Foto ANP

Zestien impertinente vragen voor Hans van Manen: ‘Ik lieg zo vaak’

Impertinente vragen Choreograaf Hans van Manen (86) beantwoordde zestien impertinente vragen. Hij mocht er eentje doorstrepen, maar vond dat niet nodig.

Kunt u boos worden in het verkeer?
„Constant. Waarom sluiten mensen in de rij voor een stoplicht niet aan? Bumper aan bumper schiet het allemaal iets meer op. Ik vind mensen op de weg vaak asociaal, maar toeteren en schelden doe ik niet meer, daar ben ik mee opgehouden.”

Wat wilt u afleren maar lukt maar niet?
„Als ik iets wil afleren, doe ik dat. Mijn partner en ik zijn onlangs gestopt met roken. Een vriend van ons heeft stembandkanker, hij vertelde erover bij Pauw. Na de uitzending besloten we: dit moeten we niet meer doen. Ik rookte twaalf tot veertien sigaretten per dag. Stoppen met tabak was niet moeilijk, maar we rookten ook weleens een joint en dat kan nu ook niet meer.”

Bent u aantrekkelijk?
„Ik denk het wel. Ik had vroeger veel sjans, maar dat betekende niet dat ik tevreden met mezelf was. Ik had vrienden die ik mooier vond. Ik ben niets tekort gekomen, maar als ik nu terugkijk, ben ik te bescheiden geweest. Ik stak alle tijd in mijn werk.”

Wie is uw grote liefde?
„Mijn partner Henk, met wie ik al 46 jaar samen ben. We hebben wel ieder ons eigen huis, dat werkt erg goed.”

Hoe vaak slapen jullie bij elkaar?
„We gaan nogal vaak op reis en dan hebben we niet ieder een eigen kamer. Dat is mijn antwoord, klaar.”

Wat staat er in de koelkast als er bezoek komt?
„Altijd wijn, de flessen liggen opgestapeld. Ik probeer terughoudend te zijn met eten, dat noem ik niet diëten, maar ik sta altijd voor dansers en die zijn zo gedisciplineerd. Ze zien er adembenemend uit dus ik wil niet dik en volgevreten voor ze staan.”

Wat eet u als u alleen bent?
„Voor de lunch sashimi; rauwe tonijn en zalm. Met een glas wijn. ’s Avonds eet ik zelden alleen, maar als het gebeurt, dan maak ik altijd één gerecht: wok met garnalen, kip en groente en bami erbij.”

Wanneer hebt u voor het laatst gelogen?
„Ik lieg zo vaak. Ik was laatst in Düsseldorf, uitgenodigd door een collega voor de première van zijn stuk. Het was vreselijk, maar dat heb ik niet tegen hem gezegd. Als de leugen niet bestond, was er geen diplomatie.”

Waar bent u bang voor?
„Verlies van vrienden. Maar daar heb ik me op voorbereid. Hoe? Door erover na te denken en te accepteren dat het gaat gebeuren. Zo gaat het leven, en ondertussen moet ik gewoon naar de visboer.”

Waaraan geeft u te veel geld uit?
„Alles wat ik verdien, geef ik uit. Ik heb 48 kunstobjecten in mijn huis. Die gaan naar het Rijksmuseum als ik dood ben. Ik geef ook veel geld uit aan reizen en restaurants, maar heb nergens spijt van.”

Wat doet u als u zenuwachtig bent?
„Dat ben ik zelden, maar dan neem ik twintig druppels valeriaan en dan ben ik er vanaf.”

Waar windt u zich over op?
„Hoe de danskunst gediscrimineerd wordt. Door recensenten, maar ook in gesprekken met kennissen en vrienden. Op een avond worden sommige kunstvormen – schilderkunst, theater, literatuur – wel tien keer besproken. Na anderhalf uur denk ik: wanneer gaan we het eens hebben over de danskunst? Ik erger me eraan dat we onderaan het laddertje van kunsten staan, terwijl de zaal altijd voor 96 procent vol zit.”

Hoe bent u als u een kater heeft?
„Dat heb ik nooit.”

Vorig jaar werd Hans van Manen 85. Onze redacteur zocht antwoord op de vraag: Wat is nou typisch Van Manen?

Hoe vaak sport u?
„Nooit. Ik pak de auto al om naar de bakker te gaan en ik ben twee jaar geleden verhuisd omdat ik geen trappen meer wilde lopen. In mijn nieuwe appartement is een lift. Bij repetities in de balletzaal beweeg ik ook weinig, ik geef vooral aanwijzingen.”

Hoeveel fooi geeft u?
„Dat heeft alles te maken met hoe ik word bediend. Als ik tevreden ben, meer dan 10 procent.”

Heeft u weleens iets gezegd waar u later spijt van had?
„Zeker, maar ik doe er iets aan. Ik ben vaak genoeg uit mijn slof geschoten, bij een repetitie bijvoorbeeld. Thuis denk ik er dan nog eens over na en bel ik iemand op. En het is ongelofelijk: het kan altijd opgelost worden.”

    • Carlijn Vis