Geheim van de wachtkamer

Mag een ziekenhuis de politie inzage weigeren in de camerabeelden van een wachtkamer met een beroep op de vertrouwelijkheid van de arts-patiënt-relatie? De kwestie werd beslist door de Hoge Raad. Een slachtoffer van een mishandeling meende namelijk in de wachtkamer van de spoedhulp zijn aanvaller te herkennen en meldde dat aan de politie, die bij het ziekenhuis camerabeelden opvroeg. Het ziekenhuis gaf die in 2015 onder protest af, in een gesloten envelop en ging meteen in beroep. Dat wees de rechtbank vervolgens af. Het is onduidelijk wie er patiënt is in een wachtkamer en wie niet. Bovendien is een wachtkamer een openbare locatie. De politie mag zien wat iedereen ook al kon zien. De envelop bleef echter gesloten totdat in cassatie werd geoordeeld.

De Hoge Raad blijkt het eens met het ziekenhuis. „Een ieder moet zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies” kunnen wenden tot een dokter, zegt de wet. Op die camerabeelden komen ook herkenbare patiënten voor, zegt de Hoge Raad. Dat is voldoende om het „bestaan van een (toekomstige) hulpverleningsrelatie af te leiden”. Dat is „wetenschap die aan een arts in het kader van zijn beroep is toevertrouwd”. Daarom vallen die beelden onder het medisch verschoningsrecht. De envelop blijft dicht.

www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:PHR:2018:19
    • Folkert Jensma