Jeugdzorg: gemeenten negeren afspraken over minder administratie

Zorg In de jeugdzorg lukt het maar niet overbodige administratie te schrappen. De sector heeft weinig vertrouwen in het actieplan van het ministerie.

Dossiers van een jeugdhulpverlener, een vorm van zorg die sinds 2015 door de gemeente wordt geregeld. Foto ANP Xtra Roos Koole

Gemeenten houden zich slecht aan afspraken om administratieve problemen in de jeugdzorg op te lossen. Dit stellen jeugdzorgorganisaties in een enquête van Jeugdzorg Nederland. Deelnemers waren 32 grote instellingen die samen in bijna alle gemeenten werkzaam zijn.

De instellingen komen door administratieve problemen regelmatig in financiële zorgen. Het komt voor dat een jeugdzorginstelling meer dan een jaar behandelingskosten moet voorschieten, zonder dat duidelijk is welke gemeente moet betalen.

Eén belangrijke complicatie doet zich voor als gemeenten weigeren zorg te betalen voor kinderen wier ouders binnen andere gemeentegrenzen wonen dan de plaats waar zij worden behandeld. Dit gebeurt bij verhuizingen, scheidingen of andere veranderingen in de privé-situatie.

Dit ‘woonplaatsbeginsel’ is al drie jaar een groot probleem in de jeugdzorg. Vorig jaar spraken gemeenten af dat instellingen en gezinnen er niet meer mee belast zouden worden. Uit de enquête blijkt dat het nog steeds vaak misgaat. Driekwart van de instellingen geeft aan met gemeenten te werken die zich niet aan de afspraken houden.

Wetswijziging uitgesteld

Een wetswijziging die het probleem zou verzachten, is door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met een jaar uitgesteld. Dit bleek volgens de jeugdzorgorganisaties uit een vorige week aangekondigd ‘actieplan’ van het ministerie om administratieve lasten in de zorg te verminderen. Voor de nieuwe wet wordt daarin 2020 als startjaar genoemd, wat eerder 2019 was.

De problemen in de jeugdzorg laten volgens grote brancheorganisaties zien hoe moeilijk het is overbodige administratie terug te dringen. In een brief aan Tweede Kamerleden schrijven Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en de Vereniging Orthopedagogische Behandelcentra dat maatregelen al jaren „onvoldoende effect” sorteren.

Het ministeriële actieplan gaat wat hen betreft „verder op de ingeslagen weg.” Over dat plan schrijven de organisaties: „De maatregelen die daar in staan juichen we toe, maar de praktijk blijkt en blijft weerbarstig.”

Een voorbeeld daarvan is het werken met een gestandaardiseerde lijst met codes om zorg te declareren. 70 procent van de respondenten stelt dat gemeenten zich niet aan die lijst houden én hun declaraties steeds veranderen, waardoor de facturen niet uitgekeerd kunnen worden. Het is al langer bekend dat sinds gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor jeugdzorg, in plaats van het Rijk, veel boekhouders worden aangenomen die de plaats innemen van zorgmedewerkers.

Overbodige bureaucratie

De Tweede Kamer praat woensdagmiddag over bureaucratie in de zorg. Vorige week kwamen ministers Hugo de Jonge (CDA) en Bruno Bruins (VVD) en staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) met het actieplan ‘(Ont)Regel de Zorg’, waarin tientallen maatregelen zijn aangekondigd om overbodige administratie te bestrijden.

Op het actieplan kwam nogal wat kritiek. Artsen en beroepsverenigingen die aan de basis stonden van het initiatief vonden de uiteindelijke opzet „te vrijblijvend”. Marcel Daniëls, cardioloog en voorzitter van de Federatie Medisch Specialisten, zei in NRC dat hij had gehoopt dat de bewindslieden concretere doelen hadden benoemd. „Ze hadden hardop moeten zeggen: we schrappen de helft van alle administratieve last.”

Minister De Jonge vindt de kritiek niet terecht. „We hebben tientallen voorstellen van de sector om tot minder administratieve last te komen overgenomen. Concreter kan het bijna niet worden”, zei hij.

    • Enzo van Steenbergen