Utrecht wil een ‘ov-ring’ en extra intercitystation

Openbaar vervoer Provincie en gemeente presenteren grootse plannen voor het ov in en rond Utrecht. Maar het Rijk moet die vooral betalen.

Het nieuwe station Utrecht Vaartsche Rijn is ook bedoeld om het drukke Utrecht Centraal te ontlasten. Foto Jerry Lampen / ANP

Je hoeft geen planoloog te zijn om snel te zien waar het probleem van de stad Utrecht ligt. Een grote universiteits- en hogeschoolcampus waar dagelijks zo’n 70.000 mensen werken en studeren, precies aan de andere kant van de stad als het centraal station – dat levert nogal wat vervoersstromen op in de vierde stad van Nederland. Niet voor niets zitten de driedelige bussen naar campus De Uithof elke werkdag stampvol, ondanks een voor Nederland ongekend hoge frequentie van één bus per drie minuten.

Precies deze situatie is één van de redenen waarom het provincie- en gemeentebestuur maandag hun voorstel voor grote infrastructuurinvesteringen in de stadsregio presenteerden. Want ook met de bouw van de – flink vertraagde en ruim 80 miljoen duurder uitgevallen – tramlijn naar De Uithof (opening 2019) blijft de vervoerscapaciteit in de regio lastig, stellen de betrokken partijen. Zo gaat er ook meer gebouwd worden in Utrecht en groeit het aantal banen naar verwachting met 100.000.

Tweede intercity-station

De meest in het oog springende projecten waar de stad aan denkt zijn een ov-verbinding die in een ring om Utrecht moet komen te liggen, en een tweede intercity-station dat de druk op Utrecht Centraal kan verlichten. Dat zou bijvoorbeeld bij station Utrecht Lunetten kunnen komen.

Utrecht Centraal is het drukste station van Nederland, met 180.000 in- en uitstappers. Als enige stad in de vier grote steden kent Utrecht nog geen tweede station waar intercity’s stoppen, zoals bijvoorbeeld Rotterdam Alexander. Nu reist een student uit het oosten per trein al min of meer langs De Uithof, om vervolgens via het centraal station en de binnenstad weer ‘terug’ te reizen.

Een woordvoerder van de provincie laat weten dat er samen met de gemeente ongeveer 200 miljoen beschikbaar is. Het benodigde totaalbedrag is niet bekend, maar het gaat om miljarden. Op 4 juni heeft de regio overleg met onder andere staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66, Infrastructuur en Milieu) over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

Op Infrastructuur en Waterstaat wil de minister (VVD) meer asfalt en de staatssecretaris (D66) meer openbaar vervoer. Lees ook: Minister en staatssecretaris vechten om dezelfde pot geld

Het voorstel van Utrecht past in een sterke lobby van de vier grote steden in de Randstad om een beter ov-netwerk voor elkaar te krijgen met Haagse financiële steun. Eerder dit jaar vroegen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht samen ook al om geld om meer lightrail – een kruising tussen een tram en een trein – aan te leggen. Komt dat er niet, dan dreigt de Randstad „dicht te slibben”. Pensioenfondsen zouden voor een deel van het geld kunnen zorgen en daar niet negatief tegenover staan.

Utrecht lijkt op Straatsburg

Hoe kansrijk zijn de ideeën? De provincie en de gemeente kunnen wijzen op het regeerakkoord, waar expliciet in staat dat De Uithof een betere ov-verbinding moet krijgen die Utrecht Centraal omzeilt – maar dat is ook weer niet synoniem aan een ringlijn.

Lightrailkenner, onafhankelijk adviseur en gastprofessor aan de Universiteit Gent Rob van der Bijl vindt een ringlijn geen slecht idee, maar heeft ook twijfels. „Er worden veel grote, globale plannen gepresenteerd en de bal wordt bij Den Haag gelegd. We zijn jaren verder eer we daar een goed plan voor hebben. Terwijl je in ieder geval ook pragmatisch en stapsgewijs al dingen zelf kan oplossen.”

Hij vergelijkt Utrecht graag met Straatsburg. Die Franse stad is precies even groot en kent een historisch centrum van soortgelijke omvang. „Daar hebben ze in 1994 al de eerste tramlijn aangelegd, nu is er een uitgebreid netwerk.” In de jaren ’90 werd zoiets ook overwogen in Utrecht, maar dat plan haalde het niet. Volgens Van der Bijl zou de stad kunnen beginnen met zelf zo’n kleiner project oppakken – iets waar nog steeds af en toe over wordt gesproken. „De hoofdas door het centrum is nu een bundel buslijnen. Als je dat oplost heb je al gelijk drastisch minder voertuigbewegingen.”

Wethouder Lot van Hooijdonk lijkt in ieder geval groot te denken. Zij speculeerde maandag in de Volkskrant nog verder dan de nieuwe voorstellen: „Misschien heeft Utrecht in de toekomst wel een metro nodig.”

Lees ook: Rapport: aanleg wegen en spoor lost drukte niet op
    • Milo van Bokkum