Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Winkeltijden

Een voor mij nieuw fenomeen is het ’s ochtends vroeg voor een winkel staan wachten totdat die opent. Ik weet niet of dat aan ons dorp of aan mij ligt, ik heb een ander ritme nu, maar in Amsterdam zag ik het nooit. Op de route naar de kinderopvang passeer ik vrijwel dagelijks het complete winkelaanbod van Wormer: de slager, twee bakkers, een Blokker en het Kruidvat. Weer of geen weer, maar een half uur voor opening klitten de eerste dorpelingen al samen voor gesloten deuren. Vooral voor die van het Kruidvat.

Eerst dacht ik dat er daar speciale aanbiedingen waren, maar nadat ik me gisteren, ik kon nog wel een doosje zuigtabletten Nicotinell 1 mg gebruiken, voor het eerst tussen de wachters voegde bleek het vooral een mentaliteitskwestie te zijn.

„Het zit in de genen, denk ik”, zei een grijze mevrouw in een gezellige bermuda. „Beter te vroeg dan te laat geboren, zeiden ze vroeger toch altijd?”

Na dit voor mij nieuwe spreekwoord keek ze zoekend naar bijval om zich heen.

Een ander, ze zei erbij dat ze op de basisschool bij de moeder van mijn vriendin in de klas had gezeten, zei: „Het zal maar op wezen…”

„Wat?”

„Nou, de paracetamol. Het zal maar op wezen, dan vis je achter het net.”

De enige man, hij stond erbij met de fiets in zijn hand, gooide er nu ook een cliché uit.

„Als je de tijd hebt, hoef je d’r ook niet op te letten.”

Twee andere vrouwen weigerden commentaar te geven, wel zo eerlijk om dat ook op te schrijven. Daarna hadden we het over het weer, ze hadden het warm.

Om vijf voor negen knipperden aan de andere kant van het glas de tl-lampen aan.

Het rolluik ging piepend omhoog.

Een meisje in Kruidvatkleren sjorde de aanbiedingen naar buiten. Rekken met teenslippers uit China, en huismerk-muggenstift.

De vrouw die paracetamol nodig had vroeg of ze alvast naar binnen mocht.

„Nee”, zei het Kruidvat-meisje.

Om negen uur precies zei de man die alle tijd had dat het negen uur was en dat hij volgens de sticker met winkeltijden op het raam nu toch echt naar binnen mocht.

De rest, ik ook, drong alvast dreigend naar voren.

„Nou, kom dan maar”, zei het Kruidvat-meisje, „maar ik ben eigenlijk nog niet helemaal klaar.”

Ik kon me heel goed voorstellen dat ze vanwege dit getraineer later op de dag helemaal kapotgeroddeld zou worden, want zoveel gebeurt er hier verder nou ook weer niet.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen