Wie wil er nog accountant worden?

Tekort De werkdruk is zo hoog, vinden jonge accountants, dat ze het vak de rug toekeren. Nu zijn er te weinig accountants. „Dit probleem is nog niet opgelost.”

Illustratie Studio NRC

Wie bij PwC werkt en een nieuwe collega-accountant introduceert, krijgt daar geld voor. Via het ‘introduce a friend-programma’ zijn vorig jaar tientallen mensen bij het accountantskantoor binnengekomen, zegt PwC-bestuurder Agnes Koops, verantwoordelijk voor personeelszaken. Hoe hoog de „geldelijke bijdrage” is, wil ze niet zeggen. Maar het is „een prima bedrag”.

Concurrent EY neemt talentvolle bijna-afgestudeerden een week mee op reis voor een masterclass. Laura Dikker, accountant bij het kantoor, mocht als student mee naar New York. Afgelopen zomer begeleidde Dikker (28) zelf een groep in Parijs. Haar taak: „Hen enthousiast maken.” Voor het vak, en voor het kantoor.

Grote accountantskantoren doen veel moeite om genoeg goede accountants binnen te halen. Dat hebben ze altijd al gedaan, maar nu moeten ze er extra hard voor werken. Want er zijn te weinig accountants. Vorig jaar is de vraag met 31 procent toegenomen, blijkt uit een analyse van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA). De vraag naar ervaren accountants met meer dan vijf jaar ervaring, is met 48 procent het hardst gestegen. Berry Wammes, directeur van de NBA, schat in dat accountantskantoren in totaal „meer dan duizend” mensen zoeken.

Reputatieschade

Het imago van de accountant liep de afgelopen jaren flinke deuken op. Het ene schandaal volgde het andere op, de toezichthouder stelde herhaaldelijk vast dat de kwaliteit van de big four – PwC, EY, Deloitte en KPMG – niet goed genoeg is.

De 24-jarige Robin Oldenboom liet zich daar niet door afschrikken. Toen hij studeerde kwamen de accountants flink onder vuur te liggen, dat was Oldenboom niet ontgaan. „Ik lees ook het nieuws.” Maar wat hij las, zegt Oldenboom, kwam niet overeen met wat hij zag tijdens zijn bezoekjes aan grote kantoren. Tijdens zulke dagen laten die zich natuurlijk van hun beste kant zien, maar Oldenboom is niet minder enthousiast sinds hij afgelopen najaar is begonnen bij PwC, zegt hij.

Vele afgestudeerden kozen afgelopen jaren voor het vak. De reputatieschade lijkt dan ook niet de oorzaak van het tekort, zegt Wammes van de NBA. Het aantal mensen dat accountant wil worden neemt niet structureel af: vorig jaar begonnen 1.152 mensen de driejarige praktijkopleiding tot accountant. Die opleiding volgen ze naast hun werk, nadat ze een universitaire studie hebben afgerond.

Het tekort wordt veroorzaakt door twee andere dingen. Door de aangetrokken economie is er meer vraag naar accountantsdiensten. Daarnaast moeten kantoren de kwaliteit van hun controles verbeteren, waardoor er meer mensen nodig zijn voor hetzelfde werk. „De vraag naar ervaren collega’s is daardoor toegenomen”, zegt Agnes Koops van PwC. Dat kantoor heeft net zestig ervaren mensen aangenomen. „En daar willen we er nog wel meer van.”

Werk op de eerste plaats

Omdat er veel te doen is met weinig mensen, stapelt het werk zich op. Maar jonge accountants lijken de werkdruk nu al niet meer aan te kunnen, zo bleek deze maand uit een studie van Nyenrode en de NBA onder 517 respondenten onder de 35 jaar. In de drukste periode, de eerste vier maanden van het jaar waarin ze jaarrekeningen moeten goedkeuren, werken jonge accountants gemiddeld 60 uur per week. Bij de grote kantoren nog eens een paar uur meer. Wie de top wil bereiken moet het werk boven vrienden en familie stellen, concluderen de onderzoekers. Want kantoren „belonen” jonge collega’s die „een hoge werkdruk omarmen”.

Respondenten zeggen dat ze eigenlijk te weinig tijd hebben om hun werk en verplichte opleiding goed te doen. Terwijl de kwaliteit juist omhoog moet. De hoge werkdruk maakt ze bovendien ongelukkig: een betere balans tussen werk en privé is de belangrijkste reden het vak te verlaten en bijvoorbeeld over te stappen naar het bedrijfsleven. Een „grote groep” overweegt dat binnen twee jaar te doen, schrijven de onderzoekers.

Uitspraken van anonieme accountants in het onderzoek illustreren hoe zij hun werk beleven. De opleiding moet „er altijd maar even bij”, zegt er een. Een ander stelt dat wel gezégd wordt dat er „begrip” is voor privé-omstandigheden, zoals het overlijden van een familielid, „maar onder aan de streep is het toch vaak anders”. Het personeelstekort eist ook z’n tol, zegt weer een ander. „Hetzelfde werk moet gedaan worden met minder mensen.” Ondertussen wordt het tekort nog nijpender door een „hoog verloop en uitval door burn-outs”.

Mindfulness

Grote kantoren lijken zich bewust van het probleem. PwC organiseerde vorige maand voor de derde keer de ‘week van de balans’, gericht op „fysieke, mentale, emotionele en spirituele gezondheid”. Deloitte heeft een speciaal ‘fit-programma’, dat bijvoorbeeld fiets-, zeil- en hockeyclinics en mindfulness-trainingen organiseert.

Maar van samen fietsen wordt de werkdruk natuurlijk niet minder. „Wij zien ook dat die te hoog is”, zegt Bert Albers, hoofd van de accountantspraktijk van Deloitte. Om de werklast te verlichten neemt het kantoor bijvoorbeeld afscheid van klanten en verplaatst het werk naar India. Ook heeft het extra ervaren accountants uit Zuid-Afrika aangenomen, die vanwege de taal makkelijk kunnen instromen. Vorig jaar twintig, dit jaar weer.

In drukke tijden is het normaal om twee avonden per week door te werken, zegt Deloitte-accountant Jannus Kat (24). „En één avond gaan we met het team sporten.” Dat is niet verplicht, zegt Kat erbij. Hij is geschrokken van het uitkomsten van het Nyenrode-onderzoek. Zelf heeft hij geen problemen met de lange uren, zegt hij. „Ik heb ook nog nooit meegemaakt dat iemand zei: ik zit er helemaal doorheen.” Het is „zeker hard werken”, zegt ook Laura Dikker van EY. „Vooral tijdens het busy season”. Maar daar staat volgens haar tegenover dat je een lange zomervakantie kunt opnemen.

De realiteit is, erkent Bert Albers van Deloitte, dat er een „performance-cultuur” heerst. Onder de klanten zijn grote beursfondsen, die werken met strakke deadlines. Daar zit druk op, en dat zal zo blijven. Maar 60 uur per week werken moet niet vanzelfsprekend zijn, zegt Albers. „Dit probleem is nog niet opgelost.”

    • Teri van der Heijden