Recensie

Gimeno straalt wel bij KCO, maar mist focus

Klassiek De dirigeercarrière van oud-Concertgebouwslagwerker Gustavo Gimeno loopt als een trein. Maar het programma met Barber en Tsjaikovski dat hij deze week leidt, miste tussen prachtmomenten focus en rust.

Gustavo Gimeno leidde de afgelopen vijf jaar al menig toporkest. Foto Anne Dokter

Vijf jaar geleden verruilde Gustavo Gimeno, slagwerker in het Concertgebouworkest, zijn trommelstokken voor een dirigeerstok. Sindsdien maakte hij een turbocarrière en keerde hij jaarlijks terug bij zijn oude collega’s – deze week voor een vrij curieus programma met prachtige vocale muziek van Samuel Barber gekoppeld aan ouvertures van Tsjaikovski.

Hoe gaat het met Gimeno? Carrièretechnisch goed: hij leidde al menig toporkest, en voor deze zomer staan nog engagementen bij de Wiener Symphoniker, Los Angeles Philharmonic en het orkest van het Mariinski-theater op de agenda. En toch prikkelde bij het concert van woensdagavond ook de vraag hoe steil je de opgaande lijn van een carrière eigenlijk moet wensen.

Zuidelijke loomte

Barbers prachtige Knoxville: summer of 1915 is wat dat betreft een meesterproef. Nog helder in de herinnering: de zuidelijke loomte waarmee dirigent Sakari Oramo en sopraan Renée Fleming dit lied – een door Barber geniaal in klank en sfeer getroffen, nostalgische jeugdherinnering – afgelopen juli in het Concertgebouw tevoorschijn toverden.

Gimeno liet de schommelbank op de veranda niet zomaar wat wiegen, hij gaf zetjes. Je snapt die reflex: willen stuwen, de klank vormen (veel klonk sowieso wat hard). Maar er stroomt ook van alles als je niks doet. Indrukwekkend was het aandeel van ‘onze’ internationale stersopraan Eva-Maria Westbroek, artist in residence bij het Concertgebouw dit seizoen en over drie weken alweer terug voor een Wagner-programma met chef Daniele Gatti. Ook zij zong het lied met relatief veel drama, en of dat mooi is, is smaak: de gezongen aria’s uit Barbers opera’s Vanessa en Antony en Cleopatra pasten haar powergeluid in die zin beter: daar gloeide het drama tot in de kleinste hoeken van de zaal. Maar je voelde woord voor woord dat ze van Knoxville houdt.

Gebrek aan focus

De bejubelde vocale programmadelen werden geflankeerd door Tsjaikovski-ouvertures. Het wat pompeuze The Tempest, veelzeggend sinds 1873 nog niet eerder door het orkest uitgevoerd, is geen Tsjaikovski op zijn sterkst – al speelde het orkest prachtig. In de ouverture Romeo en Julia had Gimeno meer focus in details mogen aanbrengen: een ritmisch figuur in de hoorns klonk nodeloos hard, een spannende dialoog tussen fluiten en strijkers gleed zomaar weg. Soms straalde Gimeno wél: hij heeft momenten van brille, en zijn slag oogt prachtig en gedetailleerd. Maar nog niet alle kleuren die het Concertgebouworkest wel kan treffen, kwamen uit de verf. Nog niet.

    • Mischa Spel