangegeven bij justitie. Hij verschafte Vestia informatie en heeft onlangs geschikt met de woningcorporatie. Justitie eist 4 jaar en 9 maanden onvoorwaardelijke celstraf tegen hem.

    • Eppo König