Opinie

Een klimaatwetenschapper mag niet overdrijven

Wetenschappers zijn vaak verbolgen over de kwaliteit van het publieke debat, schrijft , klimaatwetenschapper aan de Universiteit Utrecht. Maar in dat debat gaat het nu eenmaal over meer dan alleen de feiten.

Foto Tippingpointahead.nl

‘Een tweet met vier keer onzin. Wie kan hier overheen?’ Zo reageerde Gerrit Hiemstra op Twitter op beweringen van Thierry Baudet over klimaatverandering. Een vrij fanatieke twitterfittie volgde. De reacties van lezers waren niet mild, met steun voor beide kanten gevoerd in frases van 140 tekens.

U kent Hiemstra als weerman bij de NOS. Hij heeft ook een bedrijf dat weersverwachtingen maakt en dat banden heeft met Wageningen Universiteit. Baudet is politicus en fractievoorzitter van het Forum voor Democratie. De expertise van Hiemstra, meteorologie, ligt duidelijk dichter bij het thema klimaatverandering dan die van Baudet. Dat ziet iedereen. Maar toch heeft Hiemstra waarschijnlijk niemand van gedachten doen veranderen. Gaat hier iets mis?

Nadrukkelijk aanwezige partijen in het publieke debat over klimaat zijn aan de ene kant de extremistische milieubewegingen en aan de andere kant zogenaamde klimaatontkenners, wel of niet gevoed door een professionele lobby. Volgens de een staat Nederland over 20 jaar onder water, volgens de ander heeft CO2 een minieme invloed op het klimaat. Beiden gaan voorbij aan decennialang internationaal verzamelde gegevens, het wetenschappelijk debat daarover en de daaruit resulterende feiten over de menselijke invloed op het klimaat.

Ongecontroleerde informatie

De publieke discussie over klimaatverandering, inclusief de vergaarbak van ongecontroleerde informatie in de media en op internet, is mijlenver verwijderd van de wetenschappelijke. Dit geldt niet alleen voor het thema klimaatverandering maar ook voor onderwerpen als inentingen, immigratie en genetisch gemodificeerde organismen – allemaal raken ze direct aan emotie of onze manier van leven.
Wetenschappers zijn vaak verbolgen over de, in hun ogen, erbarmelijke kwaliteit van het publieke debat. Feiten die het resultaat zijn van jarenlange analyse en wetenschappelijke discussie worden in de publieke discussie steeds opnieuw ter discussie gesteld, nota bene door amateurs. Maar wetenschappers slagen er niet in de publieke discussie naar hun hand te zetten op basis van de feiten, zoals blijkt uit het voorbeeld van Hiemstra en Baudet.
Maar is dat erg?

Uiteraard wil je dat over klimaatverandering wordt gedebatteerd op basis van de klimatologische feiten. Maar in de publieke en politieke discussie spelen ook heel andere zaken, normen en belangen. Een econoom met cijfers over de kosten van klimaatmitigatie, een klimaatontkenner die het (onderbuik)gevoel van vele Nederlanders vertegenwoordigt. Het publieke debat bepaalt welke feiten relevant zijn.

Lees meer over klimaatverandering in ons Klimaatblog

Andere rol

De rol van de wetenschapper is daarbij anders dan die van de milieubeweging of de klimaatontkenner. Ten eerste moet de wetenschapper zich altijd houden aan de huidige staat van wetenschappelijke inzichten – de anderen mogen overdrijven, bagatelliseren en zelfs liegen. Ten tweede is de mening of motivatie van de wetenschapper – in het klassieke model – irrelevant. Terwijl sommigen de wereld willen redden, anderen aandeelhouders van een groot olieconcern vertegenwoordigen, moet de wetenschapper ongekleurd de huidige staat van inzichten presenteren.

Journalisten moeten er dus voor zorgen dat ze de wetenschappelijke en publieke discussie niet verhaspelen. Zet geen wetenschapper tegenover een klimaatontkenner of milieuextremist. Een beetje debater krijgt het zonder zich overmatig in te spannen voor elkaar om wetenschappelijke feiten die met grote inspanning zijn verzameld van tafel te vegen als onzin of irrelevant, en ondertussen ongeïnteresseerd de nagels te vijlen. Voor het gemiddelde publiek presenteert de wetenschapper dan gewoon een mening.

Als wetenschappers moeten we ons realiseren dat we in het publieke debat een discussie niet met argumenten kunnen beslechten, zoals we gewend zijn. Wetenschappelijke consensus is niet voor iedereen doorslaggevend. Willen we een grotere invloed op de publieke discussie hebben, moeten we niet steeds weer de ongekleurde pop zonder mening spelen. We moeten creatiever omgaan met de communicatiemogelijkheden die we hebben.

Flexibiliteit

Onlangs was Adrian Parr op bezoek op de Universiteit Utrecht. Zij is milieu- en cultuurfilosoof, binnenkort aan de Universiteit van Texas in Arlington, en UNESCO waterhoogleraar van watertoegang en duurzaamheid. In een van haar lezingen vertelde ze niet alleen over de waterproblematiek in de krottenwijken in Afrika, ze liet ook stukken van de film zien die ze daarover had gemaakt. Een film die internationaal vijftien prijzen heeft gekregen, ook op grote festivals. Als ze lezingen geeft of artikelen of boeken schrijft past ze die feilloos aan het publiek aan. Als klimaatwetenschappers kunnen we een voorbeeld nemen aan zoveel flexibiliteit.

Een mooi voorbeeld van een andere vorm van communicatie is de prachtige website voor middelbare scholieren die we hebben gemaakt voor het Netherlands Earth System Science Centre, een groot nationaal onderzoeksproject over klimaat. Daarop staan profielen van promovendi die aan het begin van hun 4-jarige onderzoekstraject in een professioneel geproduceerde film laten zien welke wetenschappelijke vragen ze gaan stellen en hoe ze denken die op te lossen. Updates worden op een blog geplaatst. Een wetenschapswebsite dus, zonder antwoorden. Cruciaal om te laten zien dat wetenschappelijke feiten het resultaat zijn van jarenlang, soms decennialang met grote zorg uitgevoerd onderzoek.

Hiemstra was ook flexibel; misschien omdat hij boos werd maar misschien koos hij er wel heel bewust voor om als vertegenwoordiger van de wetenschap een tweede rol aan te nemen, die van debater tegenover een klimaatontkenner. Uiteraard leidde deze discussie in frases van 140 tekens niet tot effectieve communicatie van de huidige wetenschappelijke inzichten. Maar hij prikkelde wel de publieke discussie en heel Nederland dacht weer even aan klimaat.