Recensie

Kiezen is niet makkelijk op Utrechts fusiefestival Spring

Dans

Podiumfestival Spring wijst bezoekers de weg door hashtags aan de voorstellingen te hangen: van #heybodyhey tot #newyoung of #digitalnatives. Naar hartenlust worden disciplinegrenzen overschreden.

In ‘Tutuguri’ demonstreert de Portugese Flora Detraz hoe lichaamshoudingen de betekenis van stemgeluid veranderen. Foto Pablo López

Hoe Spring te beschrijven? Geen eenvoudige taak, want het Utrechtse fusiefestival dat vijf jaar geleden ontstond uit Springdance en Festival aan de Werf, vertegenwoordigt de volle breedte van beide festivals. En daarin werden al naar hartenlust disciplinegrenzen overschreden. De twaalf hashtags die de argeloze bezoeker moeten helpen zijn weg te vinden in het aanbod, van #heybodyhey tot #newyoung of #digitalnatives, zijn dus geen overbodige luxe. Al wordt het, met soms drie ‘hekjes’ per voorstelling, niet per se makkelijker kiezen.

Maar niet zeuren. De wereld is complex, dus is theater als spiegel van de samenleving dat ook. Toch zijn vooral de politiek geladen voorstellingen (#rebelwithacause) vaak nogal simplistisch van inhoud. Stating the obvious, heet dat in goed Nederlands. Neem Think much cry much van de Libanese Rima Najdi. Haar locatieproject, op een verlaten terrein van de Nederlandse Spoorwegen, laat in een hoorspel-participatieparcours diverse partijen horen die bij de huidige migratiestromen zijn betrokken, vluchtelingen en grenzenbouwers. Maar de teksten bieden geen doorzicht of interessante invalshoeken. Het uitvoeren van instructies die via de koptelefoon binnenkomen, heeft niets beklemmends, bovendien is er vrijwel geen interactie tussen groepen met verschillende opdrachten – gemiste kans.

Een eerdere uitvoering van ‘Think much cry much’.

Dan is het volledig ‘ontvolkte’ project Deep Present van Jisun Kim boeiender, ook al zijn de observaties daarin evenmin origineel, dwars of anderszins opmerkelijk. Wel zijn de afzenders van de bespiegelingen verrassend voor een theatervoorstelling. Vier objecten (#objectsthatmatter) met kunstmatige intelligentie gaan, gevoed met verschillende data, met elkaar in dialoog. Zo vraagt het Aibo-hondje zich af of robots ook kunnen sterven, nu Sony geen nieuwe onderdelen meer maakt. HAL is, met dank aan Stanley Kubricks 2001: A Space Oddyssey, een ‘pratend’ rood licht. Met ijzeren logica schetst de computerstem hoe artificial intelligence tot meer efficiëntie leidt, en uiteindelijk, onvermijdelijk, ook tot de irrelevantie van ethiek. Het personage van de algoritmische romanschrijver Libidoll (een sculptuur met boek) is mede opgebouwd door documenten van mensenrechtenorganisaties en tikt op het achterdoek tegenwerpingen, terwijl boeddhabeeld Tathata meestal het zwijgen toe doet.

Deep Present is een beetje als kijken naar een liveconcert van pianola’s: maf, vervreemdend. Het knagende ‘waarom zit ik hier eigenlijk-gevoel’ benadrukt impliciet wel dat theater – en niet alleen theater – een zaak van mensen is.

Even curieus, maar volstrekt anders, is de solo Tutuguri van de Portugese Flora Detraz. In haar solo horen we eerst Dietrich Fischer-Dieskau, de beroemde vertolker van het Lied. Detraz geeft daarna zwijgend een impressie van zijn motoriek en gelaatsexpressies, die, ‘losgezongen’ van de bijbehorende auditieve ervaring, absurd geëxalteerd voorkomen. In het vervolg werkt zij de relatie tussen lichaam en stem uit. Als verre nakomeling van stemkunstenares Meredith Monk demonstreert zij, met haar eigen lichaam als canvas, hoe houdingen de betekenis van stemgeluid veranderen. Ze gebruikt buikspreektechnieken, brabbelt tot kwijlens toe koeterwaals, maakt dierengeluiden en laat haar vocale sirene loeien. Detraz’ #livesounds zijn geestig en intrigerend, maar vooralsnog wat ongericht, ze verdienen een sterkere uitwerking. Iets voor #springinautumn?

    • Francine van der Wiel