Voor wie gaat een bedrijf eigenlijk naar de beurs?

De beursrubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de beurs. Deze keer: een beursgang voor de aandeelhouder.

Beursgangen zijn niet meer wat ze geweest zijn. Vroeger schreef een bedrijf zich in aan de AEX, gaf het een trits nieuwe aandelen uit en haalde het op die manier (in het gunstige geval) flink wat geld binnen. Geld om te investeren in nieuwe producten, nieuwe winkels, nieuw personeel.

Maar tegenwoordig?

Met de aankondiging vorige week van zijn aanstaande indexnotering onderstreepte betaaldienst Adyen een trend: naar de beurs gaan, maar geen nieuwe aandelen uitgeven. Alleen bestaande aandeelhouders kunnen hun belangen verzilveren. Laadpalenfabrikant Alfen, groothandel B&S en Spotify deden eerder dit jaar hetzelfde.

Hoewel bovenstaande ondernemingen uiteenlopende redenen geven voor hun beursgang (Alfen: meer zichtbaarheid, B&S: opdrachtgevers werken liever samen met een beursgenoteerd bedrijf), is de verdenking steevast dezelfde: ze doen het vooral voor de bankrekeningen van die bestaande aandeelhouders. Bij een succesvolle notering vangen zij miljoenen. Het bedrijf zelf heeft er vrijwel niets aan.

Soms wordt er bijna met afkeer gesproken over dit soort beursgangen, alsof het een graaiende topman betreft. Rob Labadie, adviseur bij Momentum Capital, zucht. Al die kritiek vindt hij typisch Nederlands moreel gebrabbel. Ja, zegt hij, als Adyen inderdaad 5 tot 10 miljard euro waard blijkt na de beursgang, worden grote investeerders als Iconiq en General Atlantic behoorlijk wat rijker. Dus? „Wat is er kwalijk aan iemand die ergens veel geld heeft geïnvesteerd, en dat eruit wil halen? Moet het geld er dan voor altijd in blijven zitten?” Iconiq en General Atlantic hebben ook risico gelopen door er miljoenen in te steken, wil hij maar zeggen. Daardoor kon het bedrijf groeien. Ze hebben alle recht dat geld te incasseren.

Vroeger, zegt Labadie, die vanaf de jaren tachtig tientallen jaren als handelaar werkte, was een beursgang voor een bedrijf bijna de enige mogelijkheid om geld op te halen. Tegenwoordig zijn daar volgens hem veel meer manieren voor, van investeringsvehikels tot crowdfundinginitiatieven. Zonder een beursnotering stonden Spotify en Adyen al stijf van de investeringen en Adyen heeft met een vrije kasstroom van 175 miljoen euro genoeg te besteden. Het keert tot nu toe niet eens dividend uit. Beursgangen, vergeten de criticasters wel eens, hebben wel degelijk andere belangrijke functies.

Lees meer over Adyens aanstaande beursgang: Wat is het geheim van Adyen?

Nico Inberg, beleggingsdeskundige bij internetplatform IEX, zag zo’n andere functie onlangs bij Basic-Fit, waar hij op bezoek was. De fitnessketen wil panden in Frankrijk en Spanje kopen om uit te breiden. „De beursnotering scheelt enorm in het zakendoen. ‘Ah’, denken potentiële investeerders, ‘Het is een beursgenoteerd bedrijf. Daar hoeven we ons geen zorgen over te maken’.”

Plus: het geeft een bedrijf smoel. Niemand kent Adyen, maar iedereen gebruikt het. Op het moment dat hun koers op de schermen op Beursplein 5 te zien is, staan ze – zoals nu, bijvoorbeeld – vaker in de krant. Ook is een beursgang een service naar je aandeelhouders. Met een AEX-notering geef je ze de mogelijkheid elk moment uit te stappen. En mochten Spotify of Adyen in de toekomst wel miljoenen tekortkomen, dan kunnen ze via de uitgifte van nieuwe aandelen alsnog relatief makkelijk geld ophalen.

Geven al deze beursgangen dan eigenlijk niet ook een verontrustend signaal af? De aandeelhouders willen nu geld en kunnen uitstappen, omdat ze verwachten dat de koersen hierna alleen maar naar beneden kunnen? Dat is te simpel gedacht, vindt Inberg. Het is gewoon een mooi moment om geld te incasseren, waardoor je dit soort beursgangen de laatste tijd vaker ziet. „Maar het sentiment kan elke dag omslaan. Of ze het vandaag of morgen doen, maakt dan niet uit.”

    • Guus Ritzen