Mattarella wees dictaat van partijen af

Mislukte formatie De Grondwet zegt dat een president een kandidaat-minister mag afwijzen. Maar Mattarella verzette zich ook tegen de nieuwe manier van politiek bedrijven.

Sergio Mattarella (links) en Carlo Cottarelli (rechts). Foto Reuters

Matteo Salvini, leider van Lega, had maandag als kersverse minister van Binnenlandse Zaken willen beginnen met het uitwijzen van illegale migranten. Het liep anders. In een krachtmeting met president Mattarella, met als inzet de Italiaanse Grondwet en de rol van Italië in Europa, had Salvini buigen of barsten tegen de president gezegd. Hij eiste dat Mattarella instemde met de benoeming van de euroceptische Paolo Savona tot minister van Financiën. Maar Mattarella boog niet en weigerde Savona te benoemen, wegens de man en wegens de manier waarop. Zondagavond klapte het plan voor een regering van Vijfsterrenbeweging en Lega.

De Vijfsterrenbeweging en een kleine rechtse partij riepen meteen dat ze een afzettingsprocedure tegen Mattarella willen starten. Hij zou zijn boekje ver te buiten zijn gegaan. Maar in het debat dat in de Italiaanse media is losgebarsten, zeggen de meeste staatsrechtgeleerden dat de president in zijn recht staat. Hij mag kandidaat-ministers afwijzen.

De bewoner van het Quirinaal, het presidentiële paleis in Rome, heeft overwegend ceremoniële functies. Hij kan belangrijke rechters benoemen en mag vijf senatoren voor het leven aanstellen. Op basis van artikel 92 van de Grondwet heeft hij ook politieke macht: „De President van de Republiek benoemt de Voorzitter van de Raad van ministers, en op diens voorstel, de ministers.”

Lega-leider Matteo Salvini schreef op Facebook dat het woord weer aan de Italianen moet zijn: ‘Wij zijn geen slaven van de Duitsers’

Naar die bepaling verwees Mattarella toen hij in een afgemeten toespraak van tien minuten uitlegde dat het zijn recht was niet akkoord te gaan met de benoeming van de eurosceptische econoom Savona tot minister van Economie. Dat zou de gestegen onrust op de financiële markten verder hebben gevoed, zei de president. Hij refereerde daarbij ook aan artikel 47 van de Grondwet: „De Republiek moedigt het sparen in al zijn vormen aan en beschermt dat.”

Mattarella werkte dat zo uit: „De onzekerheid over onze plaats in de euro heeft tot alarm geleid onder investeerders en spaarders, Italiaanse en buitenlandse, die hebben geïnvesteerd in onze staatsleningen en in onze bedrijven. […] Het is mijn plicht, bij de taak ministers te benoemen [...] te letten op de bescherming van de besparingen van de Italianen.’’

Moreel geweten

Hiermee sluit Mattarella, jurist in hart en nieren, aan bij de manier waarop ook voorgaande presidenten hun rol hebben gedefinieerd. Als een boven de partijen staande verdediger van het nationale belang van Italië, de rechtsstaat voorop. Als een moreel geweten in een woelig politiek bestel.

Ook andere presidenten hebben kandidaat-ministers tegengehouden. Dat deed bijvoorbeeld Oscar Luigi Scalfaro, toen hij in 1994 weigerde de advocaat van mediamagnaat en aantredend premier Berlusconi tot minister van Justitie te benoemen. De advocaat, Cesare Previti, ging naar Defensie – en werd in 2006 veroordeeld wegens corruptie. Een heel ander voorbeeld dateert uit 2014, toen president Napolitano de benoeming van de gerespecteerde openbare aanklager Nicola Gratteri op Justitie blokkeerde, omdat Gratteri in zijn ogen eerder maffiabestrijder dan minister was.

Presidenten hebben ook op andere manieren politieke invloed gehad. Scalfaro koos na de val van het kabinet-Berlusconi eind 1994 voor een zakenkabinet in plaats van de nieuwe verkiezingen die Berlusconi had geëist. De mediamagnaat heeft ook hoogoplopende ruzies gehad met Napolitano, die de regisseur zou zijn geweest van zijn val in november 2011 – nadat de rente op de staatsleningen onhoudbaar hoog was geworden. Overigens staat Berlusconi nu achter Mattarella, die in 2005 is gekozen door het parlement.

Lees ook: Wie is schuldig aan het mislukken van de kabinetsformatie in Italië?

Tegen een dictaat

In de harde aanvaring van Mattarella met de Vijfsterrenbeweging en de Lega gaat het om meer dan Savona, die Berlijn verweet de baas te willen spelen in Europa en had gezegd dat Italië een plan-B moet hebben voor als het uit de euro wil of moet stappen – bijvoorbeeld doordat de regering ervoor kiest afspraken over het begrotingstekort te negeren. Het gaat ook om de manier waarop Lega en Vijfsterren hebben geopereerd.

Mattarella is normaal een gereserveerd man, met afkeer van „geschreeuwde politiek’’. Maar met afgemeten zinnen onderstreepte hij zondagavond zijn „institutionele verantwoordelijkheid” bij de benoeming van ministers, een taak „waarop nooit druk is of mag worden uitgeoefend.’’

Dat hebben Vijfsterren en Lega wel gedaan. Ze willen op een nieuwe manier politiek bedrijven. Dat bleek ook in hun contacten met de president. U moet ons programma, onze kandidaat-premier en onze lijst van ministers aanvaarden, zoniet, dan gaan we opnieuw stemmen, was hun boodschap.

De Lega wilde niets weten van goede alternatieven uit eigen kring voor Savona. De Vijfsterren stelden dat democratie betekent dat de president „de wensen van het volk” uitvoert en dus de lijst van ministers in zijn geheel aanvaardt.

De vader van Alessandro Di Battista, een voorman van de Vijfsterren, had dreigende taal van zijn zoon een stapje verder genomen en fantaseerde op Facebook hardop, naar analogie van de bestorming van de Bastille als begin van de Franse revolutie, over een bestorming van het Quirinaal.

Meer nog dan de figuur van Savona is het dit ‘diktaat’ geweest waartegen Mattarella zich heeft verzet. Het ging hem niet alleen om dit geplande kabinet en de plaats van Italië in Europa, maar ook om verdediging van de plaats van de president in het politieke bestel van Italië. Voor hemzelf en voor zijn opvolgers.

Lees ook het interview met Carlo Cottarelli, die gevraagd is te proberen een kabinet te vormen: ‘Politici doen alsof Italië zo uit de euro kan stappen’
    • Marc Leijendekker