Aandeel hernieuwbare energie stijgt met 10 procent

Vorig jaar was 6,6 procent van het totale energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Het aandeel zonne-energie steeg met 31 procent.

Het aandeel hernieuwbare energie in het totale Nederlandse energieverbruik is vorig jaar met 10 procent gestegen. In 2017 lag dit percentage op 6,6 procent. Een jaar eerder was dit nog 5,9 procent. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag op basis van nieuwe cijfers.

De bijstook van biomassa in kolencentrales en het bijmengen van biobrandstroffen vormen veruit de belangrijkste energiebron van hernieuwbare energie. Het vormt 61 procent van het totale aandeel en is verantwoordelijk voor bijna 84 PJ (petajoule, een maat voor energie).

Lees ook een analyse over het ‘groene gehalte’ van biomassa: Energie uit zaagsel, hoe duurzaam is dat?

Zonne-energie was in het afgelopen jaar de grootste stijger met 31 procent, maar in absolute aantallen blijft het verbruik gering. Het steeg in een jaar tijd van 6,7 PJ naar 8,8 PJ. Het totale energieverbruik was in 2017 ongeveer 2.100 PJ.

Recordhoeveelheid aan zonnepanelen

In het afgelopen jaar is de capaciteit van het aantal zonnepanelen met een recordhoeveelheid gestegen, schrijft het CBS. De hoeveelheid stroom die opgewekt kan worden uit zonne-energie steeg met ruim 800 megawatt (MW) naar bijna 2.900 MW. Het aandeel windenergie nam met 15 procent toe tot 35 PJ. Belangrijkste oorzaak is de plaatsing van 600 MW aan windmolens op zee in de tweede helft van 2016: die windmolens draaiden in 2017 een vol jaar mee. Vorig jaar werden er nauwelijks windmolens bijgeplaatst.

Hernieuwbare energie wordt verbruikt voor warmte, elektriciteit en vervoer. In 2017 was bijna de helft van het verbruik bestemd voor warmte, ruim 40 procent voor elektriciteit en een kleine 10 procent voor vervoer.

    • Huib de Zeeuw