Brieven

Brieven

Anti-pestprogramma’s

Onderzoek is positief

Het is opmerkelijk dat in de berichtgeving over onderzoek naar anti-pestprogramma’s de nadruk ligt op de negatieve uitkomsten (Anti-pestprogramma’s leiden vaak niet tot minder pesten, 25/5). Het goede nieuws blijft onderbelicht, namelijk dat scholen dankzij dit onderzoek weten welke programma’s ze moeten kiezen om pesten effectief tegen te gaan. Vier van de zeven onderzochte programma’s blijken namelijk goede resultaten te boeken. Dat betekent winst voor honderden, zo niet duizenden, gepeste kinderen (en voor hun families, leerkrachten, de pesters en andere klasgenoten). Prachtig nieuws, lijkt mij.

Het is óók heel goed nieuws dat dit type grondig onderzoek naar de effectiviteit van onderwijsprogramma’s wordt gedaan. Er worden in het onderwijs en in andere sectoren veel methodes en behandelingen gebruikt, waarvan de werking nooit is aangetoond. Daar hoor ik verrassend weinig mensen over klagen. Het is toe te juichen dat Bram Orobio de Castro en zijn medeonderzoekers deze werking voor vier anti-pestprogramma’s nu wel hebben bewezen.

Wolven in Nederland

Geen ruimte voor de wolf

Met veel interesse en toch ook wel enige verbazing las ik het artikel ‘Geen paniek. De wolf is terug’ (26/5) van drie ecologen. Een lynx of poema bespringt zijn prooi vanuit een hinderlaag en heeft dus weinig ruimte nodig voor zijn jachtactie. Zijn er prooien, dan kan met succes op weinig ruimte ge- en overleefd worden. Voor deze dieren zou in het oosten van ons land best een kans van overleven bestaan. De wolf jaagt heel anders. Van nature jaagt hij in groepsverband en door uitputting van zijn prooi. Ik had het genoegen in het Yellowstone Park met twee rangers de jacht van wolven op afstand te volgen en het was verbazingwekkend hoe rustig en systematisch deze ‘pack’ te werk ging en hoeveel ruimte zij nodig hadden om tot de uiteindelijke vangst te komen. Daar is in Nederland geen plek voor. Bij zwervende solitairen is de methode van jacht volgens deze rangers niet fundamenteel anders. Als hier in Nederland een wolf achter een ree of hert aan gaat kruist hij binnen de kortste keren een autoweg, met alle nare gevolgen van dien. Alleen de weerloze schapen passen dan in het menu van de wolf, en zitten wij daar op te wachten? Moeten wij dan coûte que coûte de meest vreemde capriolen uithalen om voor veel geld weer een artificieel leefgebied op te tuigen voor een soort waar helaas structureel geen ruimte voor is?

Kweekvlees

Toelating is al versneld

Het vleeskweekbedrijf Just zegt dat het toestemming zou krijgen om Nederland kennis te laten maken met kweekvlees via een overgangsregeling ingesteld door Europese voedselautoriteit EFSA (Verzegeld kweekvlees ligt in Nederlandse vriezers, 21/5). Ik wil opmerken dat het toelaten van kweekvlees niet onder de overgangsregel van de EFSA zou vallen. Dit is ook de conclusie van de commissiewerkgroep Nieuwe Voedingsmiddelen (CAFAB). Die stelt dat kweekvlees ‘novel food’ is en dat onder de oude verordening van 1997 ook al was.

Ten tweede zegt het bedrijf een jarenlange toelatingsprocedure te moeten doorlopen. De oude regelgeving uit 1997 is door nieuwe technologische ontwikkelingen verouderd.

Om de lengte van een aanvraagprocedure (gemiddeld 3,5 jaar) te verkorten, is de regelgeving aangepast. EFSA neemt een leidende rol in de toelatingsprocedure, waardoor de maximale toelatingsduur afneemt tot 18 maanden. Naar mijn mening wordt de vertraging om kweekvlees te verkopen onterecht aan bureaucratie toegeschreven, want de toelatingsprocedure is door het EFSA vergemakkelijkt en ingekort.

Dat Nederland na vele investeringen in kweekvleesonderzoek een kans zou missen om voorop te lopen, vind ik onjuist. Goedkeuring vindt nu op Europees niveau plaats, wat als voordeel heeft dat het product meteen goedgekeurd wordt in de gehele EU, wat de markt enorm kan vergroten.

    • Marion Stenneke
    • Guus Maussen
    • Evert-Jan Breman