Arcade Fire treedt bij deze tournee op in een boksring, hier in de stierenvechtersarena Campo Pequeno in Lissabon

Foto Jose Sena Goulao/EPA

Arcade Fire zit nooit om een boodschap verlegen

Interview

De Canadese indiegroep Arcade Fire gaf dit voorjaar concerten in een boksring. De band wil zich steeds opnieuw uitvinden. ,,We luisteren naar ons artistieke instinct. Mensen pleasen heeft iets saais.” 11 juni treden ze op in de Rotterdamse Ahoy.

Lichtbundels op de Canadese indie-topgroep Arcade Fire, rechts bij de tribunes in de hoek van de zaal. „Representing… Canada, USA and Haiti…”, klinkt de aankondiging van de ringspeaker. „The heavyweight champions of the world”…. De vuisten van de acht bandleden gaan omhoog. Enkelen doen boksbewegingen, trappelend van ongeduld. Vervolgens banen ze zich voor het oog van de camera, dus te zien op alle videoschermen, een weg door het publiek als boksers naar de ring. Dat gaat makkelijk. Felroze lijnen op de vloer wijzen de weg naar een fors vierkant podium in het midden van de Manchester Arena, precies uitgedost als een grote boksring met touwen eromheen.

Daar, langs alle zijden van het podium, staat een verzameling instrumenten (fluit, toetsen, accordeon, elektronica, viool, gitaar, bas, piano, twee drumstellen en percussie) voor Arcade Fire klaar, soms in tweevoud om soepel te kunnen wisselen van plek. Bandleider en zanger Win Butler hangt zijn gitaar om. Zijn vrouw, zangeres Régine Chassagne, haar keytar. Het ABBA-eske titelnummer van het vorig jaar uitgebrachte album Everything Now, knalt er direct feestelijk in.

Hoe alles beschikbaar is en we alles ook meteen willen hebben. Dat is wat Everything Now, in grote letters boven het podium, betekent. De band Arcade Fire hekelt de overvloed aan keuzes die de hedendaagse consument ter beschikking staat. Hun episch lange Reflektor (2013) was een boeiend, ambitieus album vol vragen tussen hel en hemel, met commentaar op de wereldpolitiek. Hun eerdere The Suburbs (2010) beschreef de vervreemding maar ook het simpele geluk in de buitenwijk. Op Neon Bible (2007) regeerde angst voor het einde der tijden, met opnames in een kerk.

Arcade Fire zit nooit om een boodschap verlegen. En met Everything Now, het vijfde studioalbum dat vorig jaar verscheen, is het een interessant spel geworden van twee uitersten: middels blijmoedige, bijna belachelijk opgewekte entertainment (gelikte disconummers, simpele melodietjes) werd de overgulzige mens, levend in een wereld van sociale media, een confronterende spiegel voorgehouden. „We’re infinitely content!”

Lees ook de recensie van ‘Everything Now’: Magisch én irritant

In die boodschap sloeg de band echter wel een beetje door. Hun gepassioneerde, intrigerende maatschappijkritiek ging sterk voelen als superieur en zelfgenoegzaam. Kritiek klonk: dit was een creatieve misstap. Zeker door de bijbehorende satirische publiciteitscampagne die een „global media and e-commerce platform Everything Now” omvatte en raadselachtige ‘fake news’ websites met eigen recensies over hun nog onuitgebrachte werk.

Het onbegrip dat we ontvangen is precies het punt dat we wilden maken.

Veiligheidsspelden

Eerder die dag kwam bandleider Win Butler een van de kleedkamers van de Manchester Arena binnenwandelen. Een boomlange vent. Sluik haar onder zijn zwarte hoed, waarin een rij aan elkaar geregen veiligheidsspelden is gestoken. Een oranje T-shirt, erover een spijkerbloes met enkel het bovenste knoopje dicht. Zwarte jeans, grote witte sneakers.

Butler ploft neer op een bankje. Hij heeft net met zijn band gesoundcheckt voor de show van vanavond. Na een seizoen vol festivaloptredens is de band nu op een arena-tournee, met shows voor minimaal 12.000 mensen. Al zijn gitaren zijn getest, de is piano even bespeeld. Nu worden het podium en de zaal onderworpen aan een explosievenonderzoek – het is nog maar net een jaar geleden dat de Manchester Arena opgeschrikt werd door een zelfmoordaanslag na het concert van zangeres Ariana Grande.

Eddie, het zoontje dat Butler heeft met zangeres Régine Chassagne trapt lol op de gang met het kroost van de Preservation Hall Jazz Band. De zevenmansformatie is straks de publieksopwarmer met vrolijk stemmende New Orleans jazz, één van de oudste jazzstijlen. Ook later, in het slot van de show, hebben die koperblazers een rol.

Butler en zijn vrouw Régine zijn goed met hen bevriend geraakt - „de kinderen spelen graag samen”. Met bandleider Ben Jaffe, zoon van de oprichter van de beroemde jazzclub Preservation Jazz Hall in New Orleans, voeren de Butlers veel gesprekken over de muziek in New Orleans en hoe de jazzband de muziektraditie van de stad viert met lichte moderniseringen.

Het Canadese muzikantenkoppel uit Montreal woont sinds vier jaar in New Orleans, tot hun grote genoegen. Voor de video van ‘Electric Blue’ zagen we Régine door bergen afval van de optocht Mardi Grass lopen. Een serieus aandeel had Win al eens aan de traditionele Mardi Gras Indian parade in het 9th Ward district. Butler: „We hielden al heel erg van Montreal met zijn immigranten uit Europa, Afrika en het Caribische gebied. Dat palet was ook terug te horen in onze muziek. Dat in New Orleans de Caribische invloeden nog duidelijker zijn, spreekt ons erg aan. Niet voor niets wordt het de ‘northernmost Caribbean city’ genoemd. Régine, die haar roots in Haïti heeft, herkent er veel.”

Premature meningen

Butler praat met lichte spot, dat je steeds denkt, meent hij het? Maar hij is ook zeer welwillend. De vraag hoe hij aankijkt tegen de kritiek die Arcade Fire krijgt, had hij verwacht. Zijn antwoord blijft nonchalant cool. „Het onbegrip dat we ontvangen is precies het punt dat we wilden maken. Die clickbait-achtige reacties, het elkaar napraten met letterlijk knip- en plakwerk uit een enkel artikel waarboven een nieuwe kop komt. Als we iets uitbrengen, is er een wolk van lege meningen. Die wilden we zelf eens creëren. Die premature meningen zijn absurd. En dat lieten we zien. Ons album was nog niet eens uit toen we die reviews schreven.”

Hoe mensen nu reageren op nieuws, op Trump, altijd maar starend in hun telefoon, is wonderbaarlijk.

Met Everything Now wilde Arcade Fire een reactie oproepen. „Op ons album Reflektor kwamen al veel voor ons belangrijke politieke onderwerpen naar voren. Trump, de Brexit, het speelde toen allemaal al. Op Everything Now gingen we door op een filosofischer niveau. Wat is onze wereld nu en wat is onze rol hier in? We leven in een onvermijdelijke media-omgeving. Ik denk dat de ‘mental illness’ onder de mensen nog nooit zo groot is geweest. Hoe mensen nu reageren op nieuws, op Trump, altijd maar starend in hun telefoon, is wonderbaarlijk.”

De release van een album heeft tegenwoordig slechts de impact van het gooien van een fles in de zee, ervaart hij. „Na twee, drie jaar werk aan zo’n plaat wil je er ten minste een dialoog over hebben.” Dat lukte. Verder kan hij de kritiek erop allemaal niet serieus nemen. „We hebben het album de afgelopen maanden live gespeeld in Noord-Amerika en we krijgen zo’n ongelofelijk respons bij concerten. Er lijkt een merkwaardige discrepantie te bestaan tussen hoe ík ervaar dat het album wordt ervaren en de gesprekken die ik meestentijds met journalisten voer over hoe andere journalisten erover schreven.”

Dan vervolgt hij: „Weet je. Er zijn zoveel bands met albums waarop slechts één nummer staat waarom ik van ze hou. Je kunt niet van alles houden wat iemand ooit gemaakt heeft, toch? Het zou absurd zijn als alles van ons zou worden omarmd. Het gaat op en neer, het zijn modegolven. Net als de liefde voor Bruce Springsteen. Maar hij is nooit opgehouden te spelen.”

Jezelf opnieuw uitvinden is bepaald geen sinecure. Is dat steeds de sleutel voor Arcade Fire? „Geen idee”, schudt hij zijn hoofd, „maar zo hebben we het wel altijd gedaan. We luisteren naar ons artistieke instinct. Mensen pleasen heeft iets saais. Je moet als artiest op het slappe koord dansen en je niet gek te laten maken, dat is je voornaamste werk. Als je naar beneden gaat kijken, en erover na gaat denken… Tja dan…”

Slingerend tussen stijlen

Of er al weer nieuwe songs klaarliggen voor een nieuw album streep project laat hij in het midden. „Het zouden zomaar wel duizend songs kunnen zijn die we nog nooit hebben uitgebracht. Je gooit meer weg dan je uitbrengt. We dromen er momenteel enkel van te kúnnen dromen. Om wat tijd vrij te hebben waarin je het leven leeft.”

Bij ons gaan we er allemaal voor. Zoals je ook zag bij The Clash, The Who, of wellicht U2

Het concert op het intieme middenpodum in Manchester toont weer aan hoe sterk Arcade Fire live is. Vanaf de allereerste klanken is hun energie samengebald en wordt er met hoge intensiteit gemusiceerd. Traploos gaat het van klein naar meevoerend. Van somber naar feestelijk. Pop, folk, (art)rock, blues, wave en gospel – slingerend tussen stijlen brengt de band zijn liedjes met lichte theatraliteit. De wisselwerking met het publiek is altijd weer opvallend.

„We hebben niet één intense solozanger of één intens spelende gitarist”, zegt Butler. „Bij ons gaan we er allemaal voor. Zoals je ook zag bij The Clash, The Who, of wellicht U2 tot op zekere hoogte, en meer punk en hardcore bands. Live is er de onderlinge spanning waarin het gevaar schuilt.”

Een concert in de rondte heeft het voordeel dat het de interactie en dynamiek op het podium steeds verandert. En de zangers trekken ook de zaal in. „Dit geeft frisse energie”, voelt Butler. „We hebben de afgelopen tijd veel tournees gedaan, en je raakt er gewend aan liedjes op een bepaalde manier uit te voeren. Bovendien zorgt het voor meer intimiteit, we kunnen de achterste rijen beter bereiken. Mensen staan fysiek dichterbij, dat voel je in de zaal.

„Ach, mensen zijn gewoon zo gewend geraakt aan dezelfde shit. Rock-’n-roll is het meest gecodeerde muziekgenre. Dit gebeurt, en dan dít, mensen klappen, en dan is er een encore, en dan nog eens. Wij willen bewegen bínnen de muziek.”

Correctie 1 juni 2018: Inmiddels heeft Arcade Fire aangegeven dat de komende concertreeks niet meer ‘in the round’ zal zijn met een middenpodium. Het begin van dit verhaal is daarom aangepast.

    • Amanda Kuyper