Reukzin

Alle mensapen snuffelen aan voedsel (en soms besnuffelen ze ook elkaar)

Uniek overzicht

Voor het eerst is ruikgedrag van mensapen in kaart gebracht. Gorilla’s snuiven het meest frequent geuren op, chimpansees het minst.

Een chimpansee in Safaripark Beekse Bergen met een ijsje. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Mensapen snuffelen vooral als ze de omgeving verkennen of voedsel beoordelen. Aan elkaar ruiken ze minder. Behalve mannelijke chimpansees, die snuffelen vooral in sociale omstandigheden, om erachter te komen of een chimpanseevrouw vruchtbaar is of om de stemming van een concurrerend mannetje te beoordelen. Dit blijkt uit het eerste overzicht ooit van het ruikgedrag van mensapen, dat deze maand werd gepubliceerd in het American Journal of Primatology. Sociaal betekent hier: ruiken aan een soortgenoot (of aan diens uitscheidingen). ‘Niet-sociaal’ betekent: ruiken aan dingen in de omgeving, of aan jezelf.

Uit losse observaties in het wild was al een en ander bekend, maar nu zijn consequent groepen bonobo’s, chimpansees, orang oetans en gorilla’s in het Wolfgang Köhler Primatencentrum in Leipzig geobserveerd op ruikgedrag, 480 uur lang, met als opbrengst 2.083 ‘snuifgebeurtenissen’, gemiddeld eens in de vier uur per dier. Het vaakst snoven gorilla’s (eens per 2,5 uur) en het minst chimpansees (eens per vijf uur). Bij het ruiken aan de omgeving en aan voedsel waren geen verschillen tussen mannen en vrouwen; in sociale context wél. Mannelijke chimpansees snoven dan veel meer dan vrouwelijke. Bij gorilla’s was het andersom: mannelijke gorilla’s ruiken zelfs nooit in sociale context.

In Leipzig werd verder gezien dat jongeren vaker ruiken dan ouderen, waarschijnlijk omdat zij vaker ‘op verkenning’ gaan dan ouderen. De observatieswaren niet in strijd met wat er uit de natuur bekend was. Jane Goodall had al in Gombe gezien dat chimpansees vaak aan vrouwelijke genitaliën ruiken.

Gericht op kijken

Er is tot nu toe nooit veel onderzoek naar het ruikgedrag van mensapen gedaan, omdat de meeste primatologen ervan uitgingen dat alleen apen van de Nieuwe Wereld een goed ontwikkeld reuksysteem hadden. Voor apen van de Oude Wereld (waaronder mensapen) zou reuk onbelangrijk zijn, omdat ze gericht zijn op kijken. Ze hadden ook veel minder genen voor reuk.

Pas de laatste tien jaar kwam er aandacht voor: makaken die aan de urine van vrouwtjes ruiken, en zilverruggen die een sterkere lichaamsgeur krijgen als hun gorillavrouw met het jongste kind verder weg is. Een doorbraakje in het besef van het belang van geur was toen bleek dat mensen heel goed individuele gorilla’s op reuk konden onderscheiden (daarna bleek dat de gorilla’s dat allicht ook zelf goed konden). Ook mensen zelf bleken veel beter te ruiken dan altijd gedacht, in Science werd in 2014 zelfs een onderzoek gepubliceerd waaruit bleek dat mensen minstens één biljoen (duizendmiljard) geuren kunnen onderscheiden.

    • Hendrik Spiering