Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Hai Chang Hai

Als ik mijn moeder (86) bezoek zegt ze steeds vaker: “Ik denk dat ik maar weer Chinees kook.”

Chinees koken betekent dat ik Nasi Goreng afhaal bij Chin. Ind. Rest. Blue Lotus te Velp en dat zij ondertussen de borden op tafel zet.

Al op de trap, Blue Lotus is gesitueerd in een flatgebouw, bekruipt het sentiment me.

Bij iedere tree word ik een jaar jonger.

Hier vierden we verjaardagen, met zicht op het parkeerterrein. Voor de jarige een stuk siervuurwerk in het ijs.

Grote porties, zwijgend eten.

Omdat ik daarover geschreven had was ik als deskundige te gast bij het radioprogramma Mangiare! dat naar aanleiding van het verschijnen van het fantastische boek Chin. Ind. Spec. Rest. van Marc van Wonderen geheel in het teken stond van Chinees eten.

Ik weet niets van Chinees eten, behalve dan of het lekker is of niet en dat ik er soms brandend maagzuur van krijg.

Een van de andere gasten was Soesja Dun Hu, die opgroeide in het Chin. Ind. Rest. van haar ouders, Tong Ah in Nuenen. Ze vertelde dat ze er op haar twaalfde al in de bediening stond. Op de vraag of ze het leuk vond in Nuenen zei ze: „Ja, behalve dan met carnaval en zo.”

Met carnaval en zo was een deel van de bevolking zo dronken dat ze kwamen klieren. „Met eten gooien en zo.”

Zij, een positief ingestelde vrouw, dacht dat het kwam omdat haar ouders zich vanwege de gebrekkige beheersing van het Nederlands niet goed konden verweren. Later gaf het haar en de andere kinderen een kick dat ze erin slaagden om de boel ‘met carnaval en zo’ steeds beter in goede banen te leiden.

Het raakte me omdat ik me tussen al het sentiment over al die Chin. Ind. Spec. Rests. plotseling de toestanden herinnerde bij Chin. Ind. Rest. Hai Chang Hai op het Jansplein in Arnhem, dat vanwege de vele televisies aan de muren ‘de televisiechinees’ werd genoemd. De zaak kreeg wel eens bezoek van groepen scholieren die er niet kwamen om te eten, maar om te kloten.

Ik maakte het een keer mee dat er een gordijn naar beneden werd getrokken door een man die riep ‘Ik moet bami hebben, anders verbouw ik hier de hele keet’ en dat er in zijn entourage een vrouw was die daarop ‘Rustig nou, Ronnie’ gilde, hetgeen door een ober in slecht Nederlands werd herhaald wat de toestand alleen nog maar verergerde.

Wij zeiden niets, keken beschaamd de andere kant op en aten door, maar vrijdag herinnerde ik het me opeens. Misschien moeten de uitbaters van al die Chin. Ind. Rests. hun herinneringen ook eens uitgeven.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
Fotograaf Mark van Wonderen fotografeerde alle Chinese restaurants in Nederland die hij kon vinden. Elke stad heeft een Chin. Ind. Spec. Rest., maar hoe lang nog?
    • Marcel van Roosmalen