Foto Frank Provoost

De professor doet een potje pogo

Punkrock

Veel Nederlanders hebben nooit van de punkband Antidote (1996-2012) gehoord, maar in Canada komen fans speciaal ingevlogen voor een reünie-concert. De leden zijn inmiddels professor, CEO, projectmanager of heftruckchauffeur. „In de wetenschap ben ik ook best punk.”

Dit, zegt Joseph Kirkendall (26) plechtig, is een droom die uitkomt. Hiervoor heeft hij 1670 kilometer afgelegd en 550 dollar ‘zuurverdiend spaargeld’ stukgeslagen. „Maar nu gaat het gebeuren!” De mollige punker jubelt zo opgetogen dat zijn zwartgeverfde hanenkam met opzij stekende liberty spikes heen en weer wappert. „Nu ga ik ze eindelijk zien!”

‘Ze’, dat is zijn ‘all time favorite band’ waarvan het logo de volle spanwijdte van zijn met studs beslagen spijkerjack bedekt – met een omcirkelde anarchisme-A en een T die eruitziet als een druppelende injectienaald: Antidote. Omdat het ‘fucking unbelievable’ is dat die gasten uit het verre Nederland eindelijk weer optreden, is hij komen overvliegen vanuit Nashville, Tennessee. En nu staat hij dus gewoon met zijn Hollandse helden halve liters weg te tanken op Bleak Life, een tweedaagse punkmarathon in de Canadese hoofdstad Ottawa. „Niet te geloven man! Mijn hersenen zijn veranderd in scrambled eggs.”

De helden in kwestie kunnen het ook niet bevatten. „Wat?” stamelt zanger-gitarist Bart Smeels. „Kom je helemaal uit Nashville? Voor ons? Why???”

Zo gaat dat het hele Pinksterweekend in Ottawa. Behalve uit Nashville zijn er fans uit Florida en Europa. Sommige Canadezen hebben veertien uur gereden. Als de band ’s ochtends in een cafetaria zit te ontbijten, sloft er een graatmagere, bijna doorzichtige hardrocker in spijkerpak voorbij. Pas na een paar keer langslopen, durft hij te praten: „Antidote, right? Guys, ik kijk zó uit naar jullie show vanavond! Ik ben fan vanaf mijn vijftiende.”

Maar wacht even… Anti-wie?

Hoeveel Nederlanders zouden, afgezien van een select gezelschap aan punkpuristen, die band eigenlijk kennen? En hoe kan het dat er aan de andere kant van de wereld een paar honderd hanenkammen, crust punx en andere headbangers nummers als ‘Riot in the City’ en ‘I Don’t Care’ straks woord voor woord meeblèren?

Always drunk and always high. That’s the way I wanna die.

Uit: ‘My Life’

Het begon allemaal in Middelburg. Daar zat aan het begin van de jaren negentig de korpschef der Zeeuwse politie zich suf te piekeren wat er toch van zijn opstandige zonen terecht moest komen. Zeker toen de jongste, Arne, steeds meer op grote broer Bart begon te lijken. Die was na zijn bekering tot punker de provincie ontvlucht om in het Haagse kraakpand ‘De Blauwe Aanslag’ te gaan wonen, een voormalig belastingkantoor, vandaar de naam.

Eenmaal aangestoken met het punkvirus rekruteerde Arne bevriende klasgenoten. Jaeques Koeman was lid van de plaatselijke drumband en had roffeltalent, metalhead Joris van Hoboken speelde elke dag uren gitaar. Zo ontstond Desperate Mushroom, een naam die ze zelf ook zo belachelijk vonden dat ze het al snel afkortten tot DM - dat kon in ieder geval nog van alles betekenen.

De geboorte van Antidote is te danken aan xtc. Want op bezoek in De Blauwe Aanslag besloten de vier een nacht door te halen. ‘Helemaal lampie van de pillen’ gingen ze jammen. Arne: „Die twee gitaren van Bart en Joris klonken samen zo heftig. Dat was een openbaring.”

Bart: „Iedereen voelde: dit moet een band zijn.”

In tegenstelling tot de Californische, gladgestreken skatepunk die destijds doorbrak (Green Day, Offspring), greep Antidote terug op de rauwere anarcho-variant van bands als The Exploited. Barts Rotterdamse punkmaatje Huib van Oostendorp ging de band rondrijden, brulde af en toe wat mee en groeide uit tot extra zanger. Ze maakten nummers, in het Engels én Nederlands, over alles-naar-de-klote-nihilisme (‘Let’s Get Drunk’), het waardeloze Nederlandse politieke bestel (‘Koldermodel’) en de groeiende vreemdelingenhaat (‘Rood Wit Blauw Met een Bruine Rand’).

Live fast stay young. Live fast die old

Uit: ‘Live Fast Die Old’

Dat werkte verrassend goed. Van de Bucketlist Voor Beginnende Punkers konden ze steeds meer mijlpalen afvinken, ook die waarvan ze nooit hadden durven dromen. Drie optredens in het legendarische New Yorkse punkhol CBGB’s, interviews in Maximum Rocknroll, shows in Rusland (inclusief tv-optreden, maar ook doodsbedreigingen door nazi-punks), steeds grotere (en luxere) tours door de Verenigde Staten, het ging maar door. Joris: „Als je in Los Angeles speelt voor 1200 man en iedereen zingt mee, dan is dat geniaal. We namen altijd iedereen op sleeptouw om er een onwijs feest van te maken. Als je elke keer tot vijf uur ’s ochtends blijft doorzuipen en losgaan, willen ze je altijd terug.” Bart: „Zo bouw je levenslange vriendschappen op.”

Joris: „Bart en Arne hebben vrij veel geldingsdrang. Ze kunnen goed netwerken en het mannetje uithangen. Dat is ook belangrijk, want kijk maar rond hier: veel van die lui zoeken iemand om tegen op te kijken. Dat heeft die autoritaire politievader ze toch goed aangeleerd.”

Bart: „Ik had een hoop gelazer met mijn pa, maar niet vanwege de ringen in mijn neus of een hanenkam in twaalf kleuren.” Arne: „Dan zei hij: ‘Je loopt voor lul, maar je doet maar. Als ik maar geen gedoe krijg vanwege jullie.’”

Bart: „Hij was natuurlijk bezorgd: gaat het wel goed met die jongen? Ik liep ook alleen maar te klooien en high te zijn.” Arne: „Hij was bang dat je met een naald in je arm zou eindigen.”

Foto Frank Provoost
Foto Frank Provoost
Foto Frank Provoost
Foto Frank Provoost
Sommige Canadezen hebben veertien uur gereden om het optreden van Antidote te kunnen zien.
Foto’s Frank Provoost

In plaats van punkhaar hebben de gebroeders Smeels inmiddels gladgeschoren schedels. Joris, die vroeger meestal één helft van zijn kapsel bleekte en zo een iconisch zwart-witkapsel kreeg, heeft alleen nog grijze slapen. Huib is de enige die ’s ochtends voor de spiegel zijn dubbelloops hanenkam in model kneedt. Geheim ingrediënt: een speciaal meegenomen stuk zeep. „Het liefst die groene van Fa, maar die is moeilijk te krijgen. Iedereen koopt tegenwoordig liever van die steriele handpompies.”

Toch heeft uitgerekend Huib de meest ingrijpende metamorfose ondergaan: na een maagverkleining is hij meer dan honderd kilo afgevallen. „Het was altijd maar: eten, eten, eten, doorgaan, doorgaan, doorgaan. In zo’n all you can eat-restaurant douwde ik me helemaal vol, ging tussendoor kotsen, en vrat daarna weer verder.” Tot twee jaar geleden. „Ik woog 198 kilo en kon bijna niet meer bewegen. Een stukkie lopen was al te veel. Ik dacht: wat wil je nou?” Hij weegt nu 93 kilo, maar dat is nog inclusief zijn oude vel, dat als een gerimpeld gordijn over zijn nieuwe lijf hangt. „Ik lijk nu nog een leeggelopen ballon.”

Ik ga maar weer beginnen als een laffe onderdaan. Had ik nu maar beter mijn best op school gedaan.

Uit: ‘Broodje Kaas’

Aan de binnenkant van de voordeur in de zogeheten ‘Funeral Home’ hangt een belangrijke waarschuwing: ‘Don’t let the cops in, or the cats out.’ De vaste uitvalbasis voor punks uit Ottawa en omstreken is een van de locaties waar Bleak Life zal plaatsvinden. In de tuin wordt een overvloed aan drank, drugs en (al dan niet vegetarische) hamburgers geserveerd. In de kelder blazen talloze bands trommelvliezen aan gort. Vrijdagmiddag verzamelt Antidote alvast om nog even snel te repeteren. Dat was namelijk alweer een maand geleden. Bovendien hebben ze geen enkel instrument meegenomen en kan het geen kwaad om de geleende spullen uit te proberen.

Gastheer Jeremy heeft de band een dag eerder voor een Canadese inburgeringscursus meegenomen naar zijn afgelegen boshut met privérivier. Arne: „Eerst werden we dronken, daarna high, en toen mochten we met zijn shotgun schieten!” Joris moest jammer genoeg werken. Hij sprak als prof. dr. J. van Hoboken op een juridisch congres in Toronto. Overmorgen reist hij door naar een wetenschappelijke bijeenkomst in het Britse Cardiff. „CNN zat net nog achter me aan”, vertelt hij. „Ze willen sappige quotes over wat er mis is met Facebook.”

Wat CNN waarschijnlijk niet weet, is dat de hoogleraar Fundamental Rights and Digital Transformation van de Universteit van Amsterdam morgenavond met een brullende gitaar om zijn nek keihard ‘My Government is a Farce’ staat te schreeuwen en dat nummer sarcastisch zal opdragen ‘aan jullie grote vriend Justin Trudeau’. Bijbehorende outfit: vale gympen, een strakke, zwarte broek vol ritsen én twee kapotgeknipte shirts die aan elkaar zijn genaaid – links een vrolijk Hawaïmotief, rechts een varken in agentenuniform en de (overgebleven) tekst ‘FUC TH POL’. „Ik vond FUCK THE POLICE nogal in your face”, zo verklaart hij het knip- en naaiwerk.

Het lijkt een groot contrast met de academische wereld van deftige juristen. „Maar in de wetenschap ben ik ook best punk. Je kunt als jurist gewoon lekker met de macht meelullen – dat doen er ook heel veel. Maar ik ben meer van speaking truth to power en provocatief zijn.”

Hij studeerde eerder cum laude af als wiskundige, maar miste daar de maatschappelijke betrokkenheid. „Bij rechten was alles heel erg hiërarchisch. Ik ben een keer de collegezaal uitgestuurd omdat ik een professor strafrecht op een fout wees. Ik dacht: gebeurt dit nou echt? Bij wiskunde had ik puur respect gekregen.”

„Ingaan tegen de conventie, dat heb ik echt geleerd van spelen in een punkband”, zegt Jaeques, die CEO is van Edia, een bedrijf met veertig werknemers dat educatieve software maakt op basis van artificial intelligence. „Iedereen wil altijd maar meegaan met de stroom, ik vind het belangrijk om een tegengeluid te geven. Bij ons ging het ook zo, daar was niemand de baas. Hoe een groep zonder leider functioneert, dat zie je verder nergens.”

Zanger Huib van Oostendorp toont zijn tattoo. Foto Frank Provoost

„Ik heb niet zo’n deftige baan als die jongens”, zegt Huib, die lange dagen maakt als heftruckchauffeur in de Rotterdamse haven. „Kijk maar!” Hij trekt zijn onderlip binnenstebuiten en laat de tatoeage aan de binnenkant zien: ‘MORON’, staat er in bibberig handschrift: idioot.

Projectmanager Bart balt zijn vuisten en toont zijn zogeheten job stoppers: volgetatoeëerde vingerkootjes (rechts: P U N K, links: R O C K). „In mijn branche hoor je altijd: we zoeken authentieke mensen. Maar uiteindelijk komen er altijd dezelfde pakken aanlopen. Mij kennen ze nu als ‘die gast met tattoos’.” Het blijft een spagaat, zingt hij in ‘Different Worlds’: „I live in different worlds or so it seems. One is to survive, the other holds my dreams.” Straks zal Arne - cultureel antropoloog en afdelingshoofd in de Utrechtse universiteitsbibliotheek – dat nummer als volgt aankondigen: „Overmorgen moet iedereen weer naar het werk, waar je collega’s geen idee hebben van je secret life.”

Punkrock for life, that’s what you said. Then you settled down never saw you again

Uit: ‘Do You Remember’

En toen, na zestien jaar, vijf platen en 426 optredens in zeventien landen was het voorbij. Althans, voor Bart. „Het werd een moetje. Ik was klaar met de oeverloze discussies op het derde galaxy-niveau en wilde ermee kappen.” Dat deed hij nogal resoluut. Zijn broer had het zien aankomen, de rest voelde zich voor het blok gezet en was pislink. Er viel niet over te praten, er kwam geen afscheidsshow. „Ik ben er niet trots op hoe dat gegaan is”, zegt Bart nu. „Dat had ik handiger moeten doen.” Arne: „Dat voelde alsof je verkering uitgaat.” Joris: „Het werkte sociaal niet meer en er waren een hoop onuitgesproken dingen, maar ik heb nooit begrepen waarom het zo abrupt moest stoppen. We hadden gewoon een pauze kunnen nemen.”

Daar komt het nu alsnog op neer. Het Facebook-filmpje van de eerste repetitie sloeg in als een bom. Behalve likes regende het vanuit de hele wereld smeekbedes: kom bij ons spelen! Toen uitlekte dat Antidote surprise act was op een festival in de Utrechtse dB’s was de zaal binnen vijf minuten uitverkocht. Bart: „Daar waren ook mensen uit Duitsland en Frankrijk.” Arne: „Ik hoorde mezelf niet zingen omdat de hele zaal stond mee te schreeuwen.” Voorlopig is de deal: twee optredens per jaar, één exotische en één in Nederland.

How come I don’t own a single cent? Money is my most hated friend.

Uit: ‘Money’

De ‘House of Tarq’ is een ondergrondse arcadehal propvol flipperkasten, schietspellen en andere videogames. Maar vanavond worden er voornamelijk potjes pogo gespeeld, bier gehesen én gesmeten. Anderhalf uur voordat Antidote’s eerste trans-Atlantische show in tien jaar aftrapt, zijn alle T-shirts al uitverkocht. Behalve met de vraag kan dat ook te maken hebben met de vraagprijs: vijf Canadese dollar (€ 3,30). „Dan zijn we er mooi vanaf”, zegt Bart. „Iedereen verklaart ons voor gek.” Arne: „Rijk hoeven we er niet van te worden. Onze vliegtickets zijn betaald. We zijn overal heen gereden. Het is perfect geregeld. Als ze extra gage hadden geboden, hadden we dat geweigerd.”

Hij wordt inmiddels belaagd door een jongen met groen-paars-geverfd haar. „Jouw manier van bassen heeft me enorm beïnvloed”, zegt hij van achter zijn ziekenfondsbrilletje. Geduldig legt Arne uit dat zijn zogenaamd speciale techniek overmacht is. „Ik speel veel met mijn duim omdat ik ooit op een feestje in gebroken glas ben gevallen. Toen zijn er zoveel zenuwen in mijn linkerarm doorgesneden dat mijn vingers nauwelijks nog gevoel hebben.” Niks mee te maken, besluit de bewonderaar: „You’re my biggest influencer ever.” Als zijn ‘volgeling’ even later met zijn eigen band Chips Ov Oi onnavolgbare baslijnen speelt, schatert hij het uit. „Dat kan ik helemaal niet!”

Even na elven is het showtime. Al tijdens de opener ‘My Life’ ontploft de zaal. Voortdurend rollen vanuit de moshpit weggeslingerde punkers het podium op. Tijdens ‘Go Pogo’ klappen de voorste rijen massaal voorover, als lemmingen die zich van een klif storten. Eenmaal opgekrabbeld blijft iedereen staan en begint de grote Antidote-meebrulkoor-karaoke, óók bij de Nederlandstalige nummers. Joris moet zich een weg banen door de hanenkammen om zijn microfoon te bereiken. Arne: „Soms stonden er zoveel rond mijn microfoon dat ik ze maar heb laten zingen. Maar één gast die alleen maar stond te grunten, heb ik wel even een kontje gegeven. Zo van: wegwezen jij!”

Dan beginnen de eerste stagedivers te vliegen. Alleen is de zaal zó laag dat degenen die eenmaal op de massa drijven, zich met handen en voeten tegen het plafond schrapzetten om niet te worden geplet. „Are you okay?” vraagt Bart als er weer eentje genadeloos omlaag klettert.

Als voor de zoveelste keer de kluwen van legerkisten, hondenriemen en spijkerbanden uit elkaar is getrokken en van het podium is gestapt, houdt Arne een leren armband met vlijmscherpe studs omhoog. „Did anyone lose this?

In ruim drie kwartier ramt Antidote er twintig nummers doorheen. Als de House of Tarq ‘One! More! Song!’ blijft gillen, volgen er nog vier. Na uitsmijter ‘Fuck You’ is het gedaan, en staat Joris te wankelen: „Ik ging bijna twee keer van mijn stokje.”

Fans gaan met de band op de foto. Een jongen die vroeger in Den Haag woonde, komt juist zijn dierbaarste Antidote-foto schenken. Een punker op krukken wil handtekeningen op zijn gebroken been. En de Chips Ov Oi-bassist heeft het complete Antidote-oeuvre op vinyl en cassette meegenomen, inclusief stiften. Of iedereen even wil signeren.

Arne zucht: „Het is natuurlijk hartstikke leuk dat we hier een beetje beroemd zijn. Maar op den duur ben ik er wel klaar mee.”

„Geniet er nu maar van”, zegt Bart. „Morgen voel je die duim weer op je achterhoofd. Dan word je weer in het gareel gedrukt.”

Antidote speelt op 8 juni in het Patronaat (Haarlem) met The Restarts en Disturbance.
    • Frank Provoost