Column

Angst voor het reusachtige doek

Zap De VPRO zond woensdag ‘The End of Fear’ uit, een documentaire over de sensationele geschiedenis van het schilderij ‘Who’s Afraid of Red, Yellow, and Blue III’. Barbara Visser reconstrueert de affaire met prachtige beelden.

Renske van Enckevort schildert Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III in The End of Fear (VPRO)

Eerst een herinnering. Ik was veertien en ik zag de tentoonstelling La Grande Parade in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Daar zag ik voor het eerst, of voor het eerst met voldoende aandacht, de schilderijen van Barnett Newman. Dat er kunst bestond waar je zo in kon verdrinken, die je zo direct iets kon laten voelen waarvan je helemaal niet had vermoed dat het bestond – ik had er geen idee van. Zeker was dat dit liefde was en dat die niet meer zou verdwijnen.

Voor het vervolg van dit stukje zou het mooi geweest zijn als die coup de foudre was veroorzaakt door Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III, maar het overkwam mij bij het Newmanschilderij dat ernaast hing: Cathedra.

Veel tijd om alsnog voor Who’s Afraid te vallen was er niet, want een jaar later werd het aan flarden gesneden door een man uit Buitenveldert, die later ook nog Cathedra te grazen zou nemen. De restauratie door de Amerikaan Daniel Goldreyer, de man met de verfroller, liep uit op een ramp.

De trieste en sensationele geschiedenis van Who’s Afraid of Red Yellow and Blue was de aanleiding voor de woensdagavond door de VPRO uitgezonden documentaire The End of Fear van Barbara Visser. Ze reconstrueert de affaire in groot detail met prachtige beelden. Bovendien doet ze dat met het schilderij zelf. Op haar verzoek maakt kunstenares Renske van Enckevort (1985) een zo getrouw mogelijke kopie van het oorspronkelijke doek. Een briljant idee – al lijkt het natuurlijk op het tv-programma Het geheim van de meester.

Ik heb gesmuld van de documentaire. Geweldig zijn de zwart-witbeelden van het uitladen van het vijf meter brede schilderij na de koop in 1969. Een suppoost legt uit dat hij „er geen verstand van heeft”, maar dat hij naar de gezichten van de bezoekers kijkt om daar iets uit af te leiden. Iemand zegt daadwerkelijk een beetje bang te worden van het schilderij.

Na de aanslag stuurden andere Newmanhaters het Stedelijk brieven waarin ze hun blijdschap deelden – het soort agressie dat je nu vooral op Twitter aantreft. Ontroerend is het ooggetuigenverslag van de museumgids die „de moord op een kunstwerk” ontdekte; ze kan er nog steeds niet goed over praten. Pijnlijk blijft de wijze waarop directeur Wim Beeren van het Stedelijk zich juridisch in de hoek schilderde door zonder ruggespraak met een restaurator het prutswerk van Goldreyer goed te keuren.

Het spannendste deel van The End of Fear is het verslag van het schilderwerk van Van Enckevort, die stap voor stap door Newmans maakproces heen gaat, op basis van beeldmateriaal en beschrijvingen. Op een gegeven moment voelt ze fysieke angst voor het reusachtige doek. Wat als het losschiet van de muur en haar verplettert? De beelden tonen loepzuiver hoe zij in twee maanden dat hele proces heeft doorlopen. Zou er ooit iemand zo dicht bij het schilderij zijn gekomen?

Er zit echter ook een gek haakje aan The End of Fear. Ergens vraagt Visser aan Van Enckhoven voor welk percentage het ‘nieuwe’ schilderij nu wiens werk is. In elk geval 51 procent Newman, zegt Van Enckhoven. „Dan is er voor ons nog 49 procent over om te verdelen”, reageert Visser. Gekke vraag, dacht ik – maar als het moet: een half procentje voor het idee van de documentairemaker, de rest voor de schilder.

Heeft Visser wel begrepen wat haar eigen film zo voortreffelijk in beeld brengt? Dat het hart van de kunst van Newman niet een idee of een concept is, maar het schilderen zelf. Het gaat om het schilderij. Niet iets waar je over moet nadenken, maar iets waar je naar moet kijken om iets mee te maken. Steeds weer, zo lang het bestaat.