Het noorden biedt zijn inwoners de meeste cultuur

Cultuuraanbod De makers van de jaarlijkse Atlas voor gemeenten willen met deze editie een bijdrage leveren aan de discussie over het cultuurbeleid.

Hindeloopen in Friesland. Foto: Sake Elzinga

Van de vijftig grootste gemeenten heeft Amsterdam de meeste cultuur, gevolgd door Maastricht en Leeuwarden. Maar van alle regio’s in het land heeft het noorden z’n inwoners op cultureel gebied het meest te bieden. Dat blijkt uit de Atlas voor gemeenten, een jaarlijkse publicatie waarin gemeenten op vijftig punten worden vergeleken. Dit jaar heeft de Atlas het thema cultuur.

De steden met monumentale historische centra scoren over het algemeen goed, terwijl de zogenoemde new towns als Zoetermeer, Alphen aan den Rijn, Lelystad en Almere er slechter af komen. Onderaan staat de Zuid-Hollandse gemeente Nissewaard, met als grootste kern Spijkenisse. Die gemeente heeft per inwoner zes keer minder cultuur dan Amsterdam. Onder cultuur wordt in de Atlas verstaan: podiumkunsten, erfgoed, beeldende kunst, letteren en film.

Een verklaring voor de „grote regionale verschillen” hebben de onderzoekers slechts gedeeltelijk. „Het heeft om te beginnen te maken met historisch toeval of pech”, zegt onderzoeker Roderik Ponds. „Amsterdam en Utrecht hebben mooie historische binnensteden die een stad als Hengelo niet heeft.” Ook nationaal beleid doet ertoe. „Waar bouw je een rijksmuseum en hoeveel investeer je er in?” Regionaal of lokaal beleid kan eveneens het verschil maken. „Elke gemeente of regio kan besluiten twee keer zo veel geld aan cultuur te geven.”

Het Rijk en de Raad voor Cultuur willen dat regio’s meer zelf gaan bepalen hoeveel en welke cultuur ze willen bieden. Om die reden hebben de onderzoekers Nederland niet alleen ingedeeld in provincies en stedelijke regio’s, maar ook in zestien ‘cultuurregio’s’. Uit een vergelijking blijkt dat de regio Groningen het meest te bieden heeft, gevolgd door Friesland en de regio Amsterdam.

Monumentale centra

De hoge klassering dankt het noorden niet alleen aan de steden Groningen en Leeuwarden, maar ook aan de stadjes en dorpen in de omgeving met monumentale centra, waar de weinige inwoners dus relatief veel cultuur hebben. Dat geldt ook voor de omgeving van Middelburg. En wat betreft de provincies: het minste cultuur is te vinden in Flevoland, en ook in Noord-Brabant is het aanbod matig, door de „relatief geringe voorraad historisch erfgoed” per inwoner.

De deze woensdag gepresenteerde Atlas wil met het „monnikenwerk” dat het verzamelen van gegevens is geweest, een bijdrage leveren aan de discussie over het cultuurbeleid. Onderzoeker Ponds: „Er zijn grote verschillen, maar je kunt daar verschillend naar kijken. Neem Almere. De inwoners profiteren van het grote cultuuraanbod in Amsterdam. Je kunt als Almere zeggen: we hoeven hier niet veel cultuur, we gaan naar Amsterdam. Je kunt ook zeggen: we willen niet van Amsterdam afhankelijk zijn.”

Uit eerder onderzoek blijkt volgens de Atlas dat mensen bereid zijn een klein half uur te reizen om een podium te bezoeken; voor het bezoek aan een museum trekken mensen eerder een hele dag uit. Het effect van investeren in cultuur is volgens Ponds „alleen indirect” te meten. Wel draagt cultuur bij aan toerisme en aan de aantrekkingskracht voor nieuwe inwoners, veelal hogeropgeleiden.

Behalve cultuur vergelijkt de Atlas elk jaar een groot aantal andere thema’s in de vijftig grootste gemeenten. Zo geldt Amsterdam als de aantrekkelijkste woonstad, op de voet gevolgd door Utrecht, dat de afgelopen tien jaar het snelst van alle steden groeide wat betreft aantrekkelijkheid en inwoners. De minst aantrekkelijke woonstad is nog steeds Emmen.

Correctie (31 mei 2018): In het fotobijschrift werd de naam van de Friese stad Hindeloopen foutief geschreven als Hindelopen. Dat is hierboven aangepast.

    • Arjen Schreuder