Advies: schrap term ‘roekeloos’ uit wegenverkeerswet

Volgens de Raad voor de rechtspraak zorgt de term voor verwarring omdat die in de maatschappij een andere betekenis heeft.

Hulpdiensten na een ongeval in Utrecht, dat mogelijk het gevolg was van een straatrace. Foto ANP Ginopress

De Raad voor de rechtspraak vindt dat in de wegenverkeerswet een andere juridische term moet komen voor “roekeloos” rijden. In een wetsadvies aan minister Ferd Grapperhaus (CDA, Justitie en Veiligheid) schrijft de Raad dat het woord voor de wet iets anders betekent dan in de maatschappij.

In de wet staat roekeloosheid voor de zwaarste vorm van schuld bij een verkeersongeval, terwijl het in het dagelijks gebruik inhoudt dat iemand “in hoge mate onvoorzichtig” is - zo luidt de definitie van de Dikke van Dale. Volgens de juridische term moet een bestuurder zich volledig bewust zijn van het gevaar dat hij of zij veroorzaakt, wil de veroordeling stand houden voor de Hoge Raad.

De Raad ziet dat er verwarring ontstaat over de term. Wat in de maatschappij al snel als roekeloos wordt gezien, is voor de rechter lang niet altijd voldoende om een verdachte te veroordelen volgens de Raad:

“Het veroorzaken van een ongeval onder invloed van alcohol, daarbij ongeveer 40 kilometer te hard en door rood licht rijdend, wordt in de normale betekenis van het woord al snel als roekeloos aangemerkt. Op grond van de juridische betekenis die daaraan door de Hoge Raad wordt toegekend is dat in een strafzaak echter niet zonder meer het geval.”

De Raad voor de rechtspraak adviseert minister Grapperhaus ook om ervoor te zorgen dat nabestaanden goed worden voorgelicht voordat het proces begint. Vanuit de maatschappij klinkt al langer de roep om zwaarder te straffen bij ernstige verkeersdelicten. Grapperhaus werkt momenteel aan een wetsvoorstel om zwaardere straffen mogelijk te maken. Wie extreem gevaarlijk rijdt en wordt veroordeeld wegens roekeloos rijgedrag, kan maximaal negen jaar gevangenisstraf krijgen.

    • Sjoerd Klumpenaar