Voor het vakantiegeld werk je óók hard

Psychologie Maak een begroting of spaar het op: zo rationeel zijn we zelden als het ons vakantiegeld betreft. Hoe komt dat toch?

Illustratie Kamagurka

Eind mei, als de meeste organisaties hun vakantiegeld uitkeren, blijkt weer dat je de wereld kunt verdelen in twee soorten mensen. Mensen die hun vakantiegeld gebruiken voor de volgende vakantie en mensen die hun vakantiegeld gebruiken voor de vorige vakantie. Of eigenlijk: mensen die sparen voor de toekomst (type 1) en mensen die extraatjes gebruiken om uitgaven uit het verleden mee te betalen (type 2).

Wie veel verdient, heeft het makkelijker, die kan vrij pijnloos sparen en het vakantiegeld gebruiken om in augustus van naar Corsica te gaan. Voor mensen met een laag inkomen is vakantiegeld vaak een confronterend eufemisme voor onmisbaar inkomen om schulden mee af te lossen en gaten te dichten.

Iedereen in loondienst of met een uitkering krijgt vakantiegeld en de helft van de zelfstandigen spaart ervoor. Toch gebruikt maar 45 procent van de Nederlanders het vakantiegeld ook echt voor vakantie, blijkt uit een enquête die budgetinstituut Nibud vorig jaar liet doen. Bij 20 procent gaat het geld op de grote hoop, 23 procent werkt er schulden, achterstanden en een negatief saldo op de lopende rekening mee weg. En dan zijn er nog mensen die het voor andere grote uitgaven of voor mindere tijden gebruiken of bewaren.

Jaarlijkse meevaller

Vakantiegeld was ooit een genereus gebaar van werkgevers om het personeel betaald met verlof te sturen. Sinds de jaren zestig is de gift wettelijk vastgelegd. Uit de Nibud-enquête blijkt dat Nederlanders nogal gehecht zijn geraakt aan hun jaarlijkse meevaller – die voor veel mensen soms een tegenvaller blijkt omdat ze niet weten dat het brutobedrag hoger belast wordt dan hun reguliere maandsalaris. Hoewel veel mensen hun vakantiegeld maandelijks of twee keer per jaar ontvangen, krijgt 84 procent het nog steeds in mei of juni. Bijna 80 procent van de maandelijkse ontvangers zou dat liever per jaar of kwartaal krijgen.

Het Nibud ziet de voordelen van een eenmalige betaling. Mensen blijken hun jaarlijkse vakantiegeld vaker te sparen dan wanneer ze het per maand krijgen. Als het elke maand bij je salaris zit, gaat het al snel op aan boodschappen en andere dagelijkse uitgaven. De mentale boekhouder die in iedereen schuilt, vindt het nu eenmalig lastig om van die twaalf kleine potjes één grote te maken.

Het zou goed zijn als we die boekhouder in ons wat beter leerden kennen. Het zou sowieso beter zijn als we de psychologie van geld wat beter zouden snappen. Dan zouden we bijvoorbeeld begrijpen waarom we vaak zo irrationeel met ons vakantiegeld omgaan. Want hoewel 38 procent zo verstandig is om te sparen van zijn vakantiegeld, geven we extraatjes vaak makkelijker uit dan geld waarvoor we hard gewerkt hebben, schrijft gedragspsycholoog Dan Ariely, hoogleraar aan de Amerikaanse Duke University, in zijn nieuwe boek Geld en gedrag. Voor ons vakantiegeld hebben we óók hard gewerkt, maar dat zijn we alweer vergeten op het moment dat het wordt uitgekeerd. En zo’n eenmalig bedrag heeft toch een ander effect. Het gevaar bestaat zelfs dat je het meerdere keren uitgeeft, omdat je steeds denkt: ik had immers nog dat extraatje.

Lees meer over Geld en gedrag van Dan Ariely: Hoe geld je voor de gek houdt

Betaalpijn

Als we rationele wezens waren, zegt Ariely verder, zouden we helemaal geen speciaal potje voor vakanties nodig hebben. Dan zouden we bij elke euro die we uitgeven alle alternatieven afwegen – of het nu om vakanties of een tube tandpasta gaat. Dan zouden we ten eerste bedenken of we die 2.000 euro wel aan twee weken strand moeten besteden. We zouden onszelf bovendien niet zo voor de gek houden door ver vooruit te boeken en op de bestemming met creditcard afrekenen. Dat zijn allemaal trucjes om de ‘betaalpijn’ te verzachten.

Het was bijvoorbeeld in januari even slikken toen je de vliegtickets betaalde, maar in mei ben je die uitgave alweer bijna vergeten. Het vakantiegeld lijkt wel een cadeautje en als je landt in Turkije, de huurauto en het all-inresort zijn al afgerekend, voelt het zowat gratis. Terwijl je, beschrijft Ariely, waarschijnlijk meer kwijt bent dan iemand die elke uitgave ter plekke afrekent, bij voorkeur contant. Die persoon zal er eerder voor kiezen iets een keer níét te doen.

Maar het vermijden van betaalpijn is niet per definitie slecht, zegt Ariely. „Misschien heb je in totaal meer betaald, maar is je ervaring daardoor beter.” Als je het maar wéét. Zoals het ook handig is om te weten dat je uitgaven op vakantie anders beoordeelt dan thuis. Ineens is een cocktail van 18 euro heel normaal. En ineens rekenen we een jurkje in Parijs of een doos wijn in Toscane tot de vakantie-uitgaven, terwijl het eerlijker zou zijn om ze onder ‘overbodige uitgaven’ te scharen. Ariely: „We veranderen de regels en verzinnen verhalen om onze uitspattingen te rechtvaardigen.”

Er zullen maar weinig mensen zijn die nu al een vakantiebegroting maken (inclusief dierenpension en fotoboek), zoals het Nibud adviseert, en die nooit van hun budget afwijken – of ze nou van type 1 of type 2 zijn. Jaarlijks uitbetaald vakantiegeld is, zoals het Nibud ook stelt, een manier om mensen tegen zichzelf te beschermen. Een buffer tegen financieel onvermogen en impulsiviteit.

Wie accepteert dat we allemaal irrationele wezens zijn met een broertje dood aan budgetteren, kan beter de ‘peak-end-regel’ van psycholoog Daniel Kahneman, winnaar van de Nobelprijs voor Economie, in zijn achterhoofd houden en wat geld reserveren voor twee momenten: het hoogtepunt en het einde van je vakantie. Dat zijn de momenten die je je herinnert. De rest vergeet je toch.

    • Martine Kamsma