‘Hoort deze meneer bij jou?’

Grunberg in het Stedelijk #24 De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Beeldbewerking NRC

De vergadering van de ondernemingsraad van het Stedelijk vindt plaats in een soort van geheim hok vlak bij de oude hoofdingang aan de Paulus Potterstraat. Er moeten verkiezingen komen voor een nieuwe OR.

Dorine, hoofd publieksservice, gaat dat organiseren. Ze draagt een donkerblauw T-shirt en is net zo doortastend als vier weken geleden toen ik voor het eerst met haar meeliep.

Voor de verkiezingen van de nieuwe OR zullen verkiezingsaffiches worden gemaakt die in de kantine zullen worden opgehangen. Vrijwel geen van de oude leden van de ondernemingsraad wil zich opnieuw verkiesbaar stellen. „Veel werk”, zegt curator Leontine, voorzitter van de OR.

Daarmee is de vergadering ten einde. Dorine vertelt nog dat de bezoeker van het museum net als de bezoeker van de dierentuin een ‘reis’ aflegt en dat het haar werk is die reis beter te maken.

In de kantine spreken we met Mustafa van de ICT die ruim acht jaar voor het museum werkt. Er zijn nieuwe scanners voor de kaartverkoop gekocht, die scanners zijn tegen de afspraak in nog niet geconfigureerd. Moet het museum zelf gaan configureren?

’s Middags komt Jeroen Hermkens met wie ik eerder een serie maakte voor NRC een naaktmodel schilderen. Het model Annabel heeft onverwacht twee andere naaktmodellen meegenomen, Josine en Mees. Het museum had laten weten: naakt is goed, zolang er niet gemasturbeerd wordt. Sommige bezoekers negeren de modellen, een enkeling maakt rechtsomkeert.

Ik durf mijn kleren niet uit te trekken in het museum, waardoor mijn schaamte het gesprek overheerst. „Is het museum een veilige plek?” vraag ik. Voor ik daar antwoord op heb gekregen komt er een interventie van kunstenares Wendelien.

„In de context van het museum is de naakte vrouw problematisch”, zegt Wendelien. „De mannelijke blik moeten we achter ons laten.”

De modellen denken daar anders over. „Waar is het mannelijk naakt?” vraagt Wendelien.

Vlak daarop trekt een mannelijke bezoeker zijn kleren uit, wat voor opschudding bij de suppoosten zorgt. Een suppoost zegt: „Ik heb te horen gekregen dat er vrouwelijk naakt is, van mannelijk naakt weet niets. Hoort deze meneer bij jou?”

„Nou”, zeg ik, „meneer is bezoeker.”

„Wil je vragen of meneer zich aankleedt?”

Ik vraag aan de bezoeker of hij zich weer wil aankleden en dat doet hij met zichtbare tegenzin.

Vrouwelijk naakt is een theoretisch probleem in het museum, mannelijk naakt een praktisch probleem. Daar valt nog wat emancipatorisch werk voor het Stedelijk te verrichten.

(Wordt vervolgd)