Iedereen kan thuis iets aan de plasticsoep doen

Plasticsoep De Europese Commissie wil iets doen aan het plastic afval in de zee. Wat kun je daar zelf nu al aan doen?

Lemon, deze foto is onderdeel van de serie plastic-ocean.net, een kunstproject van Thirza Schaap. De mooie stranden van weleer zijn volgens haar nu bezaaid met plastic confetti. Foto Thirza Schaap

Ik open de gangkast. Een enorme berg plastic tassen zit in een hoek gepropt. Ik haal ze er uit: 71 stuks. Ze zitten verstopt in de kast omdat ik – en de rest van het gezin – eigenlijk niet weet wat we ermee aan moeten. Weggooien voelt niet goed, hergebruiken doen we nauwelijks. Ik ga de badkamer binnen en tel het plastic: 9 tandenborstels, 5 flessen shampoo, 3 flessen conditioner, 4 flessen douchegel, 4 flessen wasmiddel en wasverzachter en een volle doos plastic wattenstaafjes.

Met een licht opgelaten gevoel rijd ik, met een plastic tasje uit de gangkast, even later naar de supermarkt. Daar staar ik vertwijfeld naar de schappen. Maaltijdsalades en magnetronmaaltijden worden aangeboden in plastic bakken. Een brood? In een plastic zak. Een komkommer? Strak in het plastic. Tandpasta? In een plastic tube. Wat is er eigenlijk niet in plastic gehuld?

Thuis begin ik te googelen. „Van al het afval in de wateren binnen de Europese Unie is 85 procent plastic”, lees ik in het bericht waarin staat dat de Europese Commissie een verbod wil op plastic borden en bestek, wattenstaafjes, rietjes en roer- en ballonstaafjes. Ik lees over plasticsoep (plastic afval in onze oceanen en zeeën), over zeemeeuwen met een maag vol plastic en over weggooi-schoonmaakdoekjes met niet-afbreekbaar plastic die de Britse riolen verstoppen. De verhalen zijn dramatisch.

Hoe kan ik in mijn eigen huishouden plastic minderen? En zet dat wel zoden aan de dijk?

Ik vraag het politicoloog Michiel Roscam Abbing, werkzaam bij de Plastic Soup Foundation. Hij heeft net Plastic Soup Atlas van de Wereld gepubliceerd, een praktisch boek, vol met illustraties en grafieken, over het ontstaan van zwerfplastic en microplastics in onze oceanen en op onze stranden. Het tweede deel van de Atlas is gericht op de mogelijke oplossingen. Roscam Abbing noemt de deze week voorgestelde maatregelen van de Europese Commissie „een stap voorwaarts, maar niet genoeg.”

Hoe groot is de kans dat de plannen van de Europese Commissie worden uitgevoerd? En vier andere vragen over de plannen ter bestrijding van de plasticsoep.

Hij vindt het terecht dat de verantwoordelijkheid niet meer alleen bij de consument, maar ook bij de producent wordt gelegd. „Producenten moeten nu zelf actief oplossingen aandragen voor zwerfplastic en bijvoorbeeld de kosten van opruimen voor hun rekening nemen.”

Wel betreurt hij het dat er door de Europese Commissie geen concrete reductiedoelstellingen zijn geformuleerd. „Ook zijn er geen duidelijke plannen voor het heffen van belasting op verpakkingsplastic.”

30 kilo plastic per jaar p.p.

Hij vertelt dat sinds de jaren tachtig de wereldproductie van plastic zes keer in omvang is toegenomen. „Het neemt alleen maar toe. Waar eindigt dit straks voor onze kinderen?” Ter onderbouwing noemt hij nog even een paar cijfers. Elke Europeaan is verantwoordelijk voor 30 kilo plastic afval per jaar. Van al het plastic dat we dagelijks gebruiken, gooien we 50 procent binnen 20 minuten weg. In 2017 is er sinds 1950 8,3 miljard ton plastic geproduceerd. Naar schatting zal dit in 2050 oplopen tot 34 miljard ton plastic.

Maar wat heeft het voor zin als ik geen plastic wattenstaafjes meer koop of een rietje weiger in een restaurant? Het probleem ligt uiteindelijk toch bij de grote bedrijven die niet bereid zijn om hun plastic producten en verpakkingen te vervangen door meer duurzame materialen? „Uiteraard kunnen we de plasticsoep niet verminderen zonder medewerking van de overheid of de industrie”, zegt Roscam Abbing. „Plastic is zo goedkoop en zo geschikt voor allerlei toepassingen dat producenten het, zonder duidelijke regelgeving, zullen blijven maken.” Toch kun je als consument zeker invloed uitoefenen, zegt hij. „Je kunt je gedrag aanpassen. Schaf bijvoorbeeld geen magnetronmaaltijd aan. Maak je eigen tandpasta of shampoo. Als steeds meer mensen voedsel zonder plastic verpakking aanschaffen, zullen supermarktketens dat voelen en daarop inspelen.”

Ik werp tegen dat ik als haastige consument toch geregeld word verleid om on-the-go-producten aan te schaffen. Na een drukke werkdag is zo’n soeppakket uit de Albert Heijn wel heel handig. En waar vind ik in godsnaam de tijd om mijn eigen shampoo te maken? „Mensen denken dat ze weinig tijd hebben, maar ondertussen zitten ze dagelijks wel twee uur op sociale media”, zegt Roscam Abbing. „Het is maar hoe je de dag indeelt. Je kunt ook tijd besparen door in een keer voor drie dagen te koken.”

Hij wijst op Plastic Free July, een Australische uitdaging die inmiddels door twee miljoen mensen uit 159 landen is aangegaan. „Stap één is bewustwording. Een deelnemer moet aan het begin van de maand zijn vuilnisbak legen en al zijn afval over de grond uitspreiden. Hij of zij noteert wat er aan plastic afval ligt en de volgende stap is om te kijken of je per item zonder kan, of er alternatieven zijn en of je dingen had kunnen hergebruiken.”

Maar hoe krijg je bijvoorbeeld een ongeïnteresseerde puber zover dat hij zijn eigen afval gaat tellen? Of voortaan geen plastic flesjes meer weggooit? „Door iemand te belonen”, zegt Roscam Abbing. „Daarin kan de overheid een grote rol spelen.” Zo wil de Europese Commissie dat in 2025 de lidstaten 90 procent van alle plastic flessen gescheiden inzamelen. „Lidstaten kunnen de producenten verantwoordelijk maken of kiezen voor statiegeld. Dat laatste werkt. Uit onderzoek blijkt dat, wanneer de consument er geld voor krijgt, vrijwel iedereen de verpakkingen weer inlevert.”

En de producenten dan? Druk op hen uitoefenen, kan werken, meent Roscam Abbing. Hij vertelt dat door de wereldwijde campagne ‘Beat the Microbead’ de meeste multinationals de plastic scrubdeeltjes uit hun scrubs en tandpasta hebben gehaald. „Maar ja”, zegt hij. „Er zitten nog steeds microplastics in deodorant, lippenstift en andere cosmetica. Vaak weet de consument dat niet.”

Ballonnen

Die avond vraag ik aan de kinderen over ze wel eens gehoord hebben van plasticsoep. „Dat zijn toch van die plastic eilanden in de zee?”, zegt de jongste. „Ja, en vissen eten het op”, zegt de oudste terwijl ze door de Plastic Soup Atlas bladert. „Wist je dat een petfles pas na 400 jaar vergaat? En een luier pas na 450 jaar?” „Getver”, zegt de middelste.

Ik leg uit dat er best manieren zijn om bewuster met plastic om te gaan. „Je kunt bijvoorbeeld geen ballonnen meer oplaten bij een feestje.” Geen probleem, vinden ze. „Je kunt ook je haar wassen met shampoo-zeep”, zegt de oudste enthousiast. Ze vertelt dat ze er al eentje had besteld bij zeepwinkel Lush. „Ze sturen ’m ook op zonder plastic zakje.” Zelf verklaar ik me bereid voortaan koffie zonder plastic deksel te bestellen en tot het boodschappen doen met een herbruikbare boodschappentas.

Lees ook: Doe maar wel een zakje en andere tips tegen verspilling

De volgende dag prop ik de 71 plastic tassen in twee grote ecotassen en breng ze naar de Ekoplaza waar ik ze in een grote plastic bak stop zodat andere klanten ze kunnen gebruiken. De jongen achter de kassa kijkt me wat bedenkelijk aan. „Dat zijn er wel heel veel”, zegt hij met een scheve glimlach.

Eenmaal thuis zie ik dat de oudste boodschappen heeft gedaan. Zes appels liggen in plastic verpakking in de fruitschaal. „Ik heb wel naar losse appels gekeken, maar die vond ik niet lekker”, zegt ze verontschuldigend. „Maar ik heb geen maaltijdsalade meer gekocht.”

Plastic Soup Atlas van de Wereld, Michiel Roscam Abbing, uitgeverij Lias, 29,95 euro
    • Rosan Hollak