EU-subsidie verschuift van Oost- naar Zuid-Europa

Aanbeveling

Brussel gaat landen belonen die veel vluchtelingen opnemen, zoals Italië en Griekenland. Hongarije en Polen worden juist gekort.

Hongaarse premier Viktor Orbán (rechts) met Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in 2015 in Brussel. Foto Olivier Hoslet/EPA

Met de aanbeveling van de Europese Commissie om landen als Hongarije die nauwelijks vluchtelingen opnemen te korten op EU-subsidies zet ‘Brussel’ het debat over de verdeling van EU-geld op scherp.

In een voorstel dat de Europese Commissie dinsdag presenteerde, moet in de nieuwe EU-meerjarenbegroting (na 2020) meer geld worden gereserveerd voor Zuid-Europese landen (Italië, Griekenland) die veel vluchtelingen opvangen. De verschuiving van geld van ‘Oost’ naar ‘Zuid’ zou naar schatting neerkomen op 30 tot 40 miljard euro.

Het is geld uit de pot bestemd voor cohesiebeleid, ter ondersteuning van arme regio’s. Daarin zit na 2020 nog 373 miljard euro – 10 procent minder dan in de huidige meerjarenbegroting. Voor Oost-Europese landen, die veel gebruik maken van de cohesiefondsen, is het dus een dubbele tegenslag: er zit minder in de totaalpot die ze tevens meer moeten gaan delen met Zuid-Europese landen.

Dit gaat voor heel veel wrok in Oost-Europa zorgen

György Schöpflin, Hongaarse Europarlementariër

Bij de presentatie van de meerjarenbegroting begin deze maand – de Commissie stelde op 2 mei een verhoging voor van duizend miljard (2014-2020) naar 1.279 miljard euro (2021-2027) – werd al aangekondigd dat subsidiëring moet worden gekoppeld aan solidariteit bij de opvang van vluchtelingen.

Volgens Commissie-plannen van dinsdag komt er ook een koppeling met de welvaart, werkloosheid en klimaatambities in een land. Oost-Europa kent economische groei en heeft minder subsidie nodig, is de gedachte.

Hongarije en Polen verliezen mogelijk een kwart van wat ze nu nog uit ‘cohesie’ krijgen. In de komende onderhandelingen, waarbij de Commissiestukken als basis dienen, zullen die landen zich naar verwachting fel verzetten.

„Dit gaat voor heel veel wrok in Oost-Europa zorgen”, zegt de Hongaarse Europarlementariër György Schöpflin van de regeringspartij Fidesz van premier Orbán. Die weigert mee te doen aan de verplichte (per quota) vluchtelingenopvang die in EU-verband is afgesproken.

Schöpflin: „Hongaren zullen deze straf vertalen als: ‘zie je wel, wij Oost-Europeanen worden niet als gelijken behandeld’.” De Europarlementariër erkent dat zijn land economische groei kent. Maar de subsidies voor achtergestelde regio’s zijn nog altijd hard nodig, zegt hij. Door EU-geld in de regio weg te halen „laat de EU gaten vallen die door Chinese, Arabische en Russische investeerders maar al te graag worden gevuld”, waarschuwt Schöpflin.

D66-europarlementariër Matthijs van Miltenburg is juist blij met de nieuwe voorstellen. „Ik vind het heel logisch dat we van landen die veel geld ontvangen, vragen zich te houden aan de doelstellingen van de Europese Unie. Landen die investeren in klimaat, vluchtelingenopvang en het bevorderen van innovatie „verdienen hiervoor een groter deel van het budget.”

Lees meer over het verlies van EU-subsidies in Oost-Europese lidstaten: In Oost-Europa zet men zich al schrap

Dit stuk is 29-5-2018 om 20:47 geüpdatet met nieuwe informatie.

    • Tijn Sadée