Bankencrisis Italië is nu reëel risico

Italiaanse begroting De onrust over de vraag of Italië zijn schuldenlast kan aflossen is terug. Zonder hervorming wordt hulp van de ECB een illusie.

Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking in Italië ligt bijna vier procent láger dan in het jaar 2000. Foto Luciano Del Castillo/EPA

Bij alle positieve berichten over de eurozone paste altijd één waarschuwing: let op Italië. Wat als dit met schuld beladen, op twee na grootste land van de muntunie in de problemen zou raken? Zo’n crisis tekent zich nu af.

In de laatste eurocrisis, met hoogtepunt in 2011-2012, werd vooral één indicator met angst gevolgd: de extra rente die Italië en andere zwakkere landen betalen op hun staatsschuld, bovenop de rente die Duitsland betaalt. Daaraan zie je hoe hoog beleggers het risico inschatten van een staatsbankroet, of zelfs een euro-uittreding, waarbij ze hun geld zouden verliezen.

Dit renteverschil, oftewel de spread, was voor Italiaanse tienjarige leningen eind 2011 meer dan 5 procentpunt. Sinds medio deze maand, toen links-en rechtspopulisten in Rome een regeerakkoord sloten, is de spread weer omhoog geschoten, van zo’n 1,3 procentpunt naar een piekniveau van 3 procentpunt op dinsdag. Woensdag was de spread weer wat lager: zo’n 2,6 procent. Echte onrust dus, maar nog niet de paniek van destijds.

Vanwaar de lang sluimerende, nu uitgebarsten zorgen over Italië? Ruim 2.200 miljard euro bedraagt de staatschuld van het land, de op twee na grootste schuld ter wereld na die van de Verenigde Staten en Japan. De plannen van de Vijfsterrenbeweging en Lega Nord zouden die schuld alleen maar doen stijgen.

Schuldenberg

Zo’n schuldenberg is niet zo’n probleem als de economie van een land groeit: dan kan het land de rentelasten dragen. Alleen, de Italiaanse economie presteert nu al zeker twee decennia ronduit slecht. Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking in Italië ligt bijna vier procent láger dan in het jaar 2000, volgens data van het Internationaal Monetair Fonds. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander is nu krap 17 procent rijker.

Sinds kort laat de Italiaanse economie weer wat groei zien: 1,5 procent in 2017, maar het land blijft achter bij de eurozone als geheel (2,4 procent). Intussen bleven de regeringen in Rome bijlenen. De staatsschuld als percentage van het bbp is tussen 2000 en 2017 omhoog geschoten van 105 naar ruim 131 procent. Dat is meer dan het dubbele van de Europese norm.

Die staatsschuld is voor het grootste deel in Italiaanse handen. Italiaanse banken, pensioenfondsen en verzekeraars hebben de schuld in bezit. Dat is zowel gunstig als ongunstig. Buitenlandse beleggers kunnen moeilijker speculeren tegen Italië. Maar áls het misgaat, worden de Italiaanse banken meegesleurd. Italiaanse bankaandelen zijn de voorbije dagen dan ook gekelderd.

Die banken lijden toch al onder de grote hoeveelheden ‘slecht krediet’ op hun balansen, leningen die burgers en bedrijven niet kunnen terugbetalen. Dat komt door de economische malaise. Italië, trots lid van de G7 van industrielanden en exporteur van Fiats en Ferrari’s, heeft het zwaar. De maakindustrie, zeker in het arme zuiden van het land, heeft klappen gekregen van de globalisering. Bureaucratie, corruptie en misdaad werken verstikkend. Sinds de crisis zoeken veel jongeren elders in Europa werk.

De ECB heeft sinds 2015 de Italiaanse pijn verzacht door van alle eurolanden staatsleningen op te kopen. Dit drukt niet alleen de rentes, maar ook de spreads. Mocht deze crisis escaleren, dan zullen de Italianen zeker kijken naar die ECB. Deze zomer moet de bank beslissen over de voortzetting van de opkoop van staatsleningen na september. De ECB kan ook specifiek Italiaans schuldpapier gaan kopen om de spread te drukken, maar dat kan alleen als Italië zich ditmaal wél verbindt aan een EU-hulpprogramma. En dat betekent: verplicht hervormen.

    • Mark Beunderman