Hofleverancier voor de bestrijding van radicalisering uit de gratie

Netwerken Terrorisme bestrijden met ‘sleutelfiguren’ was het smeermiddel van de NCTV. Het bureau dat de aanpak bedacht en ontwikkelde, doet er nu niks meer mee. Hoe kan dat?

Een jaar geleden zaten de Amsterdamse sleutelfiguren nog aan tafel bij de minister van Buitenlandse Zaken. Een half jaar geleden kwamen Tunesische politiemensen nog kijken hoe ze dat in Amsterdam organiseerden. Scholten & Partners leek dé remedie te hebben tegen radicalisering en polarisatie. Gemeenten in het hele land huurden het bedrijf in om netwerken op te zetten van mensen met goede contacten in moeilijk toegankelijke groepen – met een warme aanbeveling van zowel de gemeente Amsterdam als de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

En nu zegt directeur Peter Scholten: „Radicalisering? Daar zal ik niet zo snel meer in gaan werken.”

Overheden hebben hun handen van het bedrijf afgetrokken. In geen enkele gemeente is Scholten & Partners nog actief op dit gebied. „Alles is stilgevallen”, zegt Scholten. Hij moet procederen om van Amsterdam zijn geld voor afgesproken werkzaamheden te krijgen.

De vrije val van Scholten & Partners – ingeluid door een integriteitskwestie op het Amsterdamse stadhuis – is ook het verhaal van de Nederlandse ‘radicaliseringsindustrie’. In de afgelopen jaren is een wildgroei ontstaan aan bureautjes die zich zijn gaan toeleggen op radicalisering. Zij spelen in op de vraag bij de overheid naar een recept om terrorisme te voorkomen – vanaf 2013, 2014 ingeluid door berichten over de uitreis van (uiteindelijk) honderden jihadgangers. Consultants melden zich om het overheidsapparaat te trainen in herkennen van radicalisering, om bijeenkomsten over jihadisme te organiseren of deradicaliseringsprogramma’s te ontwikkelen. Aan de NCTV de taak binnen deze uitdijende branche betrouwbare partners te kiezen met wie lokale overheden zaken zouden moet doen. In 2015 viel de keus op Scholten & Partners.

Lees ook: ‘Amsterdamse aanpak radicalisering schiet tekort’

Bedrijfskundige Peter Scholten is dan nog niet zo lang bezig met het thema. Een van de specialiteiten van zijn bureau: de sleutelfiguur. Na de moord op Theo van Gogh in 2004 hadden stadsbestuur en politie van Amsterdam deze methode al met succes gebruikt om de vrede in de stad te bewaren: mensen met invloed in gemeenschappen waar enerzijds het gevaar van radicalisering en polarisatie het grootst is, en anderzijds de verbondenheid met de Nederlandse samenleving het geringst is. Het kunnen actieve jongeren zijn, moskeebestuurders, leraren, welzijnswerkers. Hen wordt gevraagd te fungeren als ‘ogen en oren’ van de overheid. Om het te signaleren als een jongere radicaliseert. Om te voelen of de spanning in de stad oploopt, en om te helpen die weer te laten dalen.

Best practice

In de jaren na de moord zakt de vrees voor terrorisme weg, en worden de netwerken in de meeste steden verwaarloosd. In Amsterdam blijft één enkele ambtenaar aan netwerken bouwen, en met succes: de gemeente is tijdig op de hoogte van signalen van radicalisering. Dus als het kabinet in 2014 snel maatregelen wil nemen, kiest de NCTV voor de „best practice” van dat moment, zoals een woordvoerder het nu betitelt. Die is van het bureau dat in Amsterdam sleutelfiguren werft en ondersteunt: Scholten & Partners.

Vanaf 2015 verdeelt de NCTV 13 miljoen euro over eerst acht, later nog eens twaalf gemeenten, grotendeels voor het opzetten van sleutelfiguren of ‘strategische netwerken’ tegen radicalisering. De eerste acht gemeenten die dit geld krijgen, wordt dringend geadviseerd Scholten & Partners in te huren. Zeven ervan doen dat. Rotterdam, waar al zo’n netwerk bestond, huurt Scholten & Partners in om enkele bijeenkomsten voor sleutelfiguren te organiseren.

De aanpak wordt in de jaren erna geprezen op bijeenkomsten over terrorisme. Buitenlandse functionarissen komen kijken. Scholten-partner Naoal Dinia legt de sleutelfigurenmethode vast in een gelijknamig boekje „waar iedereen zijn voordeel mee kan doen”. Er staat dat sleutelfiguren geen professionals of functionarissen zijn, maar individuele, betrokken burgers. Zij worden getraind om bijeenkomsten te organiseren en dialoogsessies te leiden. In hun buurt zetten zij een netwerk op, en onderling zijn de sleutelfiguren een „netwerk van netwerken”, aldus het boekje.

De aanpak, licht Scholten toe, „is niet een zaak van één workshop, één middagje, klaar. Als ergens in Europa een aanslag was gebeurd, zaten wij hier allemaal om zes uur ’s ochtends op kantoor om telefoontjes aan te nemen van scholen die hun leerlingen wilden uitleggen wat er was gebeurd, maar niet de goeie woorden en houding konden vinden. Wij zorgden ervoor dat ze de volgende dag een sleutelfiguur in de klas konden hebben.”

Lees ook: Hoe de gemeente Amsterdam haar ogen en oren in de stad verloor

Toch laten gemeenten buiten Amsterdam achteraf kritiek horen op Scholten & Partners. „Wisselend”, vonden ze het geleverde werk in Zoetermeer. „Niet altijd vlekkeloos”, vonden ze in Delft. „Voldeed niet aan de verwachtingen”, aldus Rotterdam. Sommige problemen, blijkt uit antwoorden op vragen van NRC, hebben betrekking op gebrekkige verslaglegging, plannning of communicatie. In Arnhem richt de kritiek zich op het hart van de zaak. „Mede door een aantal wisselingen in de adviseurs en de afstand en verschillen tussen Amsterdam en Arnhem is het Scholten & Partners niet gelukt om hier een duurzaam netwerk op te bouwen”, schrijft de woordvoerder. Alleen Huizen en Gouda laten weten helemaal tevreden te zijn met Scholten & Partners.

Een woordvoerder van de NCTV beaamt dat er klachten waren, noemt die ook „terecht”, maar zegt erbij dat de „zwaarte van de pijnpunten per gemeente verschilde”. Veel gemeenten nemen na het jaar rijksfinanciering weer afscheid van het bureau.

Directeur Peter Scholten kan de kritiek wel verklaren. „Van één gemeente naar ineens negen, dat is een grote stap. Qua aansturing en management hebben we daar pijn van gehad.” Op de gemeenten die nu hun onvrede uiten, was zelf ook het nodige aan te merken, zegt Scholten. „We hadden te maken met wisselende ambtenaren met weinig echte ervaring op dit thema. Als wij adviseerden afscheid te nemen van oude sleutelfiguren durfden zij dat niet, als wij nieuwe netwerken wilden opbouwen wilden zij precies weten met wie wij allemaal spraken.” Maar wat zijn bureau pas echt in een kwaad daglicht heeft gesteld, zegt Scholten, dat is „de zaak-Saadia”.

Integriteit

De zaak-Saadia is de reden dat Amsterdam geen zaken meer doet met Scholten & Partners. Saadia A. is de Amsterdamse radicaliseringsambtenaar die vanaf 2007 stug doorbouwde aan de netwerken in de moslimgemeenschappen van de stad. In 2017 opende de gemeente een onderzoek naar haar integriteit. Ze zou een privérelatie zijn aangegaan met een zzp’er die werkte voor Scholten & Partners, en zij verstrekte hem ook andere gemeente-opdrachten. De ambtenaar kreeg in juli vorig jaar strafontslag. Daarmee is ook Scholtens naam aangetast. Amsterdam weigerde uitstaande facturen te voldoen – tot de rechter de stad in december 2017 dwong gedane werkzaamheden te betalen. Afgelopen week gingen ze voor het eerst in lange tijd om tafel zitten om te kijken hoe ze hun geschil kunnen afwikkelen.

De affaire – die in feite losstaat van de sleutelfigurenaanpak – is volgens Peter Scholten de reden dat zijn bedrijf nu voor geen enkele gemeente meer netwerken traint of onderhoudt. De „negatieve aandacht die het onderwerp in het laatste jaar heeft gekregen”, ziet Scholten als de belangrijkste reden. „Gemeenten willen niet graag geassocieerd worden met ‘slechte berichten’ en distantiëren zich daar dan ook graag direct van. Het doet geen recht aan alles wat wel is gerealiseerd.”

Lees ook: Liefde. Dat helpt tegen radicalisering

Maastricht had Scholten & Partners vorig jaar als enige een offerte laten uitbrengen voor een sleutelfigurennetwerk. Na de Amsterdamse affaire koos de gemeente een ander bedrijf.

„Er is veel stukgemaakt”, zegt Peter Scholten, en dan bedoelt hij niet zijn bedrijf – dat doet ook en nog altijd andersoortig werk. Volgens hem is de hele aanpak met sleutelfiguren in een kwade reuk komen te staan. „De term is al bijna onbruikbaar.” De waarnemend burgemeester van Amsterdam, Jozias van Aartsen, illustreerde dat twee weken geleden toen hij een voorschot nam op zijn nieuwe radicaliseringsaanpak. Die steunt op drie pijlers, zei Van Aartsen, en één ervan is: „laten we het maar zo noemen: stadscontacten”. Geen sleutelfiguren meer, dus. Scholten: „Een werkwijze die gedurende vele jaren is opgebouwd en succesvol was, is ineens weggegooid.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Bas Blokker