Niet alleen prostitués werken vanuit bed

Architectuurbiënnale Venetië

In het Nederlands paviljoen draait het om de toekomst van werk. Achter vier knaloranje wanden met kluisjes ontdek je verrassende verhalen.

Foto Daria Scagliola

Van de koeienstal tot het bed van Yoko Ono en John Lennon, van de Rotterdamse haven tot de peeskamer: in het Nederlands paviljoen op de Architectuurbiënnale in Venetië draait alles om de toekomst van werk. De automatisering van ons werk gaat grote gevolgen hebben voor ons lichaam en onze omgeving. Hoe dan? Om dat te weten te komen moet je een hoop deuren opentrekken.

Als je binnenkomt in het jarenvijftigpaviljoen van Rietveld sta je in de ‘locker room’: vier knaloranje wanden met kluisjes. Door steeds andere kluisjes open te trekken ontdek je het verhaal: achter elke deur zit iets anders. Een video bijvoorbeeld, of foto’s en documenten, of soms hele ruimtes achter de oranje wanden waar uiteenlopende installaties blijken te staan. Het is in het begin wel even werken om de rode draad te ontdekken, en het is beslist een overladen programma, maar de ontdekkingstocht is zo verrassend en speels dat je nieuwsgierig blijft – je kunt niet ophouden met deuren opentrekken. Net een adventskalender.

De opstelling in het Nederlands paviljoen is het resultaat van een breed opgezette samenwerking waarbij hoofd onderzoek aan Het Nieuwe Instituut, Marina Otero Verzier, en assistent-curator Katía Truijen liefst tien kunstenaars, historici en architecten hebben uitgenodigd een bijdrage te leveren. Dat zijn er zo veel dat ze niet allemaal tot hun recht komen.

Foto Daria Scagliola
Foto Daria Scagliola
Foto Daria Scagliola

De bijdrage van architectuurhistoricus Beatriz Colomina over het bed als werkplek, landt wel. Natuurlijk geldt dat voor prostitués, maar schijnbaar nu ook voor veel zzp’ers die kantoor houden vanuit bed. Ze staan in een eerbiedwaardige traditie: in 1969 deden Yoko Ono en John Lennon een ‘bed-in’ in het Hilton Hotel als vredesmanifestatie. Een aantal kluisjes vormen samen een deur en als je die opentrekt, sta je bij het bed waar Beatriz Colomina afgelopen weekend tijdens de opening van de Biënnale in pyjama interviews hield met bekende architecten, onder wie Winy Maas van MVRDV.

Marten Kuipers en Victor Muñoz Sanz van Het Nieuwe Instituut buigen zich over de invloed van automatisering op onze omgeving. Op grote stukken land, zoals de haven van Rotterdam of grote veehouderijen, komt geen mens meer – alles wat daar gebeurt wordt aangestuurd door algoritmes.

Op uitnodiging van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie heeft de Britse architect Liam Young voor het Nederlands paviljoen gekeken naar ‘renderfarms’, bedrijven in India die als een soort legbatterijen voor architectenbureau’s over de hele wereld, digitale tekeningen en animaties maken. Aan de jonge mannen die dagelijks de dromen van anderen vormgeven vroeg Young: hoe zou je eigen droomstad of droomhuis er uitzien? Het is aangrijpend hoe zeer hun eigen dromen, vervat in modellen en gelikte renderings, op Edward Hopper-achtige fantasieën lijken met verlichte skylines, auto’s en Amerikaanse diners.

Overige paviljoens

  • Nederland in hoofdtentoonstelling

    Nederland is behalve in het eigen paviljoen, ook vertegenwoordigd in de hoofdtentoonstelling van de Biënnale. Die wordt traditiegetrouw samengesteld door de gastcuratoren; dit jaar zijn dat de Ierse architectes Yvonne Farrell en Shelley McNamara. Zij hebben het Rotterdamse architectuurhistorische bureau Crimson uitgenodigd om hun project ‘A City of Comings and Goings’ te tonen, over de impact van migratie op steden. Bij migratie denken we al snel aan gastarbeiders en vluchtelingen, maar de kenniswerkers en expats hebben vermoedelijk meer invloed op bijvoorbeeld de woningmarkt. Het is knap hoe Crimson in één zaal een doordacht en aantrekkelijk vormgegeven verhaal weet te brengen over het paradox van de migratie: „Terwijl steden in West-Europa steeds meer op elkaar lijken, vallen ze tegelijkertijd steeds meer uiteen in gesegregeerde zones.”

  • Robin Hood Gardens

    Het tamelijk brute sociale woningbouw-complex Robin Hood Gardens in Londen van het echtpaar Alison en Peter Smithson (1972) is onlangs deels gesloopt, de rest volgt nog. Er was veel protest tegen, niet in de laatste plaats omdat er dure marktconforme woningen voor terugkomen. Het V&A Museum, dat nu voor de derde keer acte de présence geeft op de Biënnale, heeft er tijdens de sloop stukken van opgekocht. Die zijn nu in Venetië opgesteld en dat lokte bij de opening óók protest uit: hoezo was het architectuur deze resten van Robin Hood te esthetiseren en als een curiosum tentoon te stellen? Op de spandoeken stond: ‘The housing crisis is real’.

    Foto The Victoria and Albert Museum
    Foto The Victoria and Albert Museum
  • Verenigd Koninkrijk

    De curatoren van het Verenigd Koninkrijk hebben dit jaar het Britse paviljoen uit protest tegen Brexit helemaal leeg gelaten. In plaats daarvan is er met steigers en grote tijdelijke trap gebouwd die bezoekers naar het dak leidt, vanwaar ze ‘een breder perspectief’ hebben. Elke dag om 16 u wordt er thee geserveerd.

    Foto Andrea Merola / EPA
    Foto Andrea Merola / EPA
  • Vaticaan

    Het Vaticaan is dit jaar voor het eerst op de Biënnale vertegenwoordigd. Ver van alle drukte, op het eiland San Giorgio Maggiore, hebben tien architecten, onder wie Norman Foster, kapellen ontworpen geïnspireerd op een kapel van de Zweedse architect Gunnar Asplund uit 1920. Het Vaticaan wil de kapellen na de Biënnale ontmantelen en terugbouwen in steden en stadjes in Italië die door aardbevingen hebben geleden.

    Ontwerp van Norman Foster op het eiland San Giorgio Maggiore.
    Foto Architectuurbiënnale Venetië
    Ontwerp van Norman Foster op het eiland San Giorgio Maggiore.
    Foto Architectuurbiënnale Venetië
    • Tracy Metz