Opinie

    • Ellen Deckwitz

Edities

Laatst belde de fantastische Janneke, met wie ik al sinds mijn twaalfde bevriend ben. Ze had eindelijk alle foto’s uit onze school- en studietijd gedigitaliseerd en nodigde me uit om een avond lang onze vroegere versies uit te lachen. Twee uur later zaten we ruim 24 jaar aan foto’s door te nemen: schateren om kapsels, het ophalen van vakantieherinneringen, het googlen van de jongens op wie we verliefd waren. We hebben beiden een redelijk goed geheugen maar desondanks kwamen er nogal wat foto’s voorbij waarvan we geen idee meer hadden waar ze waren genomen, wat we erop aan het doen waren, wat er destijds door ons heen ging. We zagen onze blije hoofden en het leken wel andere incarnaties.

Later lag ik daar in bed een beetje over te piekeren. Ze zeggen wel dat het leven snel gaat, maar dat is ook omdat je zo veel vergeet. We hadden een avond lang door talloze halfvergeten feestjes, vakanties en kroegavonden gebladerd. Waar haalden we de tijd vandaan? Hoe hebben we daarnaast ook nog diploma’s weten te behalen?

Ik moest denken aan Kurt Vonnegut, die in meerdere van zijn romans de Trafalmadorianen ten tonele voert: relatief vriendelijke buitenaardse wezens die eruitzien als wc-ontstoppers met een handje erop. De Trafalmadorianen beschikken over een soort totaal tijdoverzicht: ze zien tegelijkertijd wat er in het verleden, heden en de toekomst gebeurt en kunnen daartussen schakelen. Wanneer een Trafalmadoriaan bijvoorbeeld op een lijk stuit, denkt hij dat de overledene zich gewoon even in een belabberde toestand bevindt, maar dat hij op talloze andere momenten (als in: toen hij nog leefde) helemaal oké is. Ze weten zelfs hoe het universum eindigt (een Trafalmadoriaanse testpiloot drukt per ongeluk op de verkeerde knop en alles explodeert) en hebben daar geen enkele moeite mee: er zijn immers genoeg momenten waarop het universum wél bestaat.

Dus is het ook niet erg dat ik talloze momenten ben vergeten. Ergens is er nog steeds die lachende tiener in de sneeuw, ergens is er nog steeds die boze adolescent op een herfstavond in Nijmegen. Vergetelheid maakt de gebeurtenis niet ongedaan.

Mijn hele leven heb ik al het gevoel dat er constant iets verschrikkelijks te gebeuren staat, wat niet zo gek is als je deels bent opgevoed door iemand die de oorlog in een kamp doorbracht. Maar toen ik die foto’s terugkeek dacht ik ook: ergens bevindt zich nog die jongere editie van mezelf, stuiterend door het stadspark. Ik ben er geweest: het is misschien vergeten, maar kan nooit meer ongedaan worden gemaakt. Hoe sterfelijk ik ook ben.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz