De bouquinistes aan de Seine zijn uniek in de wereld

Boekenstalletjes langs de Seine

De gemeente Parijs wil de boekenstalletjes langs de Seine laten bijschrijven op de lijst van immaterieel erfgoed van Unesco.

De boekenstalletjes langs de Seine in 1929. Foto Mary Evans

Het zijn niet de meest toegankelijke types, de boekverkopers aan de Seine. „De bouquiniste wil in zijn diepste wezen met geen enkele institutie iets te maken hebben”, zegt de 75-jarige Jean-Claude. In de avondzon nabij Châtelet leest hij, hangend in een klapstoel, een rijk geïllustreerd werk over de Tweede Wereldoorlog. Alleen klanten die echt hun best doen, weten hem uit zijn concentratie te halen. „Boeken”, zegt hij, „stellen nooit teleur, mensen wel. Dit is een vrij beroep, ik voel me goed buiten het systeem.”

De vraag was wat hij vindt van het voornemen van de gemeente Parijs de bouquinistes te laten bijschrijven op de lijst van immaterieel erfgoed van Unesco. Maar daar heeft hij geen mening over. „Het maakt mij niet uit”, zegt hij.

Begin mei stemde de gemeenteraad van Parijs in ruime meerderheid voor het plan de boekverkopers met hun karakteristieke groene stalletjes extra bescherming te geven via de Verenigde Naties. De kades van de Seine staan, inclusief de groene boekenkisten, al sinds 1991 op de lijst van werelderfgoed, maar nu gaat het om de savoir-faire van de boekverkopers zelf. Zoals in 2016 de valkeniers erkenning kregen en in 2010 de Franse gastronomische maaltijd werd bijgeschreven. Dit jaar dingt de parfum-industrie in Grasse mee.

Ik zeg niet dat we rebellen zijn, maar we zijn niet de makkelijkste mensen.

Verkoper Philippe (50)

„Ik heb dit initiatief helemaal alleen genomen”, zegt voorzitter Jérôme Callais (54) van de Association Culturelle des Bouquinistes de Paris. „Als je eerst met collega’s overlegt, dan komt er te veel discussie. Er zitten excentrieke figuren tussen.” Het voordeel is, zegt hij, dat zijn lobby nu al op het niveau van de minister van Cultuur en de Franse premier is beland. „Die moeten beslissen welk Franse dossier ze volgend jaar voordragen.” Concurrenten zijn onder andere de Parijse dakbedekkers en de boulangerie. „Maar een baguette is wel heel triviaal. En ook helemaal niet in gevaar”, zegt Callais licht verontwaardigd.

De regenten van Parijs waren 23 jaar geleden van mening dat de boekverkopers langs de Seine zich te veel vrijheden veroorloven en daarom bliezen zij het oude reglement uit 1859 nieuw leven in. De ‘bouquinistes’ protesteerden. Lees daarover: Bouquinistes aan banden

226 stalletjes

Want dat is het probleem. Het boekenvak heeft het overal zwaar, maar voor de exploitanten van de 226 stalletjes aan de Seine is het te makkelijk om te zwichten voor een makkelijke oplossing: de toeristische souvenir. De bouquinistes hebben per uitbater recht op vier kisten met handelswaar en slechts één daarvan mag toeristenprullaria bevatten. Maar de gemeente controleert niet echt en zo wordt, vindt Callais, het vak uitgehold en dreigt een uniek fenomeen te verdwijnen. De Unesco-erkenning moet voor scherpere regels en, mogelijk, subsidies zorgen.

„Ik wil souvenirs niet verbieden: voor veel van mijn collega’s is het bittere noodzaak ook sleutelhangers met Eiffeltorens te verkopen. Maar souvenirs moeten je helpen een betere boekhandelaar te zijn. Ze mogen niet de overhand krijgen.” Want dan ontstaat een neerwaartse spiraal. „Souvenirs jagen de echte boekliefhebbers weg. Als zij niet meer komen, dan houdt het vak op te bestaan.” Want een vak is het, zegt hij. „Iedereen kan souvenirs verkopen. Als je geen Eiffeltorens meer hebt, heb je met één telefoontje nieuwe voorraad. Voor boeken moet je zoeken, onderhandelen en je best doen.”

De boekenstalletjes langs de Seine in 2018
Foto Christophe Ena/AP
De boekenstalletjes langs de Seine in 2018
De boekenstalletjes langs de Seine in 2018.
Foto Christophe Ena/AP
De boekenstalletjes langs de Seine in 2018
Foto Christophe Ena/AP

Openluchtboekhandel

De bouquinistes van Parijs zijn erfgenamen van colporteurs die al in de zestiende eeuw hun waar aan de rand van de Seine kwamen uitstallen. Maar de groene bakken, waarin de huidige verkopers hun boeken, tijdschriften, gravures (en Eiffeltorens) bewaren, bestaan pas sinds eind negentiende eeuw. De drie kilometer openluchtboekhandel „is bepalend voor de intellectuele geschiedenis van Parijs” en maakt deel uit van de Franse „exception culturelle”, zei de rechtse gemeentepolitica Dominique Stoppa-Lyonnet in een pleidooi dat in de Parijse raad alom instemmend werd ontvangen. „We zijn uniek in de wereld”, meent Callais.

Callais, in een vorig leven klassiek contrabassist, heeft in zijn stalletje even voorbij de Pont Neuf louter boeken. Het enige souvenir dat hij verkoopt is een stoffen tasje met het logo van zijn organisatie van bouquinistes. Jean-Claude, aan de andere kant van de rivier, werkte vroeger in een fabriek en in een communistische boekhandel en verkoopt nu boeken – van Stendhal tot Houellebecq – en oude nummers van onder andere Charlie Hebdo als aanvulling op zijn pensioen. „Op slechte dagen verdien ik helemaal niets. Op goede dagen 100 à 200 euro”, zegt hij. Belastingvrij, natuurlijk. Want aan instituties doet hij niet, zei hij al.

„In juli en augustus, als de Fransen weg zijn, ben ik volkomen afhankelijk van souvenirverkoop”, zegt verkoper Philippe (50) aan de Quai des Grands Augustins, gespecialiseerd in oude tijdschriften en kranten over historische mijlpalen. Hij zat eerder in de bloemenhandel, werkte bij een bank en was motorkoerier, vertelt hij schreeuwend om boven het voorbijrazende verkeer uit te komen. In het Unesco-dossier heeft hij zich nog niet zo verdiept. Hij vindt het allemaal wel best, zegt hij. „Ik zeg niet dat we rebellen zijn, maar we zijn niet de makkelijkste mensen.”