NRC checkt: ‘Loverboys maken per jaar bijna 1.400 minder- jarige slachtoffers’

Dat schreef het AD op zaterdag 19 mei.

Een appartement van Hotel Botterweck in Valkenburg waar mogelijk een 16-jarig meisje met zeker 80 mannen seks gehad zou hebben door toedoen van een loverboy. Januari 2015. ANP PIROSCHKA VAN DE WOUW

De aanleiding

In de reportage ‘De loverboy van nu hoeft meisjes niet te verleiden’, in het AD van zaterdag 19 mei, schreven verslaggevers Edwin van der Aa en Hanneke van Houwelingen over mensenhandelaren die meisjes de prostitutie in dwingen. Daarin stellen zij: „Jaarlijks gaat het om bijna 1.400 minderjarige slachtoffers”. (Die zin is donderdag online veranderd in: „Naar schatting zijn al bijna 1.400 minderjarigen slachtoffer geworden.”) Verder meldt het artikel: „Deze mensenhandelaren zijn meestal Marokkanen, Turken, Antillianen en Roma. Het leeuwendeel heeft een migratieachtergrond.” Het bericht werd overgenomen door buitenlandse nieuwsmedia en sites die tegen migranten en moslims ageren, zoals het Amerikaanse Breitbart.

Waar is het op gebaseerd?

Desgevraagd verwijst Van der Aa naar een overheidsrapport over de kwestie uit februari 2018 van de Inspectie van Gezondheidszorg en Jeugd. Dat rapport verwijst weer naar een overheidsrapport over mensenhandel uit oktober 2017, van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. De stelling over de etniciteit van de loverboys komt van Gideon van Aartsen van kinderrechtenorganisatie Terre des Hommes, die Watch Nederland leidt, een programma tegen loverboypraktijken. Van Aartsen meldt desgevraagd dat hij dit baseert op de 87 gevallen die sinds begin vorig jaar door Watch zijn behandeld: „Er rust een taboe op het benoemen van de achtergrond van de daders, maar ik denk dat het relevant is voor de aanpak: iedere cultuur vereist een andere benadering.”

En, klopt het?

In het eerste rapport staat dat er naar schatting jaarlijks 1.363 minderjarigen slachtoffer worden van „binnenlandse seksuele uitbuiting”. Het woord ‘loverboys’ komt in het eerste rapport niet voor. Volgens Femke Eisma, woordvoerder van de Nationaal Rapporteur, is dat omdat haar instituut louter de juridische term ‘mensenhandelaren’ hanteert. Eisma: „‘Mensenhandelaar’ is correct, maar ‘loverboy’ zal meer mensen aanspreken.”

Mensenhandelaren die minderjarigen seksueel uitbuiten, hoeven niet per se loverboys te zijn. Dat het louter om slachtoffers van loverboys zou gaan, heeft het tweede rapport, van de Inspectie van Gezondheidszorg en Jeugd, ervan gemaakt. De term, in zwang sinds 1995, verwijst naar jonge pooiers die meisjes tot prostitutie dwingen door hen eerst amoureus te verleiden.

De schatting van 1.400 slachtoffers, door de Nationaal Rapporteur, is veel hoger dan het aantal geregistreerde zaken. Het Coördinatiecentrum Mensenhandel telde in 2014 en 2015 slechts 308 zaken. De schatting in het rapport van de Rapporteur komt van Peter van der Heijden, hoogleraar Statistiek ten behoeve van de Sociale Wetenschappen te Utrecht. Op basis van cijfers uit vijf bronnen, en door te kijken naar het overlappen van die cijfers, maakte hij een schatting van alle slachtoffers, ook die voor justitie en hulpverleners verborgen blijven. Desgevraagd stelt Van der Heijden dat zijn rekenmethode betrouwbaar is, en mailt hij een wetenschappelijke verantwoording.

Dan nog de nationaliteit van de loverboys. Zijn dat „meestal Marokkanen, Turken, Antillianen en Roma”? Ouder onderzoek (Terpstra & van Dijke, 2005) stelt dat loverboys doorgaans ‘allochtonen’, meestal ‘Marokkanen’ zijn. Ander onderzoek (Zanetti en Kanters, 2009) stelt dat het loverboyschap niet cultuurgebonden is en dat er loverboys van allerlei etniciteiten voorkomen.

Volgens een ander rapport van de Nationaal Rapporteur (september 2016) was 49 procent van alle verdachten van mensenhandel geboren in Nederland. 24 procent kwam uit Bulgarije, Hongarije of Roemenië, 14 procent uit Suriname, Marokko, de Antillen of Turkije. De Rapporteur noteert 60 geboortelanden. Onder de in Nederland geboren verdachten kunnen mannen zitten met niet-westerse migratieachtergrond. Maar desgevraagd melden de Rapporteur en het OM dat dit niet wordt bijgehouden.

Conclusie

Terre des Hommes stelt in het AD dat loverboys „meestal Marokkanen, Turken, Antillianen en Roma” zijn, gebaseerd op eigen waarneming, maar de afkomst van de verdachten wordt door Justitie niet bijgehouden. Daarom achten wij deze stelling niet te checken. Verder stelt het AD dat er jaarlijks bijna 1.400 minderjarigen slachtoffer worden van loverboys. De Nationaal Rapporteur stelt dat per jaar naar schatting 1.363 minderjarigen slachtoffer worden van „binnenlandse seksuele uitbuiting” door „mensenhandelaren”. Omdat dit niet louter loverboys hoeven te zijn, en het een schatting is, beoordelen wij de bewering als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Wilfred Takken