Column

Ongemakkelijke inzichten over diversiteit

Wie de moeite neemt om het woord ‘diversiteit’ te googelen struikelt over een hele waaier diversiteitsconsultants, diversiteitstrainingen en diversiteitsdagen. De gedachte dat culturele verscheidenheid vraagt om vernieuwing van bedrijven en instellingen heeft snel veld gewonnen. Uitzendbureau Randstad, de universiteit van Utrecht, verzekeraar Achmea en het politieteam van Deventer, allemaal omarmen ze het idee dat ‘succesvol innoveren begint bij diversiteit’.

De achtergrond is duidelijk: met een jaarlijks gemiddelde van rond de 180.000 heeft de immigratie in het afgelopen decennium een recordhoogte bereikt. Sinds 2008 zijn ongeveer 1,8 miljoen mensen naar ons land gekomen, iets minder dan 1,4 miljoen mensen zijn vertrokken. In de laatste twintig jaar is de omvang van de bevolking met 1,5 miljoen gegroeid. Daarvan komt 86 procent voort uit de immigratie, waarbij de tweede generatie wordt meegeteld. Alles bij elkaar niet echt het beeld van een land dat zich verschanst achter hoge muren.

Wat zijn de gevolgen van deze snel groeiende diversiteit voor de samenleving? Deze vraag staat centraal in de zojuist verschenen studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De auteurs – onder wie Roel Jennissen en Godfried Engbersen – brengen de veranderde samenstelling van de immigratie heel precies in kaart. En ze beschrijven in De nieuwe verscheidenheid de gevolgen voor de samenhang in de buurt en voor de economische ontwikkeling.

De vier klassieke migrantengemeenschappen uit Suriname, de Antillen, Marokko en Turkije – waar het merendeel van de onderzoekers zich op richt – bepalen allang niet meer het beeld. In de afgelopen tien jaar waren de grootste groepen migranten afkomstig uit achtereenvolgens Polen, Syrië, de voormalige Sovjetunie, Bulgarije, China, India, Roemenië, Italië, Duitsland en Somalië. De vluchtelingencrisis is maar een beperkt deel van het verhaal.

Jennissen en zijn collega’s hebben de verscheidenheid op een nieuwe manier gemeten en komen nogal wat ‘verborgen diversiteit’ op het spoor. Niet verrassend scoren steden als Amsterdam en Den Haag enorm hoog. Maar ook bijvoorbeeld Diemen, Vaals, Amstelveen en Schiedam blijken tot de toptien van diversiteit te behoren. Het etnische mozaïek van Nederland is nog veelkleuriger dan we al dachten.

Dat heeft gevolgen. De toenemende diversiteit gaat hand in hand met een afnemende samenhang in de buurt: „Uit onze analyse blijkt dat wanneer een buurt meer divers is, inwoners de buurt als minder cohesief beoordelen. Behalve de diversiteit van de buurt heeft ook de sociaal-economische achterstand van de buurt een negatief effect op de buurtcohesie. De invloed van de diversiteit is echter een stuk groter.”

Zo wordt in een paar droge zinnen het diversiteitsdenken op de proef gesteld: het is op zijn minst onzeker of deze snel toenemende verscheidenheid gunstig uitpakt voor de samenleving. Op de schaal van een buurt blijken groeiende cultuurverschillen voorlopig niet samen te gaan met een meer positieve kijk van bewoners op hun omgeving. Deze bevindingen zouden de aanzet kunnen zijn tot enig zelfonderzoek.

Lees hier het nieuwsbericht over de studie: In diversere wijken voelen mensen zich onveiliger

Verder stellen de auteurs een verband vast tussen diversiteit en criminaliteit, een effect dat boven een bepaald niveau afvlakt: „De kans op het plegen van delicten is hoger voor mensen die wonen in een gemeente met een hoge mate van diversiteit naar herkomst.” Ze nemen een afnemend gevoel van sociale veiligheid en een afnemend thuisgevoel waar: „hoe diverser een buurt is, hoe minder bewoners zich daar thuis voelen”. Opnieuw keurige zinnen en je voelt, die gaan nog voor controverse zorgen.

Zelfs in buurten met veel westerse en hoogopgeleide migranten blijkt de groeiende diversiteit te leiden tot afnemende samenhang. Deze zogenaamde ‘happy diversity’ is dus niet zonder problemen. En inderdaad, in een wijk waar zeecontainers met verhuisspullen een terugkerend straatbeeld zijn, bestaat niet veel contact tussen buren. De omloopsnelheid van bewoners is eenvoudigweg te groot.

In het licht van deze maatschappelijke gevolgen zou je hopen dat in ieder geval de economische meerwaarde van de migratie duidelijk is. Ook hier vallen de uitkomsten tegen: in de onderzochte regio’s laat de economische groei geen verband zien met de mate van diversiteit. Sterker nog: „Er is reden om te veronderstellen dat in West-Nederland een toenemende verscheidenheid naar herkomst gepaard gaat met een lagere economische groei.”

Meer dan genoeg om over te praten lijkt me. Deze ongemakkelijke inzichten dwingen tot een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid: hoe moeten we omgaan met de nieuwe verscheidenheid? Wat daarbij zou helpen is een nuchter debat over de omvang van de migratie: hoeveel nieuwkomers moet Nederland in de komende jaren opnemen? We kunnen in ieder geval niet meer wegduiken achter het wijdverbreide begrip diversiteit.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese Studies