Minister: lijst moskeeën te laat gedeeld

Buitenlandse invloed Justitie onderzoekt of moskeefinanciering vanuit „onvrije landen” beperkt kan worden. Woensdag debatteert de Kamer erover.

Dat moskeeën in Nederland geld ontvangen uit de Golfstaten, is geen verrassing. Wat de Tweede Kamer heeft geschokt, is de omvang en invloed van die donaties. En het gebrek aan transparantie van het kabinet erover. Woensdag debatteert de Kamer erover met ministers Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66), Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) en Sander Dekker (Justitie, VVD), naar aanleiding van onthullingen van NRC en Nieuwsuur over geheime lijsten met moskeeën die geld kregen uit Saoedi-Arabië en Koeweit.

De bewindslieden moeten uitleggen waarom hun voorgangers – tegen beloften in – de lijsten die zij via diplomatiek verkeer kregen laat en onvolledig met de Kamer en gemeenten deelden. In verschillende gebedshuizen werden na een buitenlandse schenking radicale preken gehouden, terwijl driekwart van de gemeenten niet op de hoogte was dat er geld was aangevraagd in de Golf. Ook onderzoekers die in opdracht van Rutte II de omvang van moskeefinanciering moesten achterhalen, kregen de lijsten niet.

„Terwijl de Kamer steeds meer wensen had, lijkt het alsof er steeds minder mee is gebeurd”, zegt SP-Kamerlid Sadet Karabulut. „We moeten nu écht met oplossingen komen om financiering uit onvrije landen tegen te gaan”, zegt Gert-Jan Segers (ChristenUnie).

Minister Koolmees erkende vanochtend in een brief aan de Kamer dat het de informatie over financiering te laat heeft gedeeld. „Terugblikkend constateer ik dat de informatievoorziening aan gemeenten beter kan en moet.” Gemeenten moeten bovendien meer steun krijgen in het omgaan met buitenlandse moskeefinanciering. Koolmees werkt een aantal plannen uit om meer zicht te krijgen op die financiering. Eén daarvan is het „intensiveren van diplomatieke contacten”. Verschillende Golfstaten hebben al beloofd om geen moskeeën meer te financieren zonder goedkeuring van Nederlandse autoriteiten, schreef het kabinet in maart aan de Kamer. Saoedi-Arabië, dat sinds 2010 informatie deelde met het ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft sinds 2016 geen financieringsaanvragen meer gemeld. De Verenigde Arabische Emiraten en Qatar deden het al niet. Alleen Koeweit deelde nog een paar aanvragen.

Betekent het dat vanuit deze landen geen financiering meer plaatsvindt, of komt het geld via een andere route? Kamerleden vrezen het laatste. Ook de regimes in de Golfstaten hebben maar beperkt zicht op de geldstromen uit hun landen. De Koeweitse liefdadigheidsinstelling RIHS bijvoorbeeld zou via persoonlijke netwerken geld naar het buitenland sturen. Diverse Nederlandse moskeeën die mogelijk geld uit het buitenland hebben gekregen, ontbreken op de lijsten die door de Golfstaten zijn verstrekt.