Opinie

Premier Rutte kan zijn muziekliefde nu echt bewijzen

Bach, vereerd door onze premier, was wanhopig over onderbetaling van zijn musici, schrijft . Zijn noodkreet is actueel.
Minister van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) en premier Rutte op Goede Vrijdag bij de Mattäus-Passion in de Grote Kerk van Naarden Foto Remko de Waal/ANP

De Tweede Kamer debatteert deze woensdag over het cultuurbeleid. Interessant, aangezien we nog steeds een kabinet hebben dat wordt geleid door een premier die enkele jaren geleden beweerde dat kunstenaars met hun rug naar het publiek staan en met een hand naar de overheid.

De bezuinigingen in de cultuursector die toen werden doorgevoerd hebben er voor gezorgd dat veel mensen die werkzaam zijn in deze sector nauwelijks meer een redelijk inkomen kunnen verdienen. Ze moeten bijbaantjes nemen om in hun onderhoud te voorzien, terwijl ze in hun vak op het hoogste niveau denkbaar functioneren.

Dat vindt ook premier Rutte, die in Zomergasten beweerde dat klassieke muziek hem enorm emotioneert omdat hij beseft dat ondanks alle ellende in de wereld de mens ook in staat is om iets te maken op het allerhoogste niveau denkbaar.

Rutte vereert met name Johann Sebastian Bach: diens Matthäus-Passion, de Goldbergvariaties en bijvoorbeeld Die Kunst der Fuge noemt hij hoogtepunten uit de klassieke muziek.

De minister-president is blijkbaar onbekend met de strubbelingen over geld die Bach had met het stadsbestuur van Leipzig, waar hij vanaf 1723 in dienst was. Je zou Bach een ambtenaar kunnen noemen die belast was met het verzorgen (uitdrukkelijk niet het componeren) van de muziek voor de zondagse diensten in de belangrijkste kerken van de stad.

Bachs ambities waren echter groter: hij koos ervoor om jaarlijks voor elk van de meer dan vijftig zondagen en andere hoogtijdagen in de Lutherse kerkkalender een cantate te componeren.

In een beroemd memorandum uit 1730 klaagt Bach tegen het stadsbestuur over het feit dat zijn musici zo slecht worden betaald, en dat ze om rond te komen moeten bijbeunen op bruiloften en partijen, waardoor ze geen tijd hebben de moeilijke stukken van Bach in te studeren. Volgens Bach worden daardoor zijn werk en persoon geen recht gedaan.

Een andere frustratie van Bach was dat door geldtekort en de grote tijdsdruk het muziekonderwijs waarvoor hij zelf verantwoordelijk was noodgedwongen tekortschoot, waardoor ongeoefende scholieren muziek moesten zingen die ze eigenlijk pas na jaren instructie aan zouden kunnen.

Harmonisch vernuft

Het stadsbestuur schuift de klacht van Bach terzijde; Bach wordt immers niet betaald om muziek te componeren die de meeste gemeenteleden boven de pet gaat, waarin de evangelische boodschap ondergeschikt is aan het harmonische vernuft, en die zo lastig is dat je haar niet in één keer van papier kunt spelen.

Ach ja, laat die klagende kunstenaars, rug naar het publiek, hand naar de overheid, want ze hebben geen keus dan voor een hongerloontje hun werk te doen: kunst is hun passie, ze gaan toch wel door.

Bach ging niet door, na de eerste jaren in Leipzig als een dolle cantates te hebben gecomponeerd (zo’n driehonderd in zes jaar), stopte hij daar na 1730 vrijwel geheel mee. Als je het mij vraagt omdat de gemeente Leipzig hem niet de middelen gaf om zijn muziek te kunnen uitvoeren, de muziek die onze premier tot het allerhoogste acht waartoe de mensheid in staat is.

Wie de kunst hoog acht, ontfermt zich over de kunstenaars.

Aanvulling (30 mei 2018): dit artikel is uitgebreid met een alinea over Bachs muziekonderwijs, die in de papieren edities was weggevallen.