Recensie

De man van buigend riet

Maarten van der Goes van Dirxland (1751-1826)

Deze vergeten politicus was de grondlegger van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Nu is eindelijk zijn biografie geschreven. Het is een belangrijk boek.

Maarten van der Goes van Dirxland, een vastberaden ‘technocraat’.

De worsteling met identiteit kleurt de Europese debatten van vandaag. Volken, naties, regio’s en staten lijken er drukker mee dan ooit. Een van de constanten die het huidige Europese zelfonderzoek aan de gang houdt, is angst voor verlies. We dreigen onszelf te verliezen; en zo onze samenleving te verwezen, onze waarden te besmeuren, onze vrienden te verwaarlozen en onze vijanden onvoldoende als zodanig te herkennen. We dreigen, kortom, onze ziel te verkopen, of hebben dat al gedaan. De hamvraag is dan natuurlijk: aan wie? Op die vraag bestaat maar één antwoord met de allure van consistentie: aan de Europese integratie.

Nederland is wat dit betreft gidsland. Want dit antwoord werkt als brandstof voor de voortdurende focus op nationale identiteit. Het doet het baken van de Hollandse natie fel afsteken tegen de duistere werelden van potverteren en verbrassen in katholiek Europa, en van dood en mensenrechtenschendingen in en rond de Middellandse zee. Die vervloekte Europeanisering!

Maar ook past dit antwoord helemaal niet bij de ontstaansgeschiedenis van het Nederland van vandaag. Want als het in die geschiedenis ergens om draaide dan was het wel om de Europese politiek, en de Europeanisering van Nederland in het bijzonder. Sterker nog, het was bij gratie van de Europese politiek dat het huidige Nederland kon ontstaan. Het cruciale begin daarmee werd gemaakt in de Bataafs-Franse tijd (1795-1814).

Hoe dat ging wordt uit de doeken gedaan in de biografie van Maarten van der Goes van Dirxland (1751-1826), de vergeten grondlegger van het huidige ministerie van Buitenlandse Zaken, geschreven door oud-diplomaat Pim Waldeck, die vorig jaar op Van der Goes promoveerde. Die biografie is een belangrijk boek.

In de tien jaar dat Van der Goes minister was, verkeerde het land in existentiële crisis. De handelsrepubliek was een speelbal geworden van de grote Europese mogendheden: Engeland, Frankrijk en Pruisen. Inlijving door Frankrijk leek het meest realistische toekomstscenario. Napoleon had het al over ‘Holland als een ‘satelliet’ van de ‘planeet’ Frankrijk’. Dat betekende iets, want Parijs was toen het ‘Brussel’. Van der Goes weigerde zich hierbij neer te leggen. Maar het spel dat daarvoor gespeeld moest worden was niet eenvoudig, gegeven de onmachtige positie van Nederland. Waldeck beschrijft dat diplomatieke spel tot in detail, omlijst door voorgeschiedenis en naspel, én inclusief de essentiële Europese context. Hij baseert zich daarbij op uitgebreid multinationaal archiefonderzoek en heeft voortdurend oog voor de verknooptheid van buitenlandse en binnenlandse politiek, familiale liaisons, persoonlijke ambities, intriges en andere lotgevallen. Dit leidt tot een rijke, leerzame tekst.

De biografie van Van der Goes verschaft dieper inzicht in het hoe en waarom van het Nederlandse buitenlandse beleid in Europa. Cruciaal daarin: de vluchtroute die Van der Goes identificeerde voor de staat Nederland. Deze liep via de politiek van de neutraliteit en Europeanisering van de Hollandse kwestie. Zo kon het krachtenveld tussen de ‘grote drie’ enigszins benut worden.

Deze strategie wist hij in praktijk te brengen als een ‘technocraat’. In die tijd omschreven met de metafoor van ‘buigend riet’. Wat men Van der Goes zag doen was apolitiek meebewegen, anticiperen op veranderende omstandigheden, en tijd kopen.

Dit beeld was vooral de buitenkant. De doelstelling van Van der Goes – het overleven van Nederland – was immers een ultiem politieke. De essentie zat erin dat Van der Goes dit doel nastreefde door de politiek zo veel mogelijk te laten verdwijnen. Uit deze biografie blijkt dat dit gezien kan worden als een tamelijk superieur staaltje van l’art du possible, waarmee Van der Goes de geboorte van het moderne Nederland begeleidde.

De tragiek van deze politiek schuilt in de argwaan die het zuivere apolitieke (en calvinistische) imago ervan kan wekken. Want ook neutraliteit is dubbelzinnig, ook Van der Goes hield zijn opties zo lang mogelijk open, schipperde, at van walletjes tegelijkertijd, en wekte zo wantrouwen bij anderen in binnen- en buitenland. En erger: ook in deze episodes van de Europese politieke geschiedenis bleken regels zelden regels.

Van der Goes doorgrondde deze strijd tegen en met de beeldvorming. De tegenstrijdigheden, echte en schijnbare, waarmee hij de strijd moest aanbinden, wist hij te verzoenen in een oer-Hollandse benadering van neutraliteit en pragmatisme. Het verhaal over het hoe en waarom daarvan biedt dieper inzicht in de huidige discussies in en over Nederland. Waldecks biografie van Van der Goes is, kortom, een waardevol geschenk van twee oud-diplomaten aan hun land, dat momenteel zo worstelt met zelfonderzoek.

    • Mathieu Segers