Kamer voelt ‘onbehagen’ en ‘onmacht’ over buitenlandse financiering moskeeën

Buitenlandse financiering moskeeën De Tweede Kamer wil dat er iets gedaan wordt tegen de buitenlandse financiering van moskeeën. Maar bij het debat hierover bleek woensdag dat een oplossing niet zomaar gevonden is.

Al-Fath moskee in Dordrecht na het vrijdag middag gebed. Foto Merlin Daleman

Dát er iets moet gebeuren tegen buitenlandse financiering van Nederlandse moskeeën uit „onvrije landen”, daarover was de Tweede Kamer woensdag eensgezind. Maar hoe? „Wat willen we?”, vroeg GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik aan minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66). „Verbieden? Beperken? En uit welke landen dan?” CDA’er Pieter Heerma vatte het gevoel in de Tweede Kamer samen als „onbehagen en onmacht”. En vanuit de regering, misschien, „onwil”.

Aanleiding voor het debat waren publicaties van Nieuwsuur en NRC. Daaruit bleek hoe donateurs uit Golfstaten invloed verkregen in Nederlandse moskeeën, bijvoorbeeld door salafistische predikers meer ruimte te geven in die moskeeën . Ook bleek dat gemeenten met een moskee waar dat gebeurde niet waren geïnformeerd over die buitenlandse invloed, terwijl Koolmees’ voorganger Lodewijk Asscher (PvdA) de Tweede Kamer had beloofd dat wél te doen.

Onbehagen over de financiering voelden alle partijen woensdag in de Tweede Kamer – behalve Denk, dat in het debat een „fascinatie voor moslims” zag. SGP’er Kees van der Staaij had het over „import van haat”, SP’er Sadet Karabulut over de financiering van „internationaal jihadisme”. PvdA’er Lilianne Ploumen zag „vergiftiging door verwerpelijke ideeën”.

Onmacht was er ook, want iedereen had gezien en gelezen in de publicaties hoe twee moskeebezoekers uit Geleen hun moskee uitgewerkt werden toen ze alarm sloegen over toenemend salafisme in hun moskee.

Als buitenlandse financiering leidt tot ongewenste invloed, dan zouden gemeenten vergunningen aan moskeeën moeten kunnen weigeren.

De ChristenUnie en het CDA

En sommigen, zoals Heerma, zagen onwil. Want hoe vaak had de Tweede Kamer de afgelopen tien jaar al niet gedebatteerd over buitenlandse financiering? En hoe vaak had zij zich al niet uitgesproken over de onwenselijkheid daarvan? Eind 2015 stemde een ruime meerderheid, op initiatief van CDA, VVD en SP, voor een verbod op buitenlandse financiering van moskeeën.

Dat kwam er niet. Volgens minister Asscher ging zo’n verbod in tegen de grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Die weerhoudt de overheid ervan in te grijpen bij religieuze organisaties. En bovendien zou het ongelijke behandeling bevorderen, en dat mag niet. Als een Duitser mag doneren aan een Nederlandse moskee, dan mag iemand uit Qatar dat ook – een verbod zou bij een rechtsgang vermoedelijk geen stand houden. In het regeerakkoord worden maatregelen aangekondigd om buitenlandse financiering te „beperken”.

Daarnaast was er in de Tweede Kamer frustratie over de informatie die het kabinet deelde met parlement en gemeenten. Pas nadat Nieuwsuur en NRC contact zochten met gemeenten over die informatie, stuurde het ministerie van Sociale Zaken die op. Dat was te laat, erkende Koolmees, „maar het blijft ingewikkeld voor lokale overheden om er iets mee te doen”. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) noemde de informatieverstrekking „niet strak”. Een understatement, volgens Gert-Jan Segers van de ChristenUnie. De suggestie van Karabulut dat de Kamer verkeerd geïnformeerd was – Asscher zei immers dat gemeenten wél informatie kregen – verwierp Koolmees.

Het is ook deels onbehagen over de eigen onmacht van de Tweede Kamer. Het voelt slecht, de financiering, maar het lijkt moeilijk aan te pakken. Eenzelfde frustratie was er tijdens debatten eind maart en begin april over de uitspraken van imam Fawaz Jneid. Vrijwel iedereen in de Kamer vond ze „verwerpelijk” en „gevaarlijk”, maar het Openbaar Ministerie (OM) concludeerde dat ze niet strafbaar waren. De wet wijzigen om Jneid alsnog te kunnen vervolgen is complex, bleek uit een brief van minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) deze week, en raakt de vrije meningsuiting, en dat wil een Kamermeerderheid nou ook weer niet.

Lees ook het opiniestuk van arabist Jan Jaap de Ruiter: Moslims, kies voor Nederland en financier je moskee zelf

En zo geldt voor buitenlandse financiering van moskeeën: die is „legaal, maar ongewenst”, zoals toenmalig minister Asscher in 2016 zei. „Aanpakken is daarom moeilijk, want het is niet strafbaar”, herhaalde Koolmees woensdag. Dus tussen droom en daad staan nogal wat wetten in de weg, en ook praktische bezwaren – want al zóu je wetten wijzigen, hoe voer je die dan uit, en hoe voorkom je ongewenste bijeffecten?

Maar „de Kamer is ongeduldig”, zei CDA’er Heerma. De afgelopen jaren waren er „veel studies, veel moties, veel debat, maar weinig actie”, schetste SGP’er Van der Staaij „het beeld” van de afgelopen jaren.

De ChristenUnie en het CDA denken een mogelijkheid gevonden te hebben: burgemeesters meer bestuursrechtelijke mogelijkheden geven. Dat zou kunnen door de Wet Bibob te verruimen, die nu gebruikt wordt om criminelen aan te pakken. Als buitenlandse financiering leidt tot ongewenste invloed, dan zouden gemeenten vergunningen aan moskeeën moeten kunnen weigeren, vinden de twee regeringspartijen. Met een omweg kan volgens hen dan alsnog het gewenste resultaat behaald worden.

Koolmees neemt die optie mee in de „verkenningen” die hij doet naar mogelijkheden om íets te doen. Doel van die verkenningen is om te zien hoe gedrag „dat niet strafbaar is, toch verstoord kan worden”. Hij hoopt daar in oktober meer duidelijkheid over te hebben.

Hoe zit het met de andere landen?

Banden met Golfstaten liggen gevoelig

Het werd na de aanslagen in Londen en Manchester vorig jaar een actueel thema: wie financiert Britse moskeeën en islamitisch extremistische organisaties in het Verenigd Koninkrijk?

De conservatieve denktank Henry Jackson Society publiceerde vorig jaar alvast een eigen analyse. De auteur van het rapport concludeerde in een rapport dat Saoedi-Arabië, de Golfstaten en Iran de grootste geldverstrekkers zijn. Met geld, afkomstig van een aantal Saoedische organisaties, oefenen salafistische moskeeën een grotere invloed uit. „Meer gematigde islamitische organisaties in het Verenigd Koninkrijk, zoals soefi’s, zien een trend dat jongeren richting het salafisme bewegen, deels veroorzaakt door het fenomeen van moskeeën en literatuur gefinancierd vanuit Saoedi-Arabië”, staat er in het rapport.

Geregeld studeren Britse imams aan salafistische Saoedische instellingen. Britse islamitische scholen hanteren hetzelfde curriculum als scholen in Saoedi-Arabië, aldus Wilson. Inmiddels hebben de Britse ambtenaren hun onderzoek afgerond. Ook de radicalisme-afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de invloeden onderzocht.

Premier Theresa May weigert echter het rapport integraal openbaar te maken: te gevoelig, te gevoelig. In een korte samenvatting staat: „De meest gebruikelijke bron van inkomsten voor Britse islamitische extremistische organisaties zijn anonieme publieke donaties. De meerderheid van deze donaties is afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk.”, aldus de verklaring. Oppositieleider Labour denkt dat May om andere redenen het rapport wilde begraven. De regering koestert de nauwe banden (wapenhandel, investeringen, projectontwikkeling) met Qatar en Saoedi-Arabië.

Het eerste bezoek van de machtige kroonprins Mohammed bin Salman aan het westen afgelopen maart was aan het Verenigd Koninkrijk.

Melle Garschagen

    Gewesten stoeien over erkende en niet-erkende moskeeën

    Rond de 7,5 procent van de Belgische bevolking is moslim, maar hoeveel moskeeën er zijn, is minder duidelijk. Dat heeft alles te maken met het verschil tussen erkende en niet erkende moskeeën. Die erkenning volgt na advies van justitie, staatsveiligheid, gemeente of provincie én de ‘Moslimexecutieve’ – vertegenwoordigend orgaan van de Belgische moslimsgemeenschap.

    Het Vlaams, Waals of Brussels gewest bepaalt vervolgens op basis van eigen regels of de erkenning er komt.
    Na erkenning ontvangt de moskee subsidie. Daar staat tegenover dat onder meer financiële overzichten worden ingediend. Maar een verbod op buitenlandse financiering is er niet, ook niet voor erkende moskeeën.
    Een erkenning is bovendien niet verplicht. Weinig moskeeën vragen die dan ook aan, constateerde de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart afgelopen jaar in een kritisch rapport.

    Op niet-erkende moskeeën wordt in de regel geen financieel toezicht gehouden.
    Het meest sprekende voorbeeld is de Grote Moskee in Brussel – volgens diezelfde commissie 22/3 een „referentiepunt” voor een deel van de Belgische moslimgemeenschap. Toch is er nooit een aanvraag tot erkenning ingediend. De moskee krijgt „dubieuze” financiering, staat in het rapport: er zijn financiële banden met Saoedi-Arabië.

    Naar aanleiding hiervan lijkt verandering op komst. Met het bestuur van de Grote Moskee wordt overlegd over de (financiële) invloed van Saoedi-Arabië. Minister Koen Geens (Justitie) heeft hij opgeroepen het aantal erkende moskeeën te „maximaliseren”. Alleen: de gewesten bepalen. Zo onderzoekt Vlaanderen de mogelijkheid om de regels voor erkenning aan te scherpen.

    Anouk van Kampen

    De Grote Moskee in BrusselFoto Olivier Hoslet/EPA

    Marokko is de gulste gever, vooral voor betalen van imams

    In het EU-land met de grootste moslimgemeenschap is de buitenlandse financiering van moskeeën al jaren omstreden. Ook president Emmanuel Macron liet zich er onlangs in een tv-interview over uit. „Ik wil dat de buitenlandse financiering onder controle van de staat komt en transparant georganiseerd wordt”.

    Dat is niet zo makkelijk. De in 1905 met de katholieke kerk overeengekomen ‘laïcitié’ veronderstelt een op godsdienstig gebied neutrale staat. De kerk beloofde zich niet te bemoeien met de politiek, de overheid beloofde zich niet te bemoeien met de kerk. Op grond van die wet is het op papier onmogelijk voor de staat om mee te betalen aan de bouw van moskeeën of aan de opleiding van imams.

    Maar er zijn sluiproutes mogelijk. Oude kerken kunnen voor onderhoud financiering krijgen uit erfgoedpotjes. Om zicht op moskeeën te behouden, verstrekken gemeenten vaak subsidie aan het culturele deel van het geloofshuis. Dus: bibliotheken, cursuszalen of kantines. Als de moskee-organisatie de begroting slim inricht, kunnen particuliere donateurs voor het culturele deel belastingaftrek krijgen.

    Want uiteindelijk zijn het vooral particuliere giften die de bouw van moskeeën in Frankrijk mogelijk maken, concludeerde de Franse senaat in 2016 in een inventarisatie. 10 tot 30 procent van de financiering komt uit het buitenland – van landen of van privédonateurs. Marokko is in Frankrijk de meest gulle gever. Dat land maakte, volgens het rapport, in 2016 6 miljoen euro over naar Franse moskeeën, vooral voor salarissen van imams. Algerije en Saoedi-Arabië (sinds 2011 goed voor acht moskeeën) zijn andere landen die regelmatig meebetalen.
    Om de financiering transparanter te maken, moeten Franse moskeeën sinds kort hun jaarrekeningen publiek maken

    Macron heeft volgens het Élysée onlangs met kroonprins Mohammad bin Salman al-Saoed van Saoedi-Arabië overlegd om „verborgen financieringen” te voorkomen.

    Peter Vermaas

    Buitenlandse moskeefinanciering staat regelmatig ter discussie

    In Duitsland, waar zo’n 4,5 miljoen moslims wonen, opperde een politicus van de CSU twee jaar geleden om buitenlandse financiering van moskeeën te verbieden. Tegelijk zou een ‘moskee-belasting’ ingevoerd moeten worden, naar het voorbeeld van de kerkbelasting die hier wordt geheven. De belastingdienst stuurt ieder jaar aan alle katholieken en protestanten een aanslag, en int het geld namens de kerken

    Door ook moslims te belasten, zou buitenlandse financiering niet meer nodig zijn. Sommige Turkse moskeeën stonden hiervoor open. Maar er is niets van terecht gekomen. Van een verbod op buitenlandse financiering ook niet. Al was het maar omdat Duitsland zelf christelijke organisaties in het buitenland financieel steunt, en dat niet in gevaar wil brengen.

    Als radicale predikers in het nieuws zijn, wordt de kwestie opnieuw aan de orde gesteld. De conservatieve CDU-politicus Jens Spahn zei vorig jaar dat de financiering uit het buitenland moet stoppen.

    Als we de integratie echt belangrijk vinden, dan moeten we de opleiding van imams en de opbouw van structuren van een Duitse of Europese islam met belastinggeld mede-financieren.

    Omstreden is in Duitsland de rol van de moskee-organisatie Ditib, die wordt aangestuurd door de regering van Turkije. Ditib betaalt imams en bepaalt de lijn van de preken. Daarom wordt ook wel geopperd dat de Duitse overheid de betaling van imams op zich moet nemen. Verschillende imamopleidingen bestaan al in Duitsland.

    In Duitsland zijn zo’n 150 ‘klassieke’ moskeeën. Daarnaast zijn er een kleine 3.000 minder herkenbare moskeeën - op bedrijventerreinen, in binnenplaatsen, parkeergarages of woningen. Veel van die moskeeën kampen met plaatsgebrek.

    Juurd Eijsvoogel

    De Merkez Camii Moskee van Ditip in Keulen, DuitslandFoto Sascha Steinbach/EPA

    Imam moet Duits spreken en buitenlands geld mag niet

    In Oostenrijk, waar zo’n 700.000 moslims leven, bestaat al sinds 1912 een speciale ‘islamwet’. Daarin zijn de religieuze vrijheden, rechten en plichten van moslims vastgelegd. In 2015 werd een omstreden nieuwe versie van de wet aangenomen, die buitenlandse financiering van moskeeën en buitenlandse betaling van imams verbiedt. De wet eist van imams dat ze Duits kunnen spreken.

    De toenmalige minister van integratie en buitenlandse zaken, Sebastian Kurz, nu minister-president, zei destijds dat de wet bedoeld is om de invloed van de radicale islam tegen te gaan. „We willen de islam de kans geven zich vrij binnen onze samenleving te ontwikkelen, in overeenstemming met onze gemeenschappelijke Europese waarden.”

    Of de wet er ook toe geleid heeft dat er werkelijk geen geld uit het buitenland meer naar moskeeën gaat, is vooralsnog niet duidelijk. De regering liet in april weten dat zij onderzoek doet naar de geldstromen die naar moskee-verenigingen vloeien.

    De koepelorganisatie ‘Islamitische geloofsgemeenschap in Oostenrijk’ is een publiekrechtelijk orgaan. Daarmee heeft de regering, anders dan in veel andere landen, een aanspreekpartner namens de islamitische bevolking.
    De islamwet geeft moslims in het leger het recht halal-eten te eisen. Ook maakt de wet begrafenissen naar islamitisch gebruik mogelijk.

    Juurd Eijsvoogel

    • Mark Lievisse Adriaanse