Recensie

Genuanceerde reconstructie van een dodelijke kaping

Thriller De film van José Padilha over de kaping in Entebbe is tamelijk expliciet in zijn boodschap aan de regering van Israël: vredesonderhandelingen zijn te verkiezen boven voortdurende strijd en oorlog.

Rosamund Pike in 7 Days in Entebbe.

Een groepje wacht nerveus op een vliegveld tot het moment is aangebroken om in te stappen. Een heeft een bruine tas bij zich, hij knikt naar een vrouw en dan lopen ze met een paar anderen naar de paspoortcontrole. De man en de vrouw zijn Wilfried Böse en Brigitte Kuhlmann, lid van de door de Baader-Meinhof-groep geïnspireerde, extreem-linkse Revolutionäre Zellen (revolutionaire cellen). Het is 1976 en samen met leden van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina staan ze op het punt een Air France-vliegtuig te kapen. Dit doen ze tijdens de vlucht van Tel Aviv naar Parijs, waarbij het toestel na een tussenstop in Athene belandt in Entebbe, Oeganda. De gijzelaars eisen de vrijlating van Palestijnse gevangenen, in ruil voor het in leven laten van de gegijzelden.

Over deze kaping zijn al meerdere films gemaakt, maar 7 Days in Entebbe baseert zich op nieuwe bronnen, met name het boek Operation Thunderbolt van Saul David. De film van José Padilha (Tropa de elite) is tamelijk expliciet in zijn boodschap aan de regering van Israël: vredesonderhandelingen tussen Israël en Palestina zijn te verkiezen boven voortdurende strijd en oorlog. Zoals wel vaker bij historische films gaat 7 Days in Entebbe vooral over het heden.

De trailer van 7 Days in Entebbe.

Dat geldt ook voor de manier waarop de standpunten van de gijzelnemers over het voetlicht komen. Padilha laat hun verschillende opvattingen vrij genuanceerd zien, waarbij veel ruimte wordt ingeruimd voor de twee Duitsers. Zij zijn solidair met de vrijheidsstrijd van de Palestijnen maar zich ook bewust van de paradox van hun actie: dat zij een land vertegenwoordiger dat Joden vervolgde, hun schaamte en schuldgevoel daarover is groot, en dat in feite nu weer doen. Aan de andere kant is er het argument dat Israël, waar veel Holocaust-overlevenden heentrokken, nu Palestijnen vervolgt en vermoordt. Het slachtoffer is dader geworden en doet hetzelfde als eens de nazi’s deden.

Kern van de film is het conflict tussen Shimon Peres, minister van Defensie, en premier Yitzhak Rabin. Havik Peres is voor een militaire bevrijdingsactie, Rabin twijfelt en pleit voor onderhandelingen. Ondertussen krijgen ze te maken met bezorgde familieleden van de gegijzelden en de grillen van de Oegandese dictator Idi Amin.

Lees ook het interview met regisseur José Padhila: ‘Israël kan zijn problemen niet alleen met geweld oplossen’

7 Days in Entebbe snijdt heen en weer tussen Oeganda en Israël, en korte flashbacks leggen uit hoe de gijzelnemers tot hun actie kwamen en waar ze ideologisch voor staan. Ook zien we dat met name Böse zijn twijfels krijgt over de gijzeling, vooral als de Joodse passagiers gescheiden worden van de rest en hij een concentratiekampoverlevende gerust moet stellen („ik ben geen nazi”). Dit alles wordt ook nog eens doorsneden met de repetities van een dansvoorstelling waarin de vriendin danst van een van de militairen die naar Entebbe vliegt om de gegijzelden te bevrijden. Die parallelmontage is een beetje te veel van het goede. De danseres en haar vriend staan voor een vuurproef, zoveel is duidelijk, verder gaat de vergelijking behoorlijk mank. Net als de soms iets te uitleggerige teksten een smetje op een verder genuanceerde film die de zeven zenuwslopende dagen in Entebbe overtuigend reconstrueert.