Recensie

Het paar is een tweekoppig monster

Tentoonstelling

De tentoonstelling ‘Couples Modernes’ in Metz geeft een overzicht van liefdesrelaties tussen kunstenaars. Maar erg modern waren die koppels niet.

Gustav Klimt en Emilie Flöge in de tuin van Klimts atelier, circa 1909 Foto Heinrich Böhler

Hoe modern zijn de kunstenaarsparen in de tentoonstelling Couples Modernes? Kijk, daar hebben we de bekende foto van de schilder Françoise Gilot, een van de vijf vrouwen met wie Picasso langere tijd een relatie had. Het is augustus 1948, zij loopt als een trotse godin over het strand, achter haar Picasso die haar een parasol boven het hoofd houdt. Maar haar werk als schilder duldde Picasso niet.

De surrealist Max Ernst poseert met Leonora Carrington, magisch-surrealist, bij een cottage in Cornwall (1937). Hij in werkmanskleding, zij met naakt bovenlichaam, koesterend en bezitterig bedekt hij haar borsten met zijn handen. Tien jaar later woont Ernst in Arizona met de surrealistische schilder Dorothea Tanning. Zij ligt, de ogen gesloten, gevlijd tegen een sjamanistische sculptuur van Ernst. De meester staat erachter, kijkt recht in de camera en omarmt haar met een arm van het beeld, grote staf in de hand. Het zijn intrigerende foto’s, maar ze geven niet per se weer wat je van een ‘modern paar’ zou verwachten.

Beroemd is de brief die Gustav Mahler op 19 december 1901 schreef aan zijn geliefde Alma Schindler, net als hij componist. „Ik moet het hier eerst over mijzelf hebben […] Ik moet mij verdedigen tegen jou en mijn muziek in haar ware licht plaatsen. […] Kan je voortaan mijn muziek niet als de jouwe beschouwen? Stel je het moment eens voor dat zo’n vreemde rivaliteit noodzakelijk belachelijk wordt? […] Hoe zie jij zo’n mengsel van componisten voor je? […] Denk je dat je een groots moment in je leven mist wanneer je jouw muziek compleet opgeeft om de mijne te bezitten en ook de mijne te zijn?” Alma legde zich erbij neer. In Ma Vie (1963) schreef ze: „Ik had een doel: mijn geluk opofferen aan dat van een ander.”

Het paar is een tweekoppig monster, schrijft Ella Biezunski in de catalogus, en dat laat de tentoonstelling treffend zien. In de eerste helft van de twintigste eeuw gaven kunstenaars uitdrukking aan een ingewikkelde tijd, in hun werk en ook in hun levensstijl. Couples Modernes is een reis door de geschiedenis van de moderne kunst, bezien vanuit een origineel perspectief en met veel zelden getoond en interessant materiaal.

De liefdesrelatie bood kansen op een nieuw perspectief op creativiteit en vrijheid. Sommigen zochten het in een spirituele heropleving, als alternatief voor materialisme en oppervlakkigheid. Zoals Kandinsky, die met Alexej von Jawlensky, Gabriele Münter en anderen een kunstenaarskolonie stichtte in het Beierse dorpje Murnau. Het was ook de tijd van de vrouwenbeweging, psychoanalyse en een zoektocht naar hybride identiteiten en seksuele zelfbevrijding.

Max Ernst en Leonora Carrington, in Lambe Creek, Cornwall, 1937. Foto Lee Miller Archives, England 2018

Overtuigd celibatair

Volgens Marcel Duchamp is erotiek de motor van het creatieve denken. Hij ironiseerde het idee van een vaste identiteit en nam in 1920 een vrouwelijk alter ego aan, Rose Sélavy. Duchamp was overtuigd celibatair, maar onderhield jarenlang een geheime verhouding met de kunstenaar Maria Martins, vrouw van de Braziliaanse ambassadeur. Uit deze periode stammen gipsen en bronzen afgietsels van vrouwelijke en mannelijke geslachtsdelen, en ook het fraaie ‘kuisheidshoekje’ (Coin de chasteté), een bronzen afgietsel van, vermoedelijk, een vulva in een blokje was.

Hugo Ball en Emmy Hennings stichtten in 1916 het dadaïstische Cabaret Voltaire, in Zürich, in ‘de haven van vrede’ die het neutrale Zwitserland was. Zangeres en danseres Hennings was een activistische anti-militarist, waarvoor zij in Duitsland gevangen had gezeten. Hennings was de ster van Cabaret Voltaire, door dans en poppenspel liet zij zien hoe fragiel menselijke relaties zijn. Volgens Dadaïst Richard Huelsenbeck gaf Hennings „stem aan onze collectieve haat jegens de onmenselijkheid van de oorlog”. Desalniettemin werd zij door andere Dadaïsten beschouwd als „non-intellectueel wezen, vervreemd van de werkelijkheid en naïef”. Dat overkwam ook Hannah Höch, een miltante kunstenaar tijdens de Weimar Republiek, die met de Dadaïst Raoul Haussmann het principe van de fotomontage uitvond. In Metz zijn haar fotografische deconstructies van De Vader of De bruid (Pandora) te zien.

Zelfs Sophie Taeuber-Arp, grote steunpilaar van de zachtmoedige Jean Arp, bleef publiekelijk vrijwel onzichtbaar. Zij kreeg in 1928 de opdracht om de inrichting en decoratie van Café l’Aubette te ontwerpen. Zij deed dit samen met Arp en Van Doesburg, zonder zelf iets te claimen. Van Doesburg eigende zich het Gesamtkunstwerk toe. En Taeuber-Arp, altijd discreet aan de zijde van Arp, was er niet bij toen Arp, Pougny en Moholy-Nagy het manifest ‘Appel pour un art élémentaire’ tekenden (in 1921 gepubliceerd in De Stijl).

Echte samenwerking

Zijn er op dit grote overzicht van liefdesrelaties tussen kunstenaars dan geen voorbeelden te vinden van gelijkwaardigheid en echte samenwerking? Jawel. In 1926 ontwierpen Eileen Gray en Jean Badovici Villa E 1027, een modernistisch woonhuis dat uitkijkt over de Middellandse zee. Gray was opgeleid in textiel en Japans lakwerk. Het karakter van de witte villa is tegelijk lyrisch en minimalistisch, en tactiel in het materiaalgebruik, met geglazuurde tegels en zonweringen van textiel. Behalve ontwerptekeningen zijn in Metz ook de meubels te zien die Gray voor de villa ontwierp. Het zijn fantastische houten kabinetten met kleine laden en deuren, en de beroemde Fauteuil Bibendum, met dikke rollen van zachtgeel leer.

Lees ook over de rol die een beroemde architect speelde: Hoe Le Corbusier Gray’s villa bekladde

Het allermooiste voorbeeld zijn Joseph (1888-1976) en Anni Albers (1899-1994). Zij ontmoetten elkaar in het Bauhaus van Walter Gropius in 1922 en emigreerden eind jaren dertig naar Amerika. Josephs schilderijen zijn een absoluut hoogtepunt van luminositeit en kleur in de geschiedenis van de abstracte schilderkunst. Anni’s weefsels zijn het hoogtepunt in de geschiedenis van twintigste-eeuws textiel, met geometrische patronen geïnspireerd door, onder andere, Mexicaanse kunst. Hun leven lang hebben de kunstenaars elkaar artistiek gevoed, zonder enige angst voor rivaliteit en zonder ooit concessies te doen aan het eigen werk.

    • Janneke Wesseling