Opinie

Sponsoring Arsenal is Rwandese meesterzet

Nederlandse politici zijn boos op Rwanda, dat miljoenen euro’s investeert in shirtsponsoring van Arsenal en tegelijkertijd ontwikkelingshulp krijgt. Volgens verdient Rwanda juist lof voor zijn pr-beleid, het slimste van Afrika.
Vlnr: Arsenal-spelers Mesut Özil, Pierre-Emerick Aubameyang en Alexandre Lacazette met de nieuwe, door Rwanda gesponsorde shirts Foto Arsenal

Als Arsenal voetbalt, kijkt Afrika. Van Kaapstad tot Kairo en van Zambia tot Gambia: het is stil op straat wanneer deze Premier League-topper speelt. De Nigeriaanse miljardair Aliko Dangote verkondigt al jarenlang dat hij de club ooit wil kopen. Zijn vriend Paul Kagame, president van Rwanda, is net zo’n groot fan en riep al geruime tijd op tot de trainerswissel die er nu eindelijk heeft plaats gevonden.

De dag waarop bekend werd dat Arsenal met ‘Visit Rwanda’ op zijn shirt gaat spelen was een historische dag voor Afrika. Het is het zoveelste bewijs van groeiend zelfvertrouwen van het continent. Na inmenging in de Premier League van Russische, Arabische en Chinese miljardairs is het nu ‘time for Africa’.

Nederlandse Tweede Kamerleden van zowel coalitie als oppositie zien dit anders en veroordelen de deal, die geschat wordt op 30 miljoen euro. Nederland heeft de afgelopen jaren – met enige ups en downs – stevig ingezet op Rwanda, en spendeerde een veelvoud van het bedrag van de ‘Arsenal-deal’ aan ontwikkelingsgelden in het land. ‘Ons belastinggeld gaat nu niet naar arme Afrikanen, maar naar het rijke Arsenal’, is de redenering achter de verontwaardiging.

Mijn gedachten gaan terug naar 2009, toen ik als jonge freelance correspondent een diplomatiek incidentje veroorzaakte tussen Nederland en Rwanda. Het was precies vijftien jaar na de genocide, en de wereldpers had zich in Rwanda verzameld voor de herdenking. President Kagame gaf een persconferentie, maar dan wel op zijn manier. In plaats van drie uur te laat binnen te komen om een verklaring voor te lezen kwam hij stipt op tijd het zaaltje binnen, kwam bij ons aan een ronde tafel zitten en stelde ons een vraag: „Any questions?

Het gesprek dat volgde kwam al snel op ontwikkelingshulp, want Nederland had een deel van die hulp opgeschort omdat het – net als nu – ontevreden was over het land. Kagame op zijn beurt beklaagde zich erover dat ontwikkelingshulp altijd met de nodige voorwaarden komt – wie betaalt, bepaalt immers. Hij ging echter niet zover om alle Nederlandse ontwikkelingshulp als niet-functionerend te beschrijven, iets wat abusievelijk wel in mijn stuk bij het ANP terecht kwam. Dat werd dus een relletje.

Die zaak maakte me duidelijk dat Rwanda – evenals veel andere Afrikaanse landen – ontwikkelingshulp met flinke tegenzin accepteert. Zoals de jongvolwassene die geen zin heeft telkens door zijn ouders financieel gespekt te worden – maar niet in een positie is om dat te weigeren. Ook Rwanda staat veel liever op eigen benen, maakt zijn eigen keuzes. In oktober 2015 kondigde Paul Kagame tijdens een bezoek aan Nederland nog aan ernaar te streven ‘vanaf 2020’ geen Nederlandse hulp meer te hoeven ontvangen. Voor Nederland is zo’n ‘ondankbare’ – of zelfbewuste – houding van Afrikaanse hulpontvangers blijkbaar ongemakkelijk.

Lees ook: Kijk niet door een witte bril naar Afrika

Rwanda heeft het beste pr-apparaat van Afrika. Een kwart eeuw na de genocide is er een hele generatie ontstaan die deze bloedige herinnering aan het land niet meer heeft. Wel kent ze de verhalen over dit economisch opkomende landje met natuurschoon en berggorilla’s, vrijwel zonder corruptie en met schone straten dankzij een verbod op plastic tasjes en het collectief vegen van de stoepen en wegen. Veel minder mensen kennen Rwanda’s dark side, die van oppressie, inmenging in Congo, gevangen oppositieleden en dissidenten die de afgelopen jaren om het leven werden gebracht – zelfs als ze zich veilig waanden in Nairobi, Johannesburg of Londen.

Sinds het vorige kabinet is Nederland steeds minder in gaan zetten op hulp, en moedigt het ondernemerschap in Afrika aan. In het nieuwe beleid van minister Sigrid Kaag wordt die lijn stevig voortgezet. Zo bezien past de Rwandese overeenkomst met Arsenal juist in datgene wat wij nu van Afrika verwachten: ondernemerschap en out-of-the-box denken.

Een Rwandese official reageerde direct op de Nederlandse kritiek: „We willen onze inkomsten uit het toerisme in de komende jaren verdubbelen. Dat lukt niet door stil te blijven zitten, maar vergt nu eenmaal investeringen in marketing.” Het land heeft groot gelijk. Je moet niet afwachten tot er witte helpers naar je land komen, maar pro-actief op zoek gaan naar mogelijke toeristen en investeerders. Het zou Nederlandse politici sieren als ze ook wat meer out-of-the-box zouden denken als het om hulpontvangende landen gaat.