Opinie

    • Frits Abrahams

Wat maakt een hotel goed?

Op zoek naar een geschikt hotel aan de Nederlandse kust voor een weekje vakantie, schuimde ik op de hotelsites de lijstjes af met beoordelingen door klanten. Zo leerde ik dat voor de badgast in Nederland één bepaald criterium zo goed als doorslaggevend is.

De service? De hygiëne? De ligging?

Nee, dat zijn zaken die er zeker toe doen, maar ze hoeven niet de keus te bepalen. Ik verwijs naar de volgende rapportage van een klant. „Douche is erg klein. Hierdoor is er nauwelijks aflegmogelijkheid voor spullen. Er is geen waterbuffer vanuit de douche waardoor na het douchen de hele vloer onder water staat. Het toiletbezoek vergt een krampachtige houding van de bezoeker, omdat een ‘ontspannen’ zit onmogelijk is door krapte.”

Nadat ik was bekomen van prachtige woorden als ‘aflegmogelijkheid’ en ‘waterbuffer’ , begreep ik van deze klant dat hij na de douche de hele ruimte moest leeg hozen om aan een watersnood te ontsnappen. En toen dat met de moed der wanhoop gelukt was, kwam hij tot de ontdekking dat de wc-ruimte zo klein was dat hij gedwongen was met zijn benen in zijn nek zijn behoefte te doen, een inderdaad uiterst ongemakkelijke houding die niet alleen een ‘ontspannen’ zit onmogelijk maakt, maar ook het interessante uitzicht beneemt op de manier waarop het resultaat de kamer uitdrijft.

In zo’n hotel zou ik liever dood dan levend worden aangetroffen, maar deze gast zag in die grauwe misère nog wel degelijk een straaltje zonlicht dat veel, misschien zelfs wel álles goedmaakte. Want! „Het ontbijt was goed verzorgd en er was genoeg keus.”

Ik zie hem daar in de ontbijtzaal goedkeurend langs het overvloedig gevulde buffet drentelen, steeds weer aarzelend over zijn keuze uit al dat lekkers, terwijl de herinnering aan de chaotische taferelen op zijn kamer die morgen snel vervaagt. Een mens moet verder, ook als hij hotelgast is.

Na het lezen van al die beoordelingen is mijn stellige indruk dat de meeste hotelgasten (en zeker de Nederlanders, Duitsers en Britten onder hen) al tevreden zijn over hun vakantie als het ontbijt maar geslaagd is.

„Mooi gelegen in de duinen, echter onvriendelijke, onpersoonlijke service, zeker bij het ontbijt.” „Geen vraag te veel, je wordt op je ‘wenken’ bediend. Rijkelijk ontbijt – uitgebreide keuze aan de bar, steeds lekker.” „Ontbijt sober. Bij piektijden geen brood. Koffie uit automaat slecht.” „In de ochtend eerst gekeken hoe het ontbijt er uitzag. We vonden het erg karig en zijn lekker in de omgeving gaan ontbijten. Voor 9 euro kun je ook elders goed ontbijten.” „Goed ontbijt, enkel miste onze dochter de appelsap.”

Iemand verzucht kritisch: „Bij het ontbijt was het ‘op is op’.” Hij heeft gelijk, een goed hotel zal deze teleurstelling proberen te voorkomen. Het personeel blijft de schalen royaal met vleeswaren, eieren en allerlei broodsoorten vullen. Alleen dan is het voor de hotelgast de moeite waarde een tweede of – beetje stiekem – zelfs derde gang te wagen.

Voor de hotelgast heeft de morgenstond vooral eigeel in de mond. Zoals een prominent hotel het formuleert: „De eitjes zijn dezelfde ochtend gelegd en worden volgens uw wensen bereid. Hard- of zachtgekookt, spiegeleieren, roerei of gepocheerd, de keuze is aan u.”

    • Frits Abrahams