Golf-Arabieren overspoelen Bosnië: woontorens, wellness en pretparken

Balkantoerisme

Met de toeristen en tweede-huis-zoekers uit de oliestaten kwamen de projectontwikkelaars die Bosnische landschap volbouwen.

Toeristen uit het Midden-Oosten vermaken zich in een vakantieresort in Osenik nabij Sarajevo. Foto Dado Ruvic/Reuters

Op een brug in het midden van een kunstmatig meertje toont Abdullah Al-Sanousi de idylle waarvoor hij zijn thuisland Koeweit verliet. Dertig kilometer van de Bosnische hoofdstad, achter de opgespoten mini-eilanden en witte villa’s van ‘Resort Sarajevo’, doemen heuvels, bossen en groene weiden op. Bosnië bulkt van dingen die je in woestijnstaten niet vindt, zegt de 30-jarige pr-medewerker van het resort dat is gebouwd door een projectontwikkelaar uit Koeweit. „Rivieren! Watervallen! In de winter kun je skiën!”

In 2010 waren bezoekers uit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Koeweit, Bahrein of Saoedi-Arabië nog een exotische verschijning in Bosnië. Maar na het uitbreken van de Arabische Lente – die traditionele vakantiebestemmingen als Tunesië en Egypte vanaf 2011 onaantrekkelijk maakte – en het versoepelen van visumvoorwaarden, stegen hun aantallen tot enkele tienduizenden. Alleen al uit de VAE steeg het aantal bezoekers van 65 in 2010 naar 13.000 in 2016. De visumplichtige Saoedi’s vormden in 2016 met meer dan 10.000 een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor.

Met de Arabische toeristen en mensen op zoek naar een tweede huis kwamen ook de projectontwikkelaars. Zij drukken hun stempel op Sarajevo en omgeving met nieuwe winkelcentra, pretparken en wooncomplexen – aangepast aan de smaak van hun landgenoten. Al-Sanousi wijst in het rond. „Hier heb je de moskee. Daar komt een terrein voor paardendressuur, restaurants, een zone voor vermaak, een skilift en twee zwembaden: één voor vrouwen, één voor mannen.”

Low-cost Zwitserland

Bosnië is vooral populair bij de middenklasse, zegt Al-Sanousi. Die ziet het groene land als een soort low-cost Zwitserland. Bovendien hebben ze niet het gevoel dat ze in het gebied waar Bosnische moslims dominant zijn hun leefgewoonten moeten aanpassen. „Onze klanten willen vaak niet naar West-Europa, waar hun kinderen geconfronteerd worden met onprettige zaken als bikini’s op het strand. Hier kun je ongestoord een hoofddoekje of niqaab dragen.”

De toename van gesluierde vrouwen onder de overwegend liberale Bosnische moslims is opmerkelijk. Net als de nieuwe aanblik van kuuroord Ilidza, een voorstad van Sarajevo. De hotels en baden, reeds populair in de Romeinse tijd, zijn geliefd bij gasten uit de Golf. Langs promenades en winkelstraten vinden ze restaurants die de halal-keuken aanprijzen: niet in het Bosnisch, maar Arabisch. Schoonheidssalons hebben neon-reclame in de nationale driekleur van de Emiraten. Makelaarskantoren pronken met computerschetsen van nieuwe wooncomplexen, met Arabische uitleg.

Hier kun je ongestoord een niqaab dragen

Abdullah Al-Sanousi, pr-medewerker vakantie-resort

In hartje Sarajevo bouwden Saoedische projectontwikkelaars voor 50 miljoen euro het grootste winkelcentrum van Bosnië: een L-vormige wolkenkrabber van spiegelglas die lijkt op een ruwe diamant. Een tweede mall om de hoek, gefinancierd door investeerders uit de Emiraten, huisvest het hoofdkwartier van ‘Al Jazeera Balkans’. Dit door Qatar gefinancierde nieuws kanaal streek hier neer in 2011. In beide winkelcentra vind je gebedsruimten, maar geen alcohol.

Een ander concern uit Dubai wil een ‘toeristische stad’ aanleggen aan de voet van de berg Bjelasnica. Op wat nu nog een kale vlakte is, moeten ruim 1.000 villa’s, 75 hotels, winkelcentra, een ziekenhuis, een kabelbaan en een fontein verschijnen. Als het doorgaat, wordt het de grootste buitenlandse investering in de Bosnische geschiedenis: 2,25 miljard euro, 15 procent van het Bosnische BBP.

De nieuwkomers zijn niet erg populair. Sommige commentatoren spraken al van een ‘invasie’. Als Arabieren grote delen van Bosnië opkopen, waarschuwt hoogleraar Arabische Studies Esad Durakovic, zullen ze niet langer enkele maanden met vakantie komen, maar „permanent op hun eigendom verblijven”. Koren op de molen, schrijft Durakovic op nieuwsportaal Depo, van christelijk-orthodoxe Bosnische Serviërs die hun landsdeel willen afscheiden. „Zij willen niet leven in een moslimstaat.”

Overdreven kritiek, zeggen andere commentatoren: ook Bosnische Serviërs verkopen eigendom aan Arabieren en buurland Servië rolt evengoed de rode loper uit voor investeerders uit de Golf. De lokale perceptie wordt gekleurd door eerdere ervaringen met conservatieve Arabieren. Tijdens de Bosnische oorlog tussen 1992 en 1995 vochten mujahedeen samen met de Bosniakken. Enkelen bleven en werden fundamentalistisch prediker.

Foto Dado Ruvic/Reuters

In 2000 verscheen in West-Sarajevo de Koning Fahd-moskee: het grootste islamitische gebedshuis op de Balkan, gefinancierd door de Saoedische regering. Riad wedijvert met Turkije en westerse landen om invloed in Bosnië. De Fahd-moskee voorziet in gratis taal-, kaligrafie- en IT-lessen. Volgens Bosnische islamexperts worden de lessen gebruikt als rekruteringsplek, net als de culturele verenigingen die worden gefinancierd door Golf-staten. Sommige salafistische predikers zijn ondernemer die een graantje meepikken van de vastgoed-explosie.

Reden voor de animositeit is niet alleen het conservatisme van de Arabieren, zegt gids Dzenan Smajic in de Ottomaanse bazaar van Sarajevo. Het gaat ook om onbehouwen gedrag. „Bosniërs dachten dat Arabieren vrome, gecultiveerde vertegenwoordigers van onze religie zijn. Na de kennismaking met Arabische toeristen viel dat beeld in duigen.” In de 16e-eeuwse Gazi Husrev-moskee in Sarajevo bidden Bosniërs na het collectieve gebed nog even alleen, in stilte. „Golf-Arabieren beginnen vaak meteen luidkeels te praten.”

Naakte masseuses

De belangstelling voor de regionale cultuur is gering. Smajic: „Vrouwen krijg je alleen in de bus door ze een wellness-salon te beloven. Mannen doen alles om hun vrouwen te behagen, maar vragen soms achter hun rug om naakte masseuses.” Het lastigst zijn de Koeweiti’s, vindt hij. „Hotelpersoneel klaagt dat ze de kamers bevuilen of dat spelende kinderen dingen omver keilen. ‘We betalen toch?’, zeggen ze dan. „Toen een Saoedisch gezin een meegebrachte meid telkens aan een aparte tafel liet eten, beëindigde hij de samenwerking.

Omgekeerd worden Arabische toeristen racistisch bejegend door Bosniërs, zegt Smajic. „Als ik groepen rondleid, hoor ik voorbijgangers zeggen: ‘verdomde Arabieren’.” Zijn conclusie: „Bosniërs houden niet van Arabieren, maar van hun geld. Wanneer een touringcar stopt bij een verkoper die met potten honing langs de weg zit, koopt een groep van 20 algauw voor 2.500 euro honing – een half jaarsalaris in een half uur. Daarna stoppen ze je een pluk bankbiljetten toe om het fruit uit je tuin te mogen plukken.”

„Wie kan, verkoopt zijn huis aan goed betalende Arabieren, niet aan Bosniërs”, zegt Smajic. Zo groeit de angst dat ze Bosniërs uit de markt prijzen. Of dat ze heersende corruptie uitbuiten om de regels naar hun hand te zetten. Milieu-organisaties maken zich zorgen over de invloed van vastgoedprojecten op drinkwaterreservoirs. Berichten over vakantieparken waar alleen Arabieren welkom zouden zijn, voeden argwaan. In Resort Sarajevo is iedereen welkom, zegt Al-Sanousi. „Maar Bosniërs hebben meestal weinig geld.” Dus zijn de Bosniërs hier toch tuinman of bewaker.

In Ilidza voerde een bezorgd raadslid campagne om winkels en restaurants te verplichten ook in het Bosnisch te adverteren. In het stadhuis vindt de burgemeester dat er teveel gezeurd wordt. „Een vijftal jaar geleden hadden we evenveel werklozen als werkenden. Nu hebben we twee keer zoveel mensen met een baan als zonder.” Dat is te danken aan Arabische en Europese investeerders, maar met Arabieren is het vlotter zaken doen. „Europeanen hebben geen vertrouwen in dit land, terwijl ze wel hun vingers in onze politiek stoppen.”

In theesalon Dubai wachten Bosnische werknemers de toeristen af. Een klant, die zich voorstelt als Misko, staat aan de kant van de burgemeester. Als hij ergens voor vreest, zegt Misko, zijn het niet de Arabische bezoekers, maar de inhaligheid en vijandigheid van de lokale bewoners. „Ik hoop vooral dat onze Balkan-mentaliteit de hele boel weer niet verknoeit.”

    • Roeland Termote