Gemeenten teruggefloten bij bedrijfsplicht energiesparen

Deze rubriek belicht kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: wat mag de gemeente bedrijven verplichten en hoeveel privacy is er in een wachtkamer?

Foto ANP

En toen waren vier Amsterdamse stadsdelen zomaar 60.000 euro kwijt aan de Aldi. De supermarkt had zich verzet tegen de plicht om de koelschappen in zeven winkels van dubbele glazen deuren te voorzien. Om te bewijzen dat dit duur zou zijn en relatief weinig energie zou besparen was een kostbaar deskundigenrapport nodig. En dat moeten de stadsdelen nu vergoeden. Aldi hoeft ook de dwangsommen niet te betalen.

Deze uitspraak is onthaald als een principiële beperking van de macht van de overheid om bedrijven eenzijdig energiebesparende maatregelen op te leggen. Gemeenterechtjuristen zijn blij: eindelijk duidelijkheid. Tot nu konden gemeenten hun maatregelen eenvoudig onderbouwen: als een bepaalde techniek in een branche gebruikelijk is en binnen vijf jaar kan worden terugverdiend, dan is toepassing algemeen verplicht.

De Raad van State oordeelt nu dat de gemeente voortaan aannemelijk moet maken dat de bedrijfslocatie zélf die investering snel kan terugverdienen. Dat lukte hier niet. De gemeente wil echter niet per bedrijfsruimte in discussie hoeven gaan.

De Raad van State moest dus kiezen: ‘brancheniveau’ of ‘bedrijfsniveau’. De Raad oordeelt dat de ondernemer altijd in staat gesteld moet worden aan te tonen dat in zijn geval de terugverdientijd langer is. De brancheregels leveren een ‘bewijsvermoeden’ op: de ondernemer mag tegenbewijs leveren. Dat maakt het opleggen van dwangsommen riskanter, ook omdat de kosten van dat tegen- bewijs voor rekening van de gemeente kunnen komen.

www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2018:1688