Recensie

Car Seat Headrest klinkt beter als de frontman een gitaar omhangt

Pop

De aandoenlijke rockheld Will Toledo van Car Seat Headrest besluit het podium op te gaan zonder gitaar en alleen nog te zingen. Maar daardoor staat hij zonder schild voor die grote, enge zaal.

Will Toledo (zonder gitaar) en Seth Dalby van Car Seat Headrest tijdens een optreden eerder deze week in The Roundhouse in Londen.

Waarschuwing: er heerst een kwaal onder zanger-gitaristen (v/m) en het gevaar op besmetting neemt exponentieel toe zodra hun succes stijgt. De lijst is lang: van Elvis (Presley, maar ook Costello) tot PJ Harvey en Tom Smith (Editors). Voornaamste symptoom: de patiënt doet plotseling de gitaar af en wil enkel nog zingen. Wanneer dat voor het laatst een goed idee was? Nooit.

Enter: Will Toledo. De 25-jarige thuisknutselaar is de meeste aandoenlijk rockheld van de Amerikaanse indie sinds de albums Teens of Style (2015) en Teens of Denial (2016) van zijn band Car Seat Headrest uitkwamen. Achter dit tweeluik ging een goudmijn schuil. Op Bandcamp bleek een batterij aan platen te staan, in recordtempo gemaakt en op de achterbank van de auto ingezongen: dat voelde namelijk minder gênant (en vandaar de bandnaam).

Het in februari verschenen Twin Fantasy – een remake van een van die oudjes, maar dan beter opgenomen en dikker aangekleed – staat wederom vol slimme, ogenschijnlijk achteloze liedjes waarin Toledo de taaie werkelijkheid (moeilijke vriendjes, slecht gaan op drugs, verlammende verlegenheid) te lijf gaat met genadeloos sarcasme en ontwapenende eerlijkheid.

Uitgerekend iemand die dus wel een gitaar kan gebruiken als schild tussen zichzelf en die grote, enge zaal. Maar ziedaar het ziektebeeld: vol medelijden kijkt Paradiso maandagavond naar een onhandig schuifelend stuk ongemak. Toledo ‘danst’ zover mogelijk voorovergebogen zodat hij niet hoeft op te kijken, friemelt aan zijn dikke nerdenbril of smijt, om maar iets te doen te hebben, zijn microfoonstandaard weg (om die meteen weer braaf op te rapen).

Het depressie-lijflied ‘Fill in the Blank’ wordt verkracht tot een subtropische cocktailversie van ‘Viva Las Vegas’. Onder die dikke plakken kitsch schreeuwt een tere jongensziel het uit. En je zou willen terugschreeuwen: had gewoon die gitaar omgehangen, dan hoefde je nu niet met je rug naar het publiek te gaan staan of debiele robotdansjes te doen.

Gelukkig: hij luistert. En als de geluidsman eenmaal de belachelijke percussionist wegdraait, komt het toch nog goed. Want daar is-ie hoor, in ‘Drunk Drivers’, dat prachtige diepe stemgeluid waarmee Toledo schakelt tussen nonchalant mompelen en langdurig galmen.

    • Frank Provoost